Israëlisch oud-premier Olmert weer schuldig bevonden aan corruptie

Oud-premier Ehud Olmert van Israël is weer schuldig bevonden aan corruptie. Dat meldt persbureau AP. Olmert werd vorig voorjaar al veroordeeld tot zes jaar celstraf voor het aannemen van smeergeld toen hij burgemeester was van Jeruzalem

Olmert in mei in een rechtbank in Tel Aviv. Foto AP / Finbarr O'Reilly

Oud-premier Ehud Olmert van Israël is weer schuldig bevonden aan corruptie. De rechtbank acht bewezen dat hij jarenlang enveloppen vol geld heeft aangenomen van de Amerikaanse zakenman Morris Talansky, meldt persbureau AP. Olmert werd in eerste instantie in 2012 vrijgesproken, in wat toen werd gezien als een overwinning voor de voormalig premier.

Talansky gaf het geld onder meer in de periode dat Olmert leider was van de Likud-partij. In ruil voor de steekpenningen kreeg de ondernemer allerlei voordeeltjes.

Olmert werd vorig voorjaar al veroordeeld tot zes jaar celstraf voor het aannemen van smeergeld toen hij tussen 1993 en 2003 burgemeester was van Jeruzalem. De corruptiezaak draaide om steekpenningen die Olmert ontving om de bouw van een omstreden appartementencomplex te versoepelen. In beide gevallen ging het dus om corruptie in de tijd voor hij premier werd, onder meer in zijn functie als burgemeester van Jeruzalem en minister van Infrastructuur, Handel en Industrie (2003-2006).

Gezien als gematigd

De premier sinds 2006 moest na de aantijgingen van corruptie in 2008 zijn ontslag indienen. Tot zijn veroordeling vorig jaar werd nog rekening gehouden met een mogelijke politieke comeback.

Olmert was eerst lid van de centrum-rechtse partij Likud, de partij van huidig premier Netanyahu. Tegen de tijd dat hij premier werd sloot hij zich aan bij de eveneens centrum-rechtse partij Kadima. Hij werd gezien als gematigd, en door sommigen als de enige kansrijke rivaal van Netanyahu.

Olmert voerde in 2006 oorlog tegen Libanon en in 2008 tegen Gaza. Internationaal werd hij gerespecteerd voor zijn pogingen een vredesakkoord te bereiken met de Palestijnen.

In een eerdere versie van dit bericht stond dat het ging om een uitspraak in hoger beroep voor het aannemen van steekpenningen. Het gaat echter om een andere corruptiezaak.