Had Lubitz weerhouden kunnen worden?

Mensen die zelfmoord willen plegen kunnen tegen worden gehouden. Maar dan moet er wel over gevoelens worden gepraat, en dat is lastig.

Een reddingswerker inspecteert de overblijfselen van het passagiersvliegtuig dat vorige week dinsdag neerstortte. Foto Gonzalo Fuentes/REUTERS

Ad Kerkhof sprak eens een man die van acht hoog was gesprongen en nog leefde. Nee, zei de man, hij had geen moment aan zijn vrouw en kinderen gedacht. Voor Kerkhof bewees het eens te meer dat mensen die zelfmoord willen plegen aan bewustzijnsvernauwing lijden. Ze kunnen alleen maar denken: dit moet ophouden. Dwangmatig.

Kerkhof is hoogleraar klinische psychologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en suïcidepreventie is zijn belangrijkste onderwerp. Hij zegt dat mensen in zo’n toestand van hun daad weerhouden kunnen worden, áls iemand maar in de gaten heeft wat er aan de hand is en áls die tot hen kan doordringen.

En dat is dus het probleem, zeker bij jonge mannen. „Ze schamen zich voor hun depressieve of suïcidale gevoelens en zijn bang voor afwijzing. Ze gedragen zich stoer. Ze verbergen zich achter een lach. We noemen het een smiling depression.” Maar als je ze op de man af vraagt of ze wel eens over zelfmoord fantaseren, of iets anders gewelddadigs, zijn ze vaak opgelucht dat ze erover kunnen vertellen.

Bij politiemensen en militairen, zegt Kerkhof, maar ook bij anesthesiologen en piloten – beroepen waarbij je de (zelf)moordmiddelen binnen handbereik hebt – zou het normaal moeten zijn dat je ze regelmatig vraagt naar hun eventuele depressieve of suïcidale gevoelens. Die komen veel voor, bij een half miljoen mensen per jaar, een kwart daarvan onderneemt een poging, 1.850 keer lukt het. Psychologische tests werken niet, zegt Kerkhof. Het moet gedaan worden door getrainde mensen.

Had Andreas Lubitz nog van zijn daad weerhouden kunnen worden? De gezagvoerder smeekte hem tevergeefs om de deur open te doen. Kerkhof: „Hij lijkt vastbesloten te zijn geweest en had zich volkomen afgesloten. Hij hoefde niet te springen, hij hoefde alleen maar in zijn stoel te blijven zitten. Misschien was hij opgelucht. Het einde zat eraan te komen.”

De lichtheid van het bestaan

René Diekstra, emeritus hoogleraar psychologie aan de Universiteit Leiden en ook gespecialiseerd in onderzoek naar suïcide, zegt dat behandelaars het vaak vermijden om met patiënten over suïcidale gevoelens te praten. „Zeker in Duitsland is dat niet de gewoonte.” Net als Kerkhof zegt hij dat ernaar vragen de enige manier is om er vat op te krijgen. Maar ook naar haatgevoelens of fantasieën over grootste agressieve daden wordt volgens Diekstra zelden geïnformeerd. Terwijl die vaak samengaan met depressie en in principe gevaarlijker zijn. Diekstra: „We zeggen wel dat depressie bevroren agressie is. Andreas Lubitz was mogelijk bang dat hij het niet zou redden als piloot, onder andere door zijn gezichtsproblemen. Hij had naar verluidt verschillende depressieve periodes doorgemaakt. Daardoor kan hij een sterke boosheid hebben ontwikkeld tegen de wereld en tegen zichzelf. Als je medicijnen slikt en je stemming verbetert, kan de agressieve kant juist meer naar boven komen. En dan kun je dit soort kortsluiting verwachten. Dan zie je zestien vrolijke gymnasiasten bij de gate staan en je wordt nog bozer. En als zich daarna een mooie kans voordoet, dan grijp je hem.”

Want zo is het volgens Diekstra ook: als Lubitz de avond tevoren verliefd was geworden op een leuk meisje, of leuke jongen, dan was het misschien wel nooit gebeurd. „Dat is de ondraaglijke lichtheid van het bestaan.”