Column

De buikschuiver en ander jeugdsentiment

Goedenavond Dames en Heren’ (MAX).

Bijna overal in de westerse wereld kom je ze tegen: kleine, veelal particuliere musea die van onder tot boven volgestouwd zijn met geinige dingen van vroeger. De markt voor nostalgie is immers bijna onbegrensd. Het enthousiasme van de verzamelaar van voetbalplaatjes, Dinky Toys, theemutsen en jukeboxen wordt maar al te vaak weerspiegeld door de ontroering van de bezoeker uit dezelfde generatie, bij het weerzien met zijn jeugd.

De aanblik van die uitstalkasten kan veel genoegen bieden, maar vaak ontbreekt een visie op het verleden, een ordening die begrip verraadt over het verschil en de continuïteit tussen toen en nu.

De feitelijke ster van Goedenavond Dames en Heren (MAX), de nieuwe dramaserie over de begintijd van de televisie, is production designer Ben Zuydwijk. Hij kon zich uitleven op een bijna realistische interpretatie van een kapsalon in Hilversum, een televisiestudio, een huishoudschool en nog zo het een en ander uit 1963. In dat jaar werd de 250.000ste aansluiting op de enige televisiezender bereikt. Voor het eerst ging de televisie, tot dan toe hoogstens één toestel per straat, een rol spelen in het dagelijks leven van de meeste mensen.

Met opnieuw regisseur Rita Horst proberen producenten Alain de Levita en Job Gosschalk het succes te evenaren van de vorige MAX-serie Moeder, ik wil bij de revue (2012). Maar dat scenario was meer gelaagd en geladen dan het in de eerste aflevering wat kabbelende script van Jean van de Velde. Het gaat vooral om het feest der herkenning, dat voor jongere generaties een eerste kennismaking betekent: de Selvera’s zingen De Postkoets, kijk daar heb je de arm van de weerman en die rare dokter Moerman met z’n kankerdieet. Alleen heette dat toen ‘k...’ of ‘de gevreesde ziekte’.

Er is nu al een waslijst te maken van wat er allemaal niet klopt in de serie. Het lied Alle leuke jongens willen vrijen ging in 1963 echt nog een brug te ver. Gonnie Baars zong het dan ook pas vier jaar later, en ik herinner me de kleine schok die dat toen veroorzaakte.

Belangrijker is een wezenlijk onbegrip van de werking van het zuilenstelsel. De omroepdirecteur Peter van Dijk (Paul R. Kooij) wordt niet gekoppeld aan een zuil, maar we zien wel een opname met het logo van de NTS. Het is echter uitgesloten dat die koepelorganisatie amusement zou hebben uitgezonden, dat mocht immers niet van de andere omroepen.

Wel is het denkbaar dat zo’n bons een nichtje had die omroepster werd, maar zeker geen 20-jarige zonder degelijke vooropleiding. De omroepen waren er om het publiek te verheffen, de dictie was deftig en je moest als omroepster minimaal over enige algemene ontwikkeling en talenkennis beschikken.

Moeder, ik wil bij de revue was spannend omdat het amusement gebruikte als canvas voor maatschappelijke verandering. Met hoe veel nostalgisch plezier ik ook naar Goedenavond dames en heren kijk, ik vrees dat we er inhoudelijk weinig van hoeven te verwachten. Maar wel: kijk, een zwart-wittelevisie! Een buikschuiver! En een Goggomobil!