Bij Brahms ruiken we paprika en Hongaarse roos

Hoe ruikt klassieke muziek? Aroma-jockey Odo7, bekend uit de dancescene, verspreidt donderdag in het Concertgebouw voor het eerst geuren bij een klassiek concert.

Odo7 oftewel Erich Berghammer beschouwt het via ventilatoren ‘begeuren’ van muziek als een extra instrument, onder verwijzing naar de klassieke Grieken: „Bij theatervoorstellingen over de oorlog verbrandden ze stukken vlees om het publiek het slagveld te laten ruiken. Het concert wordt een Gesamtkunstwerk voor alle zintuigen. Bij de ‘Hongaarse dansen’ van Brahms ruik je Hongarije via een mengeling van paprika en Hongaarse roos.”

Voor Berghammer moet een geur parallel lopen met de inhoud, emotie en geschiedenis van een muziekstuk. Zwaar klinkende stukken begeleidt hij met „donkere geuren” zoals „aarde, hout, nachtjasmijn en de nachthyacint”. Stukken met melodieuze klanken krijgen frisse, lichte geuren: „neroli, honing en citrusgeur.”

Hij baseert zich op de geurentoonladder van de Franse parfumeur George Piesse uit 1862. „Piesse bracht geuren onder bij een soort toonladder, waarbij bepaalde geuren samen octaven vormen. Zijn geurentoonladder synchroniseer ik met de klanktoonladder.”

En nee, het verspreiden van natuurlijke geuren leidt niet af, want het verloopt in harmonie met de muziek. Berghammer: „Stel, je gebruikt laserlicht bij een klassiek concert. Of een van de musici draagt een clownspak. Dát leidt af. En merk ik dat het publiek een geur niet waardeert, dan neutraliseer ik hem snel met stoom.”

Dirigent Peter Santa, die al eerder aandrong op een scent symphony, ziet ernaar uit: „Odo7 moet nog wel controleren of de geuren het brandalarm niet laten afgaan.”