En toen bleek Charles Bukowski ook van katten te houden

Bij de Amerikaanse schrijver Charles Bukowski (1920-1994) denken we snel aan alcohol, vrouwen, rock ‘n roll. En katten. Eind dit jaar verschijnt Bukowski’s bundel On Cats. Omdat zijn uitgever de wereld Bukowski’s zachtere kant wil laten zien.

Bij de Amerikaanse schrijver Charles Bukowski (1920-1994) denken we snel aan alcohol, vrouwen, rock ’n roll. En katten. Eind dit jaar verschijnt Bukowski’s bundel On Cats. Omdat zijn uitgever de wereld Bukowski’s zachtere kant wil laten zien.

Francis Bickmore, directeur van uitgeverij Canongate, die de serie op de markt brengt, zegt in The Guardian:

“We associëren Bukowski met de gevaarlijke en rock ’n roll-levensstijl van een barfly. Maar hij heeft een bepaalde zachtaardigheid, en een grote liefde voor dieren. Die brengen we hiermee naar buiten.”

Bukowski zelf heeft er nooit een geheim van gemaakt van katten te houden. “In een volgend leven wil ik een kat zijn,” schreef de auteur eens in zijn dagboek:

“Twintig uur per dag slapen en wachten totdat je gevoed wordt. Rondhangen en jezelf likken.”

Er staat zelfs een ‘kattenfilmpje’ van Bukowski op YouTube:

Sentimenteel

Katten komen vooral in het latere werk van Bukowski prominent voor. In 2007 verscheen postuum The Pleasures of the Damned, met het gedicht ‘My Cats’. Aan het eind van zijn leven had hij samen met zijn vrouw Linda negen katten in huis. Hij was erg aan ze gehecht, meldt biograaf Sounes:

“Naarmate hij ouder werd, raakte hij wat sentimenteel over zijn katten.”

De dieren lieten hem beter voelen, schreef Bukowski:

“Als je je slecht voelt, kijk dan naar de katten; je zal je beter voelen, want zij weten dat alles is zoals het is.”

Schrijvers en katten

Bukowski is niet de enige auteur die verknocht is aan zijn huisdier. Onder andere de beatschrijvers William S. Burroughs en Jack Kerouac hadden een grote voorliefde voor katten.

In Nederland denk men al snel aan W.F. Hermans, Gerard Reve, Remco Campert en Rudy Kousbroek, waarbij de laatste twee zelfs een volledig werk aan het dier wijdden (respectievelijk Dagboek van een poes en De aaibaarheidsfactor.