De Europeaan Bert Koenders

De eind vorig jaar als opvolger van Frans Timmermans aangetreden nieuwe minister van Buitenlandse Zaken, Bert Koenders (PvdA), stond in tegenstelling tot zijn voorganger en partijgenoot niet bekend als een ‘Europeaan’. Waarbij ‘Europeaan’ begrepen moet worden als iemand die volop gelooft in het ideaal van intensieve Europese samenwerking en dit ook uitdraagt.

Timmermans had op dit terrein een verleden. Als Nederlandse parlementair afgevaardigde naar de Europese Conventie schreef hij begin deze eeuw driftig mee aan de Europese Grondwet die er uiteindelijk niet in de oorspronkelijk voorgestelde vorm zou komen, als gevolg van veto’s in enkele lidstaten, waaronder in Nederland. Waar Timmermans zich als PvdA-politicus in de Tweede Kamer vooral met Europa bezighield, ontfermde Koenders zich over de rest van de wereld.

Als minister van Buitenlandse Zaken zal Koenders zich volop met Europa moeten bezighouden. Al was het maar omdat dit kabinet bij zijn aantreden heeft besloten de aparte staatssecretaris voor Europese Zaken op te heffen. Een efficiencymaatregel die Koenders volgend jaar, als Nederland een half jaar lang roulerend voorzitter van de Europese Unie is, nog kan opbreken. Alleen al zijn, dan door de agenda bepaalde en noodzakelijk fysieke, aanwezigheid in de rest van Europa kan ertoe leiden dat hij nauwelijks tijd zal hebben voor zijn portefeuille.

Belangrijker is wat het, voor zover het Europa betreft, relatief onbeschreven blad Koenders met de Europese Unie wil. Zijn als ‘keynote speech’ aangekondigde verhandeling van gisteravond voor studenten in Leiden hield de belofte in dat hierover meer duidelijkheid zou komen. Die is helaas uitgebleven. De Europese Unie wordt vaak aangeduid als een labyrint. Het heeft er alle schijn van dat Koenders in dat labyrint nu al de weg is kwijtgeraakt. Als minister van Buitenlandse Zaken heeft Koenders het vaak over keuzes maken. Maar die bleven gisteren juist uit.

In zijn toespraak vielen weliswaar vaak de woorden nieuw en vernieuwing, maar concrete inhoud gaf hij hier nauwelijks aan. Zo had Koenders het over de noodzaak van een „nieuw nuchter Europees contract” om het vertrouwen van de burger te herstellen. Is dit niet iets anders dan de onderlinge afspraak dat zowel Europa als de lidstaten goed bestuurd dienen te worden, dan is dit toch wat mager en vooral vrijblijvend.

Natuurlijk, Koenders is gebonden aan het regeerakkoord van VVD en PvdA, dat zeker ten aanzien van Europa hybride is. Maar ruimte voor accenten is er altijd. Die heeft Koenders vooralsnog niet gezet.