ABN: minister zou ons verdedigen

Dijsselbloem toonde zich volgens documenten ‘tevreden’ over hoe de beloningsdiscussie was opgelost.

Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA) heeft in het voorjaar van 2014 goedkeuring gegeven aan de omstreden loonsverhoging voor de top van ABN Amro. Ook heeft hij toegezegd dat hij die publiekelijk zou verdedigen. Dat stelt ABN Amro in een brief die zij in augustus 2014 heeft verstuurd aan de stichting die voor de staat de aandelen van de bank beheert.

De brief verwijst naar een gesprek op 7 maart vorig jaar, waarin de minister zou hebben „toegezegd dat hij de uitkering van deze toeslag zal verdedigen”. Ook heeft hij „zijn tevredenheid geuit over de wijze waarop de beloningsdiscussie is opgelost”. De brief, in bezit van deze krant, is ondertekend door topman Gerrit Zalm en president-commissaris Rik van Slingelandt.

De inhoud van de brief is opmerkelijk. Dijsselbloem reageerde fel op de loonsverhoging toen die openbaar werd. Hij noemde die een „graat in de keel” en „donders vervelend”, al zei hij erbij dat hij er „juridisch en politiek” niets aan kon doen.

Na de ministerraad van vorige week vrijdag sprak hij van een verkeerd signaal, dat slecht te begrijpen is. „Dit is een kwestie van moraliteit. Of je het verantwoord vindt ten opzichte van bankmedewerkers die al jaren op de nullijn zitten en de duizenden die hun baan kwijtraakten [...].”

Uit een ander document, ingezien door deze krant, blijkt dat Dijsselbloem aanvankelijk geen bezwaar heeft gemaakt tegen de interpretatie door ABN Amro dat hij de salarisverhoging goedkeurde en zou verdedigen.

Vrijdag besloot Dijsselbloem de beursgang van ABN Amro uit te stellen, wegens de publieke commotie.

Uit de brief blijkt dat op 7 maart 2014 een gesprek is geweest tussen minister Dijsselbloem en topman Zalm. Ook Van Slingelandt en toenmalig president-commissaris Hessel Lindenbergh waren daarbij. Verder was oud-bankier Michael Enthoven, voorzitter van de stichting die de aandelen van ABN Amro beheert, aanwezig. Naar dat gesprek wordt in de brief uitgebreid verwezen. Tijdens dat gesprek is „door alle aanwezigen geconcludeerd” dat ze het eens waren over „de legitimiteit” van de salarisverhoging, schrijven Zalm en Van Slingelandt.

Dijsselbloem heeft vorige week in de Tweede Kamer gezegd dat hij de afgelopen jaren diverse keren overlegd heeft met de raad van commissarissen. „Ik heb tegen de raad gezegd dat ik de bestuurders het recht op deze verhoging, dat in 2012 al tot stand is gekomen, niet ontzeg”, aldus Dijsselbloem. Hij erkende ook dat de verhoging eerder was geaccordeerd. Hij zei in de Kamer ook: „Ik heb ook gezegd dat ik het in het licht van de huidige maatschappelijke omstandigheden onverstandig vind om die verhoging nu alsnog te laten ingaan, nadat er twee jaar eerder van is afgezien. De raad van commissarissen heeft vervolgens volhard.”

Het ministerie van Financiën stelt in een reactie dat de beloningsdiscussie in 2014 over twee onderwerpen ging: de salarisverhoging maar ook het afzien van een oude bonus uit 2010 die in 2013 uitgekeerd zou worden. De minister heeft er „nooit een misverstand over laten bestaan” wat hij van de salarisverhoging vindt en „gewaarschuwd voor de schade voor de bank”. „Tegelijkertijd heeft hij erkend dat het juridisch en bestuurlijk correct is verlopen en in dat licht te verdedigen.”