MacMillans ‘Lukas’ is geweldige passie

Componist James MacMillan

Een goede uitvoering op cd van Bachs Matthäus Passion zullen de meeste liefhebbers wel hebben, meestal verscheidene. Maar Bachs Matthäus is natuurlijk lang niet de enige passiemuziek die onze aandacht verdient.

Vorig jaar ging in de ZaterdagMatinee de St. Luke Passion van de Schotse componist James MacMillan in premiere, o.l.v. Markus Stenz ideaal uitgevoerd door Radio Filharmonisch Orkest en Groot Omroepkoor. MacMillan, zelf rooms-katholiek, is niet bang voor monumentale religiositeit met tonale wortels – een mix die je vrij weinig in eigentijdse muziek aantreft. Zijn jongste passie (hij schreef ook al een opera-achtig dramatische Johannes) is ondanks de grote gebaren een meer introvert spiritueel werk met – een geniale dramatische vondst – kinderkoor als de stem van God (in de traditie van passieoratoria juist een sonore bas).

De essentie van het Lukas-evangelie volgens MacMillan is de nadruk op Christus’ leven en leerstellingen. Zijn passie begint met een oproep van het overweldigend zingende Groot Omroepkoor (Maria! Do not be afraid). De lyrische lijnen waarin Jezus’ verworvenheden worden bezongen (He has put down the mighty from their thrones) grijpen daarna aan door schoonheid en intensiteit, wat ook geldt voor de lijnen van God, door het Nationaal Jeugdkoor gezongen met precies beoogde ongereptheid en volmaaktheid. Dit is een groots koorwerk met eenvoudige middelen, waarvan je hoopt dat het nog heel vaak wordt hernomen.

Toch liever Bach zelf? Origineel is de opname van de Matthäus in de bewerking van Mendelssohn uit 1841 door HET Symfonieorkest onder Jan Willem de Vriend. De curiositeitswaarde (klarinetten, openingskoor met solisten in de koraalmelodie enz.) is wel ook meteen de voornaamste bestaansreden van de opname die, hoewel liefdevol, het niet haalt bij veel van de uitvoeringen (Herreweghe, Gardiner, Koopman, Jacobs) waar de cd-winkel al mee vol staat.

Een doorkijkje in de invloedssfeer en historische context van Bachs passies biedt de bewogen Markuspassion van (of niet, musicologen zijn er niet over uit) Reinhard Keiser (1674-1739); een hoogdramatische zetting van het passieverhaal, door Bach zo bewonderd dat hij het werk zelf tweemaal uitvoerde. Keiser begon zijn loopbaan als knaapje aan de Thomasschule in Leipzig, Bachs latere werkplek, en werd in 1703 de baas van de Oper am Gänsemarkt – waar hij naar verluidt tussen de 70 en 100 opera’s schreef voor hij zich wendde tot religieuze muziek. Zijn even fraaie als interessante Markuspassion (1712?) ademt de imaginaire kracht van de operacomponist, met schrille modulaties op cruciale plekken. Prachtig gezongen en gespeeld ook, door het Ensemble Jacques Moderne.