De componist die het operahuis wilde opblazen

Redacteur Merlijn Kerkhof (28) laat iedere dinsdag zien wat de schoonheid van klassieke muziek is. Vandaag: de raadselachtige Pierre Boulez.

Alle kunst van vroeger moet worden vernietigd. Een beschaving die conserveert is een beschaving in verval, omdat die het geheugen belangrijker vindt dan de toekomst. Sjostakovitsj is een derderangs Mahler. En o ja: het operahuis moet worden opgeblazen.

Het zijn nogal statements. Van één man, één van de belangrijkste naoorlogse componisten en dirigenten: Pierre Boulez. Vorige week werd hij 90. Reden voor The Guardian om een overzichtje te maken van zijn markantste uitspraken. Boulez is namelijk ook een groot polemicus. Vrijwel niemand ontkomt aan zijn kritiek, ook vroegere leraren (Messiaen) en voorbeelden (Schönberg) niet.

Met de jaren is hij iets milder geworden. Collega’s die hij afkraakte kregen eerherstel, stukken die hij eerst de moeite niet waard vond (zoals Bartoks geniale Concert voor orkest) dirigeerde hij alsnog. Maar écht mild is hij nooit geworden. Zo maakte hij in 2011 in The Economist nog een vergoelijkende opmerking over de Talibaan: „They decry the Taliban for destroying everything, but civilisations are destroyed to be able to move on.” Want, zei hij: op excessief conservatisme volgt explosie.

Zo’n opmerking kun je alleen begrijpen als je weet in welke omstandigheden Boulez opgroeide. De Fransman was 20 toen de Tweede Wereldoorlog eindigde. Na de oorlog was de drang naar vernieuwing in de kunsten groot. De kunst van de beschaving die verantwoordelijk was voor de Holocaust, had afgedaan.

Juist in Duitsland vond de vernieuwende beweging weerklank. Steden als Darmstadt en Donaueschingen werden centra voor experimentele muziek. En Boulez ontpopte zich tot een van de leiders – hij bepaalde wat goed en fout was. Achteraf niet zo gek: hij was een uitstekende componist, én goed gebekt én een buitengewoon talentvol dirigent.

De dirigent Boulez (geliefd om zijn uitvoeringen van het werk van Debussy, Mahler en Stravinsky) heeft overigens meer fans dan de componist Boulez. Zijn eigen muziek wordt nogal eens voor moeilijk en, erger, gedateerd versleten.

In zijn vroege werk ging hij door op de weg die Arnold Schönberg met zijn twaalftoonsreeksen was ingeslagen – alle twaalf tonen moesten steeds in een bepaalde reeksen voorbijkomen. Boulez ging nog verder en ontwikkelde een eigen soort integraal serialisme, waarin andere muzikale parameters (zoals ritme en dynamiek) ook in een bepaalde regelmaat werden voorgeschreven. Later zou hij daar vrijer en fantasievoller mee omgaan. Ook liet hij veel invloeden uit andere culturen toe: Balinese gamelanmuziek, jazz, muziek uit Afrika en Japan. Zijn Le marteau sans maître (‘Hamer zonder meester’), voltooid in 1957, is daarvan een voorbeeld.

Boulez is verantwoordelijk voor een overzichtelijk oeuvre. Zo’n dertig stukken zijn gepubliceerd. Maar hij heeft wel meer bereikt. In Parijs opende onlangs een nieuwe concertzaal – de state of the art Philharmonie de Paris. Zonder de machtige lobby van Boulez was die er niet geweest.