Vloeiend combinatievoetbal kan niet met dit Oranje...

Met een goal in blessuretijd ontsnapte Oranje ternauwernood aan een nederlaag tegen Turkije (1-1). De ploeg heeft kwalificatie voor het EK daardoor nog net in eigen hand.

In de 63ste minuut maakte Bas Dost zijn debuut in het Nederlands elftal. Hij viel in voor Nigel de Jong. Foto KOEN VAN WEEL/ANP

Ook op zijn zwakste momenten heeft Guus Hiddink nog altijd de durf om zich af te zetten tegen het staketsel dat Louis van Gaal bouwde in Brazilië. Het was niet anders zaterdagavond na het gelijkspel tegen Turkije (1-1). „Het WK was prachtig qua resultaat, dat kan ik vier keer herhalen. Maar je kunt er ook een blik doorheen werpen en zeggen: dat was niet zodanig om je permanent tot de top van Europa te beschouwen, qua spel.”

Het is niet top, dat is voldoende aangetoond. Hiddink had gedacht dat dit Oranje verder was, zei hij onlangs in een interview waarin hij terugkeek op de dramatische wedstrijden die het Nederlands elftal speelde sinds zijn terugkeer als bondscoach. Hij had alle recht dat te denken met een elftal dat derde op het WK was geworden. De realiteit bleek weerbarstig. Maar Oranje, hoopte Hiddink nu, was die aarzeling voorbij. Hij zal rond de Kerst gefantaseerd hebben over het vervolg van zijn bondscoachschap, na de hem gegunde dan wel zelf afgedwongen doorstart eind vorig jaar.

Hij moet zich hebben verheugd op de terugkeer van Kevin Strootman, die net die weken voor Kerst weer zijn eerste wedstrijden speelde voor AS Roma na een ernstige knieblessure.

Hij zal genoten hebben van de fitte Arjen Robben bij Bayern München, de enige international die dit decennium een constante was op wereldniveau.

Hij zal watertandend hebben uitgekeken naar het experimenteren met zijn vondst: het partnerschap van Robin van Persie en Klaas-Jan Huntelaar, de twee spitsen die de bondscoach in hun 31ste levensjaar nader tot elkaar had gebracht onder het genot van Hiddinks smeermiddel voor alles: koffie.

En hij dan, in die fantasie, als herboren leider die grip kreeg op Oranje, de stroeve pijnpunten kon isoleren en zo het verlangen naar vloeiend voetbal zou bevredigen. Dat zou zijn antwoord zijn op het betonvoetbal dat in Brazilië afgelopen zomer succes bracht op het WK. Eindelijk zou hij zich van die speelwijze afzetten: met een klaterende overwinning tegen Turkije.

Maar vier maanden na zijn enige overtuigende zege onder zijn leiding, tegen Letland (6-0), zette de onttakeling van Oranje zich onverminderd voort. Strootman had zich in januari opnieuw zwaargeblesseerd en ook de geblesseerde Van Persie en Robben ontbraken in de Arena.

Terugvallen op bewezen krachten

Zo bleef het bij fantaseren over een beter Oranje, van een dominantere ploeg die de middelmaat ontstijgt. Hiddink zei dat hij dit elftal nog wel aan de praat krijgt, maar hij wist in de gauwigheid na de wedstrijd nog niet onder woorden te brengen hoe.

Huntelaar en Wesley Sneijder brachten tegen Turkije pas in de 92ste minuut redding met een vreemdsoortige goal. Dat terwijl Hiddinks avond niet aangenamer had kunnen beginnen met het resultaat dat Letland in Praag over de streep trok: 1-1 tegen Tsjechië, koploper in groep A. Oranje tartte het lot tegen Turkije, waarin het op de valreep een vijfde nederlaag onder Hiddink voorkwam. Daarmee heeft de kwetsbare ploeg directe plaatsing voor het EK in Frankrijk volgend jaar zomer nog grotendeels in eigen hand als het alle duels vanaf nu wint. Turkije blijft vooralsnog onder nummer drie Oranje, IJsland en Tsjechië staan respectievelijk vijf en zes punten los.

Geheel des Hiddinks viel de bondscoach in zijn basiself terug op bewezen krachten, ook al zou dat ten koste gaan van de dynamiek in het team. Zo werd de rol van controlerende middenvelder toevertrouwd aan iemand „met meer bagage uit het verleden”: Nigel de Jong dus. En niet Jordy Clasie met diens, als hij het op zijn heupen heeft, splijtende passing. Op linksback begon de statische Daley Blind, niet de impulsieve Jetro Willems.

Het bleken schijnzekerheden die Hiddink had ingebouwd en zo maakte de bondscoach zich weer kwetsbaar voor het verwijt van favoritisme dat hem vaker aankleeft. Het zal hem frustreren dat net ‘old soldiers’ De Jong en de onder Hiddink weer bij Oranje aangehaakte Ibrahim Afellay niet brachten wat van internationals van hun statuur mag worden verwacht als de derde plaats, en dus EK-kwalificatie, op het spel staat.

Maar ook de inmiddels ervaren centrale verdedigers Bruno Martins Indi en Stefan de Vrij, tegenwoordig werkzaam in landen waar verdedigen kunst is, moesten weer door het stof toen Burak Yilmaz tot tweemaal toe mocht keren en schieten. Eén keer volledig vrijstaand zelfs, een schot dat nog gekeerd werd door Martins Indi. De tweede keer trof de Turkse spits doel en daarmee was het bekende script onder Hiddink weer ten uitvoer gebracht: machteloosheid met een 1-0 achterstand tot gevolg.

Tegen Spanje nieuwe impulsen

Winst is dat Nederland zich nu eens oprichtte, al had het met verzorgd voetbal weinig van doen. In de 62ste minuut al speelde Hiddink zijn enige troef, stormram Bas Dost. Precies een half uur later duwde Huntelaar zijn hoofd tegen een schot van Sneijder, die als één van de weinige internationals terug kan kijken op een geslaagde wedstrijd tegen zijn Turkse ploegmakkers van Galatasaray cum suis.

En nu? Hiddink voorspelde zaterdagavond alvast „meerdere mutaties” in de opstelling voor de oefeninterland tegen Spanje morgen. En zo is de ruimte daar voor impulsen van een trappelende generatie. Pas in juni komt het Nederlands elftal daarna weer in EK-kwalificatieverband bijeen. Hiddink kan weer maandenlang broeden op een geolied Oranje in de hoop dat die fantasie tijdig realiteit wordt.