Dit is wie je echt bent

Vandaag komt de nieuwe clip van Roosbeef uit, de band rond zangeres Roos Rebergen. Haar clip is bedacht door filmmaker Sanne Rovers (33), die stiekem filmde hoe mensen in een fotohok kijken, vlak voordat de foto wordt genomen. Is die persoon wie we zijn?

Zwoele blikken. Grote ogen. Getuite lippen. Haren die worden platgedrukt, of waar juist volume in wordt gekneed. En dan, aan het einde van de video, ontspannen gezichten, mondhoeken en schouders die naar beneden vallen. Alsof de mensen in het fotohokje hun masker hebben afgedaan, alsof ze weer zichzelf zijn geworden.

Drie minuten en vijftig seconden. Zo lang duurt de clip van ‘We hebben alles’ van Roosbeef, die vandaag verschijnt. Tenminste, drie minuten en vijftig seconden is wat de kijker ziet. De voorkant. Sanne Rovers (33), de maakster van de clip, werkte er jarenlang aan. Er is een achterkant die de kijker niet ziet. Niet de afgewezen subsidieaanvraag, niet de zoektocht naar een bestemming voor de beelden, niet hoe het is om in jezelf te moeten geloven als anderen dat niet doen.

Terug naar vier jaar geleden, maart 2011, toen stond Rovers ook in nrc.next. „Ik wil een pasfotohokje bouwen, genaamd Fotomoment. In dit pasfotohokje wil ik mensen stiekem observeren vóór en tijdens het moment van de foto-opname”, schreef ze toen, en ook over hoe ze in het project geloofde maar dat niet iedereen dat deed. Ze was net afgewezen voor een kunstsubsidie van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten. De 15.000 euro die ze nodig zou hebben, kreeg ze niet. Dus probeerde ze dat bedrag zelf in drie maanden tijd bij elkaar te krijgen. Daar hield ze een dagboek over bij, waarmee ze de cover van de krant haalde.

Haar verhaal eindigde toen haar zoektocht nog niet klaar was. Het bedrag dat ze nodig had was nog niet binnen. De laatste zinnen waren: „Inmiddels heb ik vier donaties en een aantal toezeggingen. Het grootste deel van mijn materiaal is gesponsord. (...) Dus wie weet wordt mijn pasfotohokje alsnog een kaskraker en wordt dit de beste investering ooit.”

Een kaskraker werd het fotohokje nooit. Rovers verdiende er uiteindelijk 500 euro mee. Daarvoor was ze maandenlang bezig geweest met geld genereren en stond ze met haar project op vier festivals: Oerol, Pluk de Nacht, Museumnacht in Amsterdam en Pukkelpop.

Maar daarmee was het niet klaar.

Rovers is documentairemaakster. Toen ze aan het Fotomoment begon, wist ze dat het ook een film moest worden. Alleen niet precies waarover.

Stiekem gefilmd

Het scherm in het fotohokje werkte als een spiegel. Mensen die op de festivals in het hokje waren gestapt zagen zichzelf voor de foto werden gemaakt - al wisten ze niet dat ze op dat moment werden gefilmd. „Anders zouden ze gaan ze doen alsof”, zegt Rovers. Na de acht seconden, als de camera had geflitst, werd er op het scherm een filmpje van een andere bezoeker die ook in het hokje had gezeten getoond. „Een raar intiem moment waarop je iemand anders zich ook zag voorbereiden op de foto. Een voyeuristisch gevoel.”

Na vier festivals had Rovers vierduizend filmpjes - maar de bestemming ervan was nog onbekend. Ze wilde er een korte film of videoclip van maken, maar vond nooit de juiste muziek. „Het mocht niet te up-beat zijn. Ik wilde een soort rust, kort, maar wel dat je tijd hebt om naar de mensen te kijken.”

Dus mailde ze Roosbeef – „Ik kende haar verder niet maar hou heel erg van haar muziek” – over haar project. Of ze niet toevallig met een nieuw album bezig was of nieuwe liedjes had. Roosbeef stuurde de eerste ruwe versie van ‘We hebben alles’ terug. „Toen ik het hoorde dacht ik: dit is perfect.”

Zie ons van binnen

Voor Rovers gaat het nummer over hoe mensen zich van hun beste kant proberen te laten zien. „Wat ik heel erg mooi vind van haar tekst is dat zij het omdraait: ‘Zie ons falen, zie ons slecht. We hebben alles in ons om dit te laten mislukken.’ We zijn niet die buitenkant, maar zie ons van binnen; ‘zie ons eerlijk, zie ons dom’.”

Roosbeef bleek ook enthousiast. ‘Het lijkt me wel wat’, mailde ze terug. Vorig jaar zomer spraken ze een keer af. Rovers en Roosbeef deden samen een aanvraag voor subsidie bij het Tax-videoclipfonds, waar geld aangevraagd kan worden voor artistieke videoclips. Het fonds is bedoeld om de samenwerking tussen beeldmakers en muzikanten te stimuleren. De aanvraag was nodig, zegt Rovers, omdat Roosbeef dit album in eigen beheer heeft gemaakt en dus geen extra geld had voor een videoclip. „Dit keer kreeg ik wel subsidie.”

Een pasfotohokje heeft een soort rust, je zit in je eentje, en geeft je over. Om mensen op zo’n moment vast te leggen, is spannend, zegt Rovers. Ze begaf zich misschien op een lijn, maar ging er niet overheen, vindt ze. Als de mensen het hokje uitstapten, konden ze kiezen of ze wilden dat de foto en het filmpje werden opgeslagen. De beelden verschenen op de website, een filmpje en dan de vier fotoresultaten ernaast. „Daarna heb ik nooit een mailtje gekregen of ik iets wilde verwijderen.”

In het fotohokje lieten mensen hun kwetsbaarheid zien. Onbewust. Rovers: „Wanneer je je laat fotograferen, dan wil je je beste kant laten zien. Zeker in deze tijd waarin we constant foto’s over ons leven delen via social media. In het hokje zoekt iedereen naar een manier om iets van zichzelf te laten zien, maar is dit wie we zijn? Zie ons echt.”

Rovers bekeek de vierduizend filmpjes allemaal. Kijken, klikken, vier dagen lang. Wat ze daarvan over mensen leerde? „Misschien dat ik door al die duizenden filmpjes te zien met zo veel verschillende mensen, die toch allemaal hetzelfde doen en ik uiteindelijk naar mezelf zit te kijken.”