Inspectie geeft toe: vieze cabinelucht is risico

De lucht in vliegtuigcabines kan ziekmakend zijn. De luchtvaartinspectie geeft er nu gegevens over vrij.

De Nederlandse luchtvaart kent jaarlijks gemiddeld circa honderdvijftig incidenten waarbij een sterke geur de vliegtuigcabine of cockpit binnendringt. In enkele tientallen gevallen per jaar beïnvloedt die de gezondheid van de bemanning en het verloop van de vlucht. Daarbij kan neurologische schade voor inzittenden „niet worden uitgesloten”.

Dit blijkt uit gegevens over de luchtkwaliteit binnen vliegtuigen die de Luchtvaartinspectie voor het eerst heeft vrijgegeven, dit op aandringen van de Tweede Kamer.

Het kan daarbij gaan om onschuldige sterke geuren vanuit de keuken aan boord, maar ook om dampen van bijvoorbeeld verbrande motorolie. Deze ‘toxic fumes’ bevatten minieme hoeveelheden giftige stoffen. In de wetenschap woedt al lange tijd een debat over de uitwerking van deze stoffen op de gezondheid.

In een begeleidende brief bij het inspectierapport schrijft staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA) dat „een verhoogd risico op neurotoxische schade niet mag worden uitgesloten”. Daarbij doelt de staatssecretaris op mogelijke schade aan het zenuwstelsel, vooral voor vliegtuigbemanningen die door de jaren heen langdurig aan giftige stoffen in de cabinelucht zijn blootgesteld, ook geurloze. Mansveld wil hier zowel nationaal als internationaal onderzoek naar laten doen.

In de Tweede Kamer, die morgen over de geurincidenten praat, is verontrust op de uitkomsten gereageerd. Zo zegt D66-Kamerlid Wassila Hatchchi: „In de luchtvaart moet veiligheid altijd vooropstaan. De staatssecretaris sluit schade aan het zenuwstelsel niet uit. Toch wil zij internationaal onderzoek afwachten. Maar het is nu juist tijd voor actie.”

Midden februari ontstond ophef in het Verenigd Koninkrijk rond een piloot van British Airways die twee jaar geleden plotseling overleed in een Nederlandse hotelkamer.

Een Britse onderzoeksrechter liet uitgebreid lijkschouwing verrichten en concludeerde dat de giftige stoffen in de vliegtuiglucht „kunnen leiden tot schade aan de gezondheid van inzittenden van vliegtuigcabines”. Deze schade kan zelfs leiden tot „de dood van inzittenden”. De onderzoeksrechter eiste maatregelen van zowel British Airways als de Britse luchtvaartinspectie, bijvoorbeeld regelmatige metingen van de luchtkwaliteit aan boord van vliegtuigen. Beide moeten nog op de eis reageren.

Uit de cijfers van de luchtvaartinspectie blijkt verder dat piloten in de burgerluchtvaart zo’n tien keer per jaar preventief een zuurstofmasker opzetten doordat ze problemen hebben met ademen vanwege de slechte luchtkwaliteit in de cockpit.

Tussen de 5 en 26 keer per jaar krijgen piloten en andere leden van de bemanning gezondheidsklachten zoals duizeligheid, hoofdpijn of misselijkheid, aldus de Inspectie. Gemiddeld 25 keer per jaar wordt een vlucht door geurincidenten afgebroken. Maar van een „groot veiligheidsrisico” is volgens de Inspectie geen sprake geweest.

Toch heeft de Onderzoeksraad voor Veiligheid onderzoek ingesteld naar twee van zulke incidenten, waarbij een voorzorgslanding op Schiphol gemaakt moest worden (september 2012 en mei 2013). Dat is nog niet afgerond.

De Tweede Kamer had staatssecretaris Mansveld eind vorig jaar om de cijfers gevraagd. Dit gebeurde nadat deze krant vergeefs dezelfde gegevens via de Wet openbaarheid van bestuur had opgevraagd.

Gegevens over luchtvaartincidenten – omvang, aard en oorzaak – zijn geheim in Nederland en veel andere Europese landen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld in de VS.