Die cockpitdeur hoeft niet op slot

Burger wil niet de illusie van veiligheid, maar een betrouwbare autoriteit, betoogt Benno Baksteen.

Enkele dagen na de crash van Germanwings kondigde de Europese luchtvaartautoriteit de altijd-twee-personen-in-de-cockpit-maatregel af: een vlieger die de cockpit verlaat, moet worden vervangen door cabinebemanning. Dat lijkt verstandig, maar het is zorgwekkend. Een samenleving kan niet anders dan gebaseerd zijn op vertrouwen. Dat vertrouwen is niet blind. De samenleving mag en moet van de handelende professional kennis en kunde eisen. Maar een professional zal nooit onfeilbaar, alwetend en almachtig zijn. Het is daarom verstandig professionals in een lerend systeem te ondersteunen met procedures die ‘best practices’ vertegenwoordigen. Zo werkt luchtvaart van oudsher ook.

Buiten de luchtvaart zie je de laatste decennia regelmatig regelgeving die voortkomt uit de incident-regelreflex. Er gaat iets mis, al dan niet met grote gevolgen, en vervolgens proberen politici of beleidsmakers zoiets voor de toekomst te voorkomen. Via regelgeving die beperkt en dwingt: regels als gestold wantrouwen. Zulke regels helpen de handelende professional niet. Erger, ze gaan ten koste van tijd en aandacht voor de uit te voeren taak. In de extreme variant zijn het zelfs nog slechts verantwoordingsregels, die vooral proberen te voorkomen dat de organisatie of bewindspersoon de schuld krijgt als er iets mis gaat. Wat men aan de overkant van de Atlantische Oceaan ‘cover-your-ass-rules’ noemt. Kijk, alles is afgevinkt, we ‘re good. Die regels halen naast de handelingsruimte ook de verantwoordelijkheid weg bij de professional.

Bovendien is de leefwereld rommelig en onvoorspelbaar. Gestold-wantrouwen-regels zorgen in nieuwe gevallen voor nieuwe problemen, wat leidt tot nieuwe incident-regelreflexen. Sinds 9/11 ook in de luchtvaart. De gepantserde cockpitdeur is daar een goed voorbeeld van. Een cockpitdeur die op slot kan, is wellicht niet verkeerd, maar gepantserd en automatisch op slot? Dan moet je dus ook een oplossing verzinnen voor het geval een vlieger, die even alleen zit, onwel wordt. En daarna eentje voor het geval een onverlaat de code weet te bemachtigen die als oplossing voor het eerdere probleem is ingebouwd. De emotie, die onder de aanvankelijke beslissing lag, is uiteraard begrijpelijk. Maar de beslissing zelf niet, als je kijkt naar de gebeurtenissen van 9/11 in het vliegtuig dat het Witte Huis als doelwit had. De passagiers aan boord van die vlucht kregen door wat er stond te gebeuren en bestormden de cockpit. Waarna de kapers geen andere optie hadden dan de vlucht te laten verongelukken zonder het doel te bereiken.

De twee-personen-in-de-cockpit-regel introduceert eveneens nieuwe problemen. Bijzonder ook dat er geen enkel probleem wordt opgelost. Een vlieger heeft veel verschillende mogelijkheden om systemen ontspannen kletsend te programmeren, om vervolgens met een enkele handeling het vliegtuig onhoudbaar te laten verongelukken. Een lid van de cabinebemanning zal dat niet in de gaten hebben tot het te laat is. Dat roept om een volgende regel: alle leden van de cabinebemanning moeten een volledige vliegopleiding krijgen. Dan blijft het probleem dat een cabin attendant, die niets van plan is, vermoedelijk eenvoudig kan worden uitgeschakeld door een vlieger die dat wel is. Volgende regel: leden van de cabinebemanning moeten getraind zijn in man-tegen-man gevechten? De enige effectieve bescherming tegen de extreem zeldzame kortsluiting in het hoofd van een vlieger is niet ongeremd wantrouwen, maar een laagdrempelig meldsysteem voor afwijkend gedrag. En zo’n systeem bestaat al.

Degenen die deze maatregel afkondigden zijn natuurlijk niet dom of naïef. Ze denken dat de burger/kiezer dit wil en verwacht. Precies daar zit de oplossing. Want veel burgers/kiezers willen en verwachten helemaal niet dat de overheid de illusie van controle biedt. Ja, misschien even, overspoeld door de heftige emotie. Maar daarna krijgt het gezonde verstand de overhand. Mensen beseffen dat 100 procent veiligheid niet bestaat. Ze willen wel, terecht, dat wat gedaan kan worden ook goed wordt gedaan. En dat het resterende risico klein is. Ze willen een betrouwbare overheid, niet de illusie van controle. Zeker niet als die illusie de samenleving verarmt of verlamt. Burgers zijn verstandiger dan sommige bestuurders denken.