‘Jongeren van nu zijn verliezende generatie’

Na twee jaar stopt ze als ambassadeur Aanpak Jeugdwerkloosheid. „Allochtonen krijgen het signaal: bedankt voor je inspanning, maar het levert niets op.”

Ambassadeur Aanpak Jeugdwerkloosheid Mirjam Sterk bezoekt met jongeren een autoleasebedrijf (onder). Foto’s Andreas Terlaak (boven) en BAS CZERWINSKI/ANP

Generatie Y, geboren tussen ongeveer 1985 en 2000, is best optimistisch. „Vooral de hoogopgeleiden dan”, zegt Mirjam Sterk (1973), ambassadeur Aanpak Jeugdwerkloosheid. „Ze zijn creatief en ondernemend. Ze denken in netwerken en ze zijn ervan overtuigd dat de wereld op hen zit te wachten. De generatie voor hen luisterde naar De Bom van Doe Maar, zij naar Happy van Pharrell.”

Maar generatie Y is ook „een tikkeltje naïef” over haar kansen, concludeert Sterk. De jeugdwerkloosheid schommelt nog altijd rond 11 procent. Een vaste baan vinden is lastig, ongeveer 65 procent heeft een flexibel contract. „Ze zijn heel handig op Facebook en Twitter, maar denken niet goed na over hoe ze zich op internet presenteren. Ze vinden het lastig om vacatures te vinden en hebben vaak geen idee hoe ze moeten solliciteren.”

Na een aanstelling voor twee jaar stopt de ‘jongerenombudsvrouw’ van het kabinet er vandaag mee. Alleen de economie kan nieuwe banen scheppen, staat als disclaimer in haar eindrapport. Ze heeft wel geprobeerd om jongeren snéller aan werk of werkervaring te helpen. Het doel was ook om overheid, onderwijs en ondernemers beter te laten samenwerken.

Hoe vaak heeft u gehoord: ik heb een leuke opleiding en honderd keer gesolliciteerd, maar ik krijg gewoon geen baan?

„Heel vaak. Een meisje had zeventig keer gesolliciteerd en was vier keer uitgenodigd – zonder resultaat. Veel jongeren zijn ook gefrustreerd omdat ze geen stages of banen bij leerbedrijven vinden. De jeugdwerkloosheid bestaat uit twee pijlers: 40 procent zoekt een baan, maar 60 procent zoekt een plek om een diploma te halen.”

De vraag ‘kunnen jongeren nog studeren wat ze leuk vinden?’ is te simpel, staat in uw rapport. Maar is het niet gewoon zo?

„Het staat iedereen vrij te studeren wat hij leuk vindt. Tegen regionale opleidingcentra zeg ik wel altijd: moet je leerlingen nog toelaten als er geen stages en leerbanen zijn omdat er geen werk is? Moet je dan niet eerlijk zeggen: misschien is het verstandig als je een andere studie kiest?”

U schrijft: je kunt je eigenlijk geen foute studiekeuze meer veroorloven.

„Nou ja, in de flexibele arbeidsmarkt moet je je wel voortdurend blijven scholen en ontwikkelen. Ik sprak in Rotterdam een jongen die beveiliging had gedaan. Een populaire mbo-opleiding, maar er is geen bedrijf dat hem in dienst neemt – alleen als zzp’er. Wat voor competenties heb je dan nodig als zzp’er? Ons advies is: besteed daar veel meer aandacht aan in het onderwijs. Op de arbeidsmarkt is het te laat.”

Dat noemt u dus ‘loopbaanleren’?

„Als je een betere term hebt, hoor ik het graag. Het gaat erom dat jongeren ontdekken wat ze willen, dat ze eerlijke informatie krijgen over de arbeidsmarkt. Mensen vragen vaak: is het een verloren generatie? Nee, maar het is wel een verliezende generatie. Ze komen met studieschulden op de arbeidsmarkt. Ze hebben flexibele banen en daarom wordt er niet geïnvesteerd in hun scholing. Ze krijgen geen hypotheken en hebben onzekere pensioenen.”

Wie moet dat probleem oplossen?

„Allereerst de jongeren zelf. Maar die zie je ook heel weinig collectief protesteren. Zo hebben we ze ook opgevoed: heel individualistisch. De overheid kan via wet- en regelgeving thema’s agenderen. Maar er ligt ook een rol voor banken om hypotheken te verstrekken, bij de sociale partners om nieuwe afspraken over sociale zekerheid te maken. Het is complex: er is niet één aanwijsbare probleemeigenaar.”

Hoogleraar Wiemer Salverda noemde Nederland in deze krant het afgelopen weekend ‘kampioen kruimelbanen’ voor jongeren. Hij omschrijft u als een ambassadeur zonder geld die het vooral van haar enthousiasme moet hebben.

„Dat zie ik als een compliment. En met geld alleen los je de jeugdwerkloosheid niet op. Het gaat juist om het aanjagen en verbinden van partijen. Het klopt ook dat veel jongeren in deeltijd werken, zoals Salverda zegt. Maar veel vrouwen ook. Het is goed voor de arbeidsdeelname in Nederland. Dat veel scholieren en studenten een bijbaantje hebben, lijkt me mooie werkervaring. Ik had het sympathieker gevonden als hij zich druk had gemaakt om allochtone jongeren. Ook met een afgeronde studie blijven zij vaak steken in flexbanen.”

