Vier Nederlanders op nationale terreurlijst, tegoeden bevroren

Minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders heeft vier Nederlandse jihadisten toegevoegd aan de nationale terrorismelijst. Hun banktegoeden zijn bevroren en het is voor anderen verboden financiële middelen aan hen te verstrekken.

Bert Koenders voorafgaand aan de vredesmars gisteren in Tunis.

Minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken, PvdA) heeft de banktegoeden van vier vermeende Nederlandse jihadisten laten bevriezen. Het betreft de uitgereisde jihadgangers Soufiane Z. (27), zijn broertje Anis Z. (23), Thijs B. (25) en de teruggekeerde Syriëganger Maher H. (20).

Koenders heeft de “krachtige maatregel” genomen omdat de vier volgens hem “na terugkeer in de Nederlandse samenleving” een “potentieel risico” vormen. Sinds eind 2013 heeft de regering de banktegoeden van negentien vermeende jihadisten laten bevriezen.

Maher H. werd in december veroordeeld tot drie jaar cel. De Haagse rechtbank besloot vorige maand een rechtszaak tegen Soufiane en Anis Z. aan te houden, mede wegens vermoedens dat Soufiane Z. is gesneuveld bij een Amerikaanse luchtaanval op de Noord-Syrische stad Kobani. De rechtbank vreesde voor “een spookproces”. Het Openbaar Ministerie doet nu nader onderzoek.

180 Nederlandse jihadisten

Sinds eind 2013 heeft de regering de banktegoeden van negentien vermeende jihadisten laten bevriezen. Koenders liet half januari weten dat bij meer verdachten te willen doen. Het kabinet zei destijds dat ongeveer 180 Nederlandse jihadisten naar Syrië en Irak zijn vertrokken. 35 van hen waren toen al teruggekeerd naar Nederland, 21 jihadisten zouden zijn omgekomen.

Gisteren werd bekend dat Turkije vijf Nederlanders heeft aangehouden die de grens naar Syrië wilden oversteken. Het ministerie van Buitenlandse Zaken kon het bericht, dat was verspreid door het Turkse leger, niet direct bevestigen. Het is onbekend of zij van plan waren om zich in Syrië aan te sluiten bij een terroristische organisatie.

Verzameling DNA-materiaal

Premier Mark Rutte kondigde in augustus vorig jaar aan dat het kabinet het Nederlanderschap van jihadisten wil intrekken die in Syrië of Irak meevechten met terroristische organisaties. Een wet daartoe werd in september vorig jaar ingediend, maar is nog niet door de Eerste en Tweede Kamer behandeld. Jihadisten die op dit moment actief zijn in Irak en Syrië kunnen daarom nog niet op basis van die wet vervolgd worden. De regering wil opsporingsdiensten in de nieuwe wet meer bevoegdheden geven om nationale reisgegevens in te zien.

Ondertussen probeert het Openbaar Ministerie in Syrië en Irak DNA-materiaal te bemachtigen van gedode Nederlandse jihadstrijders. Het OM wil zo zekerheid krijgen welke jihadisten zijn overleden. Nu is daar veel onduidelijkheid over. Dat zei officier van justitie Bart den Hartigh van het landelijk parket, eind januari in NRC Handelsblad.