Weg met de economie!

In 2010 werd Mark Rutte ‘de eerste liberale premier’ in Nederland sinds 1918. Daar was Rutte heel trots op, schrijven historicus Rutger Bregman en economisch journalist Jesse Frederik in Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers, het essay dat ze voor de Maand van de Filosofie schreven. Maar Rutte is wel een heel ander soort liberaal dan premier Cort van der Linden een eeuw geleden, stellen de twee van De Correspondent vast. Want terwijl Rutte extra belastingen op hoge inkomens smalend ‘jaloeziebelastingen’ noemt en erfbelasting ‘sterftaks’, vond Pieter Cort van der Linden dat er iets moest worden ondernomen tegen de stuitende megawinsten van speculanten en fabrikanten.

Hoe het komt dat Cort van der Linden bijna een marxist was in vergelijking met Rutte, leggen Bregman en Frederik uit in een glashelder en prikkelend betoog. De belangrijkste oorzaak is dat de economische wetenschap van karakter is veranderd. Voor achttiende-eeuwse grondleggers van de economie als Adam Smith was economie ook een kwestie van moraalfilosofie. Maar neoklassieke economen als William Stanley Jevons wilden er een keiharde natuurwetenschap van maken. Na de Tweede Wereldoorlog raakten zelfs Nederlandse sociaal-democraten overtuigd van de universeel heilzame werking van de vrije markt.

Probleem is dat de moraalloze homo economicus, het fundament van de neoklassieke economie, niet bestaat, betogen Bregman en Frederik. En dus is de economie geen natuurwetenschap maar een gewone sociale wetenschap die niet in staat is om de toekomst te voorspellen.

Hoe ook linkse politici in Europa vrijemarktgelovigen zijn geworden, beschrijven Bregman en Frederik jammer genoeg niet. De gevolgen brengen ze wel in kaart: de ongelijkheid is nu in veel landen zo groot geworden dat ze schadelijk is. Het is daarom de hoogste tijd dat economie weer politieke economie wordt.