Eis meer ambitie van de politie

De parate kennis van de politie laat te wensen over, luidde een laconiek persbericht vorige week na een inspectieonderzoek. De 30.000 agenten in de zogeheten ‘basispolitiezorg’ kennen hun eigen regels en bevoegdheden onvoldoende. En het management deed de afgelopen jaren veel te weinig om het peil op te krikken. Eigenlijk liet men het maar zo’n beetje lopen.

De nieuwe minister van Justitie, Ard van der Steur (VVD), schreef de Tweede Kamer dat de korpschef en hij het beeld ‘herkenden’ en beloofde maatregelen. Zo zegde de minister onder meer toe de ‘vrijblijvendheid’ bij dit thema te laten verdwijnen. Agenten mogen niet langer meer zelf weten of ze hun vakkennis bijhouden, hoe vaak en op welke manier. Voorwaar, een stap vooruit. En dan ook nog zo’n makkelijke. Agenten worden voortaan ook tíjdens hun loopbaan getoetst op vakkennis. In de managementkunde heet zoiets ‘laaghangend fruit’: het is de nieuwe minister gegund.

Dit slechte nieuws viel echter samen met de publicatie van De gekooide recherche, een boek over de bedenkelijke kwaliteit van de Amsterdamse recherche. Dat is minder makkelijk op te lossen. Het boek werd geschreven door een zogeheten ‘zij-instromer’ bij de politie, die na tien jaar teleurgesteld vertrok. Het is een aanklacht tegen de ‘verzuurde’ cultuur binnen de recherche, waarin gebrek aan prestatiedrift, vakkennis, motivatie en ambitie domineerden. De auteur, Michiel Princen, schetst een beeld van een CAO-verslaafde werksfeer waarin ‘de uren’ heilig zijn, baanzekerheid vooropstaat en bevoegdheden en competenties onderbenut worden.

De verantwoