De juffrouw kan nu ‘nee’ zeggen

Ouders die verhaal komen halen. Collega’s die jou voor hun karretje spannen. Groeiende werkdruk. Soms weet de leerkracht echt niet hoe ermee om te gaan. Gevolg: stress en uitval. De onderwijsbond heeft er een cursus voor.

Even voor tienen lopen de cursisten het lokaal binnen. Op de banken een mapje met de cursusinformatie: „Assertief omgaan met collega’s.” De cursisten zijn zes mensen uit het onderwijs.

„Ik kan geen nee zeggen”, zegt een 26-jarige basisschoolleerkracht tijdens het voorstelrondje. „Als mij wat gevraagd wordt, voel ik de druk om ja te zeggen.”

Een 39-jarige docente Engels heeft moeite om te communiceren met de economiedocent. „Hij is veel assertiever dan ik. Hij komt uit het bedrijfsleven.” En mensen uit het bedrijfsleven zijn sowieso assertiever, zegt ze. De cursisten zijn omwille van privacy geanonimiseerd.

Je hebt het als docent niet makkelijk: mondige leerlingen en ouders bemoeien zich overal mee, klinkt het unaniem onder de cursisten. Vorige week werd nog een leerkracht mishandeld door een ouder. De leerkracht hield er een gekneusde kaak en blauwe plekken aan over.

Een andere leerkracht werd eerder die week door een boze moeder bij haar keel gegrepen. Excessen zijn het volgens de docenten. Zelf hebben ze nog nooit fysiek geweld van ouders meegemaakt. Kritiek vaak genoeg.

„Als je een leerling straft omdat het huiswerk niet gedaan is, krijg je steeds vaker een mondige ouder over de vloer die er iets anders van vindt. Hoe vaak ik niet heb gehoord dat hun kind nooit zoiets zou doen”, aldus een basisschooldocent. Maar: „Kritiek van ouders moet je als docent kunnen hebben: jij bent de professional”, verklaart een cursist.

Kritiek van collega’s is veel lastiger, zeggen de docenten. „Dat zijn ook professionals.” Als die openlijk aan jouw functioneren twijfelen of je treiteren, komt dat harder aan.

Uit het voorstelrondje blijkt dat de cursisten moeite hebben voor zichzelf op te komen in die situaties, ze staan vaak anderen ten dienste en houden te weinig rekening met zichzelf. „Allemaal karakteristieken van niet assertief zijn: sub-assertiviteit”, zegt Brigit Linssen, cursusleider van onderwijsvakbond AOb.

Daardoor kroppen de cursisten veel op, wat tot stressklachten en overbelasting leidt. Een van hen, al vijftien jaar docent: „Ik neem zulke gevoelens mee naar huis en kom dan daar tot ontploffing. Tegen de verkeerde persoon.” Cursusleider Linssen komt dat vaker tegen. „Dan reageren ze niet assertief, maar juist agressief. En daarmee bereik je je doel niet.”

In 2010 begon de AOb de assertiviteitscursus. Schoolleiders steunen docenten die de cursus volgen. Stressklachten kunnen immers tot uitval leiden. En dat wil de schoolleiding niet. „90 procent van de deelnemers krijgt de cursus vergoed”, aldus Linssen. Deelname kost 180 euro voor AOb-leden en 300 euro voor niet-leden.

Aanvankelijk waren het vooral beginnende docenten die zich aanmeldden. Tegenwoordig wordt de cursus zo’n tien keer per jaar gegeven, met gemiddeld tien deelnemers, van alle leeftijden. De jongste vandaag is 26, de oudste 60 jaar. Allen vrouw. „Normaal is 70 procent vrouw, 30 procent man”, verzekert Linssen.

De interesse in de cursus komt volgens cursisten door de toegenomen werkdruk die zij ervaren. Een 41-jarige intern begeleider: „Assertieve collega’s weten heel goed de werkdruk te verschuiven naar collega’s die geen nee kunnen zeggen.” En dat levert voor de aanwezigen vervelende gesprekken op en uiteindelijk een hogere werkdruk.

Die toename in werkdruk mag volgens de cursisten „absoluut” niet ten koste gaan van de leerling. Linssen: „Het gevoel van verantwoordelijkheid voor de toekomst van de kinderen is enorm.” Daardoor cijferen leerkrachten zichzelf nog meer weg.

Of ik het even wilde doen

Eén leerkracht van een basisschool knikt zuchtend. „Dat had ik laatst nog. Een collega moest een leerling beoordelen die ik vorig jaar in de groep had. Daar had mijn collega geen zin in: of ik dat niet kon doen. Dat wilde ik niet, het was haar verantwoordelijkheid.” Even later zat ze toch het beoordelingsformulier in te vullen. „Dan doe je het toch, voor het kind.”

In een rollenspel komt de situatie van de 26-jarige leerkracht aan de orde. Bij teamvergaderingen krijgt zij er tegen haar zin elke keer taken bij. „Er werd iemand gezocht om het kerstdiner te organiseren. Ik voelde de vraag al aankomen.” Ze maakte „zoals altijd als enige oogcontact met de directeur”. En werd meteen gevraagd: „Ik probeerde nee te zeggen, maar zei toen dat ik het op zich wel zou kunnen doen, maar niet in m’n eentje.”

Een minuut later had ze de organisatie van het kerstdiner op zich genomen, alleen. De eerste tip van Linssen: „Ga de volgende keer, net als je collega’s, bij zo’n vraag ook wat anders doen. Je make-up bijvoorbeeld.”

En als ze dan toch gevraagd wordt? „Nee zeggen en daarbij blijven”, zegt Linssen. „Geen mitsen en maren.” Want: ‘op zich’ betekent dat je het dus wél kan doen. ‘Maar’ biedt onderhandelingsruimte, en al die redenen waarom je het ‘niet in je eentje’ kan doen, moedigen ook weer nieuwe pogingen aan.

Ook zit de 26-jarige leerkracht naar voren gebogen, terwijl ze met de directeur praat. Linssen: „Die andere persoon wil wat van jou, leun in zo’n gesprek achterover.” Non-verbale communicatie is net zo belangrijk als verbale, wil zij maar zegen.

De cursist knikt, de volgende keer gaat ze het proberen. „Ik moet het even laten bezinken.” Linssen: „Het zal niet meteen goed gaan, maar je weet nu wel waar je op moet letten.”

    • Bas Tooms