Eigenwaarde om aan te trekken

De komende weken interviewt nrc.next zeven weldoeners. Bas Timmer maakte honderd pakken voor daklozen. Dat worden er 5.000 om in verschillende landen uit te delen.

Foto Lars van den Brink

Zijn ‘huis’ staat te koop voor 1,5 miljoen euro. Bas Timmer (24) woont op de eerste verdieping van een gigantische oude ambachtsschool in het centrum van Enschede. Antikraak. 180 euro, inclusief water en licht. Over een paar uur komen er kijkers, maar hij maakt zich geen zorgen. „De elektra moet vervangen, de riolering werkt niet, alles is lek.”

Timmer aarzelt even voor hij de deurklink naar beneden duwt. „Ben je bang voor vogels?” Door de woonkamer fladdert Kareltje, een wit parkietje dat een hoop lawaai maakt. Eigenlijk zouden we in zijn atelier afspreken, maar daar is het lawaaiig en bovendien werken er mensen met een „afstand tot de arbeidsmarkt” – die kunnen nog wel eens in de stress schieten bij het zien van een vreemde.

„Koffie?”

Bas Timmer – rossig haar, twinkelende ogen, Twents accent – is modeontwerper. Hij studeerde fashion design en fine art aan ArtEZ in Arnhem en keerde daarna terug naar textielstad Enschede, waar hij opgroeide. Sinds 2012 brengt hij onder zijn eigen naam een collectie T-shirts en sweaters uit. De laatste tijd kreeg hij echter vooral aandacht vanwege zijn shelter suits: warme, waterdichte pakken waarmee daklozen buiten kunnen slapen.

Het idee ontstond een paar jaar geleden, zegt Timmer, toen hij stage liep in Kopenhagen en overal mensen in de kou zag liggen. „Het leek me prachtig om iets voor ze te kunnen maken, maar ik had geen idee hoe ik dat moest aanpakken.” Toen vorig jaar de vader van twee goede vrienden overleed, zette dat hem opnieuw aan het denken. De man was dakloos, stierf aan een hartstilstand na onderkoeling. „Absurd vond ik dat. Niemand zou zomaar dood mogen gaan op straat. Een warme trui had hem misschien kunnen redden.”

Zou het niet mogelijk zijn een bedrijf op te zetten dat gratis kleding produceert? Alexander de Groot, een vriend die als verkoopmedewerker bij een logistiek bedrijf werkt – „een ondernemer in hart en nieren” – dacht van wel. „Hij zei: kom op Timmertje, je hebt goud in handen.” Samen richtten ze een stichting op met de naam Hibernate (Winterslaap). In december gingen de eerste pakken in productie.

Timmer haalt een wit met blauw exemplaar tevoorschijn. Een prototype. „Deze is niet helemaal goed, de armgaten zijn te krap.” Het pak heeft diepe zakken, een grote capuchon om ’s nachts over het hoofd te trekken en bestaat uit twee delen: aan de onderkant van de jas zit een rits waaraan een halve slaapzak kan worden bevestigd. Een grote flap met klittenband moet ervoor zorgen dat de dakloze er gemakkelijk uit kan als er gevaar dreigt of er ineens politie voor zijn neus staat.

In februari hebben jullie honderd pakken uitgedeeld. Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?

„In eerste instantie was het idee om een trui te maken van een slaapzak. Dat ging natuurlijk niet, want in Nederland is het dan weer warm, dan weer koud en dan weer nat. Ik dacht meteen: er moet een rits in. En de stof moest waterdicht zijn. Ik heb Alexander platgebeld om materiaal. Soms had hij geen idee waar ik het over had. Dan sms’te ik hem: ik heb wattering nodig. Vervolgens heeft hij drie bedrijven opgebeld: ‘Heeft u watering?’ Nee, dat hadden ze natuurlijk niet.”

Maar hoe konden jullie het gratis doen?

