Katten misleid met dierenvoer

Op een blikje kattenvoer ‘met zalm’ had net zo goed ‘met varken’ kunnen staan. En in hondenvoer ‘met rundvlees’ vonden drie Britse onderzoekers van de University of Nottingham toch vooral kip. Ze concluderen dat in dierenvoer vaak dieren verwerkt zijn die niet op het etiket vermeld staan. Ze maakten hun resultaten onlangs bekend in het blad voor diergeneeskunde Acta Veterinaria Scandinavica. De drie Britten besloten de samenstelling van huisdierenvoer te onderzoeken na het paardenvleesschandaal van 2013. Toen bleek dat in veel kant-en-klaarmaaltijden voor mensen paardenvlees was verwerkt, terwijl ze volgens de verpakking rundvlees zouden bevatten. De onderzoekers zochten in 17 blikken honden- en kattenvoer naar DNA van koe, kip, varken en paard. In veertien vonden ze DNA van dieren die niet op de verpakking vermeld waren. In de zeven blikjes die als rundvlees werden verkocht, zat in vijf gevallen meer kip en varken dan rund.

In Europa hoeven ook niet alle dieren genoemd te worden. Zolang minstens vier procent van de dierlijke eiwitten in het voer inderdaad van runderen afkomstig is, mag op de verpakking ‘met rundvlees’ staan. Dat is verwarrend, vinden de onderzoekers. De onderzoekers merken op dat etiketten vaak dubbelzinnig zijn over wélk deel van het dier in het voer verwerkt is. ‘Vlees of dierlijk bijproduct’, staat er in Nederland vaak op etiketten brokken en blikvoer. Vaak gaat het daarbij niet om vlees, dus spierweefsel, maar om slachtafval, zoals darmen, milt en longen. Ook hier geldt dat als minstens vier procent van de dierlijke eiwitten uit vlees afkomstig zijn, er ‘met vlees’ op het etiket mag staan.