Wat moet je weten over Bachs Matthäus

Wie was Matthäus? Wat is een Passion? En wat heeft die met Jezus en Pasen te maken?

1 Jaarlijks naar de Matthäus, waarom?

De Matthäus van Bach wordt jaarlijks honderden keren in Nederland uitgevoerd. Bach voerde zijn passie zelf uit op Goede Vrijdag 1729 in Leipzig. Na zijn dood werd de Matthäus vergeten, tot Mendelssohn in 1829 een revival in gang zette.

Onze passietraditie begon in 1899, toen Willem Mengelberg zijn eerste Matthäus met het Concertgebouw Orkest en Amsterdams Toonkunstkoor dirigeerde. Dat werd een traditie, maar die kwam niet uit de lucht vallen. Al in 1874 zong het Toonkunstkoor haar eerste Matthäus onder Johannes Verhulst. De Bachvereniging bood vanaf 1922 een ‘authentieke’ tegenhanger van de zware Mengelberg-stijl. Hun uitvoeringen in Naarden groeiden uit tot society-evenementen, jaarlijks bijgewoond door het kabinet.

2 Een ‘passie’, wat betekent dat?

Door de verwantschap met ‘Pasen’ en ‘passie’ (in liefde of voor postzegels) ontstaat gemakkelijk verwarring over wat een ‘passie’ als muziekgenre inhoudt: een werk over het lijden van Jezus, die op Goede Vrijdag in Golgotha werd gekruisigd, uit te voeren in de lijdenstijd vóór Pasen. Is het eenmaal Pasen, zijn er dus geen uitvoeringen van de Matthäus en de Johannes Passion meer. Voor Pasen schreef (of hergebruikte) Bach Paas-cantates, die doorgaans veel uitbundiger van karakter zijn.

3 Hoe zit de Matthäus in elkaar?

In lengte, dramatiek en monumentaliteit waren Bachs passies in de Lutherse kerk zonder precedent, maar componisten als Kaiser, Telemann en Händel hadden wel al bescheidener passies geschreven. De tekst van Bachs Matthäus heeft drie bestanddelen; teksten uit de bijbelhoofdstukken 26 en 27 van het evangelie volgens Matteüs, door Bachs vriend Picander (een postbode) geschreven poëzie en koralen, bestaande Lutherse kerkliederen. De tekst en melodieën van de koralen zijn dus niet van Bach zelf, de inkleuring wel. De evangelist (tenor, hoge mannenstem) zingt/vertelt het verhaal, sober begeleid door basso continuo (meestal orgeltje, klavecimbel, cello). Daarnaast zijn er zingende personages, onder wie Jezus. Twee koren worden in de actie betrokken. Zij nemen de rollen aan van o.a. discipelen en hogepriesters (koor 1) of van het volk dat Jezus aan het kruis wil (koor 2). In de recitatieven en aria’s van solisten wordt de handeling stilgezet. Het recitatief (soms ‘arioso’) slaat een brug tussen de ‘actie’ van het verhaal en de beschouwende aria, waarin de gemoedstoestand van de toeschouwer (ofwel: de kerkganger) uitdrukking krijgt.

4 Hoe moet de Matthäus klinken?

Uitvoeringen van Bachs passies zijn er in alle soorten en maten. De praktijk is voortdurend in ontwikkeling. Mengelberg voerde de (gecoupeerde) Matthäus heel langzaam uit met een megagroot koor. In de jaren zeventig raakte de ‘authentieke uitvoeringspraktijk’ in de mode dankzij dirigenten als Nikolaus Harnoncourt en Gustav Leonhardt. Die mode domineert nog steeds: barokgezelschappen spelen op oude instrumenten in lagere stemming en met darmsnaren voor de strijkinstrumenten, zonder vibrato, in vaak vlotte tempi en met barokke frasering. De koren werden steeds kleiner. Radicaal is de opvatting van o.a. Joshua Rifkin dat slechts één stem per koorpartij mag klinken. Jos van Veldhoven experimenteerde bij de Bachvereniging met asymmetrische kooropstelling, waarbij in het kleinste koor de solisten tevens koorzangers (ripiënisten) zijn.

5 Wat zijn de hoogtepunten?

Je kunt zeggen: de Matthäus Passion (duur: ca. twee uur en drie kwartier) kent geen hoogtepunten. Of liever: alleen maar. Van het openingskoor met de slepende gang van Jezus met zijn kruis tot de emotionele intensiteit van de altaria Erbarme dich, begeleid door solo-viool of het kaatsende koorfragment Sind Blitze, Sind Donner: iedereen heeft zijn eigen favoriete aria of koordeel.