„Het materiaal voor de eerste honderd pakken is gesponsord door verschillende bedrijven. Nomad doneerde afgekeurde slaapzakken waarvan de rits niet goed is gestikt of het logo verkeerd is geprint. Ten Cate en Pintail schonken waterdichte stoffen, hetzelfde materiaal dat het Russische leger gebruikt. Het atelier investeert ook veel tijd en geld in de pakken, ze maken ze nu voor 12 euro. Dat is ver onder de kostprijs.”

Je bent 24. Ooit gedacht dat je dit nu zou doen?

„Ik ontwerp kleding vanaf mijn zeventiende. Ik kwam erachter dat als je iets anders aan wilt hebben dan de rest, iets gekkers, je dat niet gewoon in de winkel kunt kopen. Het begon met giletjes – witte giletjes met een paarse achterkant en bijpassende knoopjes. Helemaal matchy-matchy. Verschrikkelijk, maar toen vond ik het hartstikke mooi. Daarna ging ik truien maken, en colbertjes. Het leek me altijd leuk om een kledingwinkeltje te beginnen. Maar zelf ontwerpen… Nee, dat had ik eigenlijk nooit verwacht.”

Wat wilde je vroeger worden?

„Rijk. Ik wilde zekerheid. Dat heb ik nu nog steeds wel eens: soms is het lastig om voor jezelf bezig te zijn, je bent altijd afhankelijk van je eigen kunnen en gemoedstoestand. Creatieve mensen gaan vaak heel erg op en neer. Deze zomer, tijdens een vakantie op Bali, kwam ik met mezelf in conflict. Ik merkte dat ik het eng vond om te zeggen dat ik modeontwerper ben.”

Waarom?

„Omdat er zo’n stereotype beeld omheen hangt. Dat het alleen maar homo’s zijn, dat soort dingen. Natuurlijk zit er wel een kern van waarheid in, ik heb me nooit erg thuis gevoeld in die wereld. Het is net als met die rapperboys die je op straat ziet: ze hebben allemaal iets dat gewoon net niet klopt. Iets overdrevens. Maar op Bali dacht ik: waar ben ik nou eigenlijk mee bezig? Ik besloot dat je beter trots kunt zijn op wie je bent en wat je doet. In mijn geval is dat: mooie, draagbare creaties maken.”

En nu ontwerp je pakken voor zwervers.

„Haha, ja. Ik was in het begin ook wel bang dat ik mezelf in de voet zou schieten. Ik dacht: wat als hippe mensen straks mijn kleding niet meer aan willen? Nu interesseert me dat geen donder meer. Ik probeer wel onderscheid te maken tussen de pakken en mijn eigen collectie. Al zie je duidelijk mijn stijl: die grote capuchon bijvoorbeeld, is mijn handelsmerk. Het liefst zou ik natuurlijk zelf beslissen welke kleuren ik gebruik. Ik heb nu pakken die knalroze zijn, of knalrood met groen. Maar ja, we moeten het doen met de leftovers.”

Wat wil je bereiken met de shelter suits?

„Het belangrijkste is dat we mensen een stukje van hun eigenwaarde teruggeven, dat ze een mooi product krijgen en niet een tweedehands jas of slaapzak. We zijn inmiddels begonnen aan de productie van 5.000 shelter suits, die we in verschillende landen willen uitdelen. Het liefst willen we een eigen naaiatelier opzetten, met asielzoekers die een tijdelijke verblijfsvergunning hebben. Deze mensen komen vaak nergens aan het werk.”

Vind je dat je nog niet genoeg hebt gedaan?

„Die honderd pakken, dat ging eigenlijk zo gemakkelijk. Het is leuk werk, en het is nodig. Ik weet ook wel dat ik het probleem niet kan oplossen, maar ik heb gemerkt hoeveel het oplevert als je in ieder geval je best doet. Eigenlijk wilde ik vorige maand mijn nieuwe collectie afhebben maar daar ben ik nog helemaal niet aan toegekomen, dus die is opgeschoven naar volgend jaar. Ik heb nu minder inkomsten uit mijn eigen bedrijf, maar dan moet ik maar wat harder werken. Prima, ik ben jong.”