Allochtonen zijn steeds beter opgeleid, maar hun kansen op de arbeidsmarkt verbeteren eigenlijk niet, constateert u.

„Ja, schrijnend. Als samenleving geef je het signaal: leuk dat je je hebt ingespannen, maar het gaat je niks opleveren.”

Wat heeft u concreet kunnen doen voor allochtone schoolverlaters, de lastigste groep om te bemiddelen naar werk?

„Dat is moeilijk te zeggen. Ik was onlangs een week bij een uitzendbureau in Amsterdam, waar ze ook wel jongeren met een reclasseringsverleden helpen. Er waren drie jongens bij die zeiden: ik wil heel graag werken, maar ik heb geen verklaring van goed gedrag. Ik heb schulden, daarom komen deurwaarders bij mijn ouders aan de deur. Omdat ik bijstand ontvang, krijgt mijn moeder problemen met haar uitkering. Dat is vervelend, daarom schrijf ik me uit bij de gemeentelijke administratie.”

Dat zijn de ‘spookjongeren’?

„Ja. Wat het lastig maakt, is dat het doelgroepenbeleid voor bijvoorbeeld allochtone jongeren is afgeschaft. Bij gemeenten merk je enige terughoudendheid: wij hebben al genoeg werkzoekende jongeren, zeggen ze. Waarom moeten wij jongeren helpen die niet gevonden willen worden?”

De resultaten: sinds uw aantreden zijn er 32.000 jongeren geplaatst, van wie 23.000 bij werkgevers. Om hoeveel vaste contracten gaat het uiteindelijk?

„Ja maar dat is weer het oude denken. Het zou fantastisch zijn, maar zo is de arbeidsmarkt gewoon niet meer tegenwoordig.”

Maar hoeveel vaste banen zitten er bij?

„Kan ik niet zeggen. We hebben van de regio’s geen cijfers over het type contract.”

Met die 32.000 plaatsingen is de doelstelling voor meer dan 100 procent gehaald. Tenminste, als je eenderde van de arbeidsmarktregio’s niet meetelt, staat in een voetnoot. Want die regio’s hadden zichzelf vooraf geen doelstellingen gesteld over plaatsingen. Waarom niet?

„De 35 arbeidsmarktregio’s in Nederland zijn heel verschillend. Toen ik begon, was een aantal regio’s al actief met de aanpak van jeugdwerkloosheid, die tussen 2009 en 2011 door staatssecretaris Klijnsma was ingezet. Maar bij een aantal regio’s lag het ook helemaal stil. Dan duurt het een tijd voordat het zich uitbetaalt in banen. Ik denk dat de regio’s die geen doelstelling hadden, deze ook nog niet goed in beeld konden brengen. Ik zeg niet dat dat goed is, ze zouden dat moeten kunnen.”

In welke regio’s gaat het nog niet goed?

„Ik heb het liever over de regio’s waar het wél goed gaat. Maar als je naar Noordoost-Groningen kijkt, ja, dat is een krimpregio, daar zijn weinig banen, ook voor jongeren. In Brabant zie je weer dat de samenwerking tussen partijen op de arbeidsmarkt heel goed gaat. Daar hebben ze van die ‘sectortafels’ waar ze kunnen uitwisselen. ‘Joh, ik heb drie jongens die een baan zoeken als lasser. Heb jij nog plekken?’”

Volgens CBS-cijfers daalde het aantal werkloze jongeren in de laatste twee jaar van 180.000 naar 154.000. Maar dat is economisch te verklaren, zegt het CBS. Jeugdwerkloosheid loopt altijd iets voor op de conjunctuur, doordat veel jongeren flexbanen hebben.

„Dat zal voor een deel absoluut zo zijn.”

In de statistieken is de aanpak van de jeugdwerkloosheid niet terug te zien, zeggen ze. Je weet niet of ze anders ook niet ook een baan hadden gekregen.

„Ik heb altijd gezegd: je moet mijn rol niet overschatten, maar ook niet onderschatten. We hebben echt heel wat gedaan om plekken te creëren. Je kunt allerlei gesubsidieerde Melkertbanen creëren, maar dat wilde ik niet. Was ook geen geld voor.”

Dendert alles weer in elkaar nu u stopt?

„Nee, het is niet zo van ‘hier is een leuk rapport, doe ermee wat je wilt’. Het loopbaanleren is een van de adviezen. Verder komt er actieve bemiddeling voor kwetsbare, lager opgeleide jongeren. In vijf steden [Amsterdam, Den Haag, Eindhoven, Leeuwaren en Zaanstad, red.] komt een buurtgerichte aanpak voor migrantenjongeren. En we hebben werkakkoorden gesloten met 75 werkgevers. Gelukkig zijn de ministeries van Sociale Zaken en Onderwijs het er mee eens. Er is budget voor.”

Een kwart van de regio’s is nog niet bezig om van de aanpak van jeugdwerkloosheid beleid te maken. Waarom niet?

„Goede vraag. Het heeft soms te maken met keuzes en ik kan ze niet dwingen. Helaas is de wereld niet zo maakbaar dat we de jeugdwerkloosheid even oplossen.”