Overleven zonder ‘Mr Singapore’

Singaporezen na dood van vader des vaderlands bang voor politieke verdeeldheid.

Dragers arriveren na de rouwplechtigheid voor de kist met oud-premier Lee Kuan Yew. Langs de route naar het crematorium stonden gisteren tienduizenden mensen in de stromende regen. Foto Roslan Rahman/AFP

In de stromende regen staan Rani Naidu (35) en Prema Mohan (ook 35) te wachten tot de rouwprocessie van Lee Kuan Yew stapvoets voorbijtrekt. Van hun zwarte shirts tot hun zwarte broeken en schoenen, niets is droog. Ondanks het weer is de uitvaart voor de twee een bijna religieuze belevenis. „Hij was ons aller vader. Zonder hem zou Singapore niet bestaan, zou ik geen veilig leven hebben”, zegt Naidu, net als Mohan sociaal werkster en van Indiase komaf. „Dit is meer dan een overleden oud-regeringsleider. Voor mij is dit persoonlijk. Hij is de hoeksteen van mijn bestaan”, vult Mohan aan.

Als de stoet de hoek om komt, gutst het water van de glazen vitrine die de kist droog moet houden. „Lee Kuan Yew, LKY, LKY”, scanderen de duizenden Singaporezen langs de route. Ze huilen, ze knielen, ze gooien rozen, ze slaan kruisjes, ze plaatsen hun handen recht tegen elkaar en raken daarmee hun voorhoofd aan, het boeddhistische gebaar voor dank. Wie de emoties van de gewoonlijk stoïcijnse Singaporezen ziet, vraagt zich af: hoe moet deze welvarende stadstaat van 5,3 miljoen bewoners verder nu ‘Mr Singapore’ er niet meer is?

Prema Mohan is daar ook bezorgd over. „Iedereen had zo veel respect voor hem dat mensen zich aan zijn regels hielden. Dat heeft ons groot gemaakt. Nu is er grote kans op politiek”, zegt de Singaporese. Aan de afwijzende toon is het duidelijk dat dat zeker niet positief bedoeld is.

Peperdure rechtszaken

Het is misschien wel de grootste factor achter het succes van Lee Kuan Yew in het moderniseren van Singapore: de in Cambridge opgeleide jurist wist de politiek uit de democratie te halen. Serieuze politieke opponenten voor de People’s Action Party van Lee Kuan Yew werden in de beginjaren van Singapore vastgezet. Later werden ze bestookt met peperdure rechtszaken, zodat uitdagers nauwelijks een serieus tegenwicht konden vormen.

Het gevolg is een technocratisch landsbestuur. Wie een paar uur beraadslagingen van het Singaporese parlement volgt, krijgt de indruk dat het een bijeenkomst van ambtelijke ingenieurs, wetenschappers en planologen betreft. Minutieus wordt er over plannen gesproken, maar enige vorm van een debat tussen links, rechts, conservatief en liberaal ontbreekt.

Singapore is rijk geworden – in vijftig jaar van rommelige Aziatische havenstad tot schoon financieel, logistiek en wetenschappelijk knooppunt van de wereld – maar lang niet iedereen profiteert. Geschat wordt dat de twee staatsinvesteringsfondsen – GIC Private Limited en Temasek – samen 500 miljard Amerikaanse dollar bezitten.

Tegelijkertijd is het in Singapore doodnormaal dat de glimmende vertrekhal van het vliegveld wordt aangeveegd door een man van 75. Of dat de mevrouw die in een peperduur winkelcentrum de wc’s boent, zo oud is dat ze niet meer rechtop kan staan.

Als Singaporezen vrezen dat ‘politiek’ terugkeert, dan zijn ze vooral bang dat een charismatische figuur opstaat om te pleiten voor meer sociale voorzieningen en een grote welvaartsstaat, met goede pensioenregeling bijvoorbeeld. „Omdat de overheid zulke grote financiële reserves heeft opgebouwd, is Singapore zeer kwetsbaar om te worden overgenomen door een populistische partij”, schrijft de Singaporese oud-diplomaat en schrijver Kishore Mahbubani in zijn nieuwe boek Can Singapore Survive?, het enige non-fictie boek dat in Singaporese boekhandels naast de vele (auto)biografieën van Lee Kuan Yew prominent in de etalage staat. Mahbubani wijst naar Europa als voorbeeld hoe het mis kan gaan.

Gebrek aan charisma

Oppositiepartijen, zoals de Workers’ Party (met negen zetels de enige andere partij in het parlement), houden zich muisstil dezer dagen. Ze eren Lee Kuan Yew, maar zullen zeker beseffen dat er met het overlijden van de vereerde grondlegger van Singapore wellicht meer ruimte is.

Zoon Lee Hsien Loong is al elf jaar premier, maar ontbeert het charisma en de passie van zijn vader. Bij de laatste algemene verkiezingen in 2011 behaalde zijn regeringspartij 60,1 procent van de stemmen, het slechtste resultaat sinds de onafhankelijkheid. Voor januari 2017 moet Singapore weer naar de stembus in wat waarschijnlijk de spannendste verkiezingen ooit zullen worden.

In de doorweekte menigte maakt het C.K. Heng niet uit wie in Singapore aan de macht komt. Hij is bezorgder over het karakter van Singaporezen, zegt de 45-jarige ingenieur. „Lee Kuan Yew zei altijd dat Singapore in een moeilijke tijd is gesticht. Er was dreiging van communisme, van de agressie van Indonesië en rassenrellen hier”, zegt hij. „Maar vandaag de dag staan wij voor grotere problemen, zoals klimaatverandering en terrorisme”, zegt hij.

Geen gul land

In de opmerking van Heng hoor je de retoriek van Lee Kuan Yew zelf. Voortdurende existentiële bedreigingen waren in zijn toespraken de reden waarom Singapore burgerrechten wel moest beteugelen en waarom het land zich niet kon permitteren guller te zijn voor zijn inwoners. Alleen door werken, leren, bouwen, innoveren en beter worden heeft een ministaatje als Singapore bestaansrecht, redeneerde Lee Kuan Yew.

De twintigers en dertigers van nu groeiden op in ongekende welvaart en stabiliteit. „Zij hebben niet het kolonialisme, de Tweede Wereldoorlog en de Japanse bezetting meegemaakt”, zegt Heng. Naast hem staat zijn 12-jarige zoon Terris.

De afgelopen dagen hebben ze twee keer in de rij gestaan om de baar te bezichtigen. De eerste keer moesten ze tien uur wachten, de tweede keer zes uur. Heng: „We lijden voor Lee. Maar dat moet, want het is de enige manier om over te brengen waar hij voor stond aan de generatie die moet waken over alles wat hij opbouwde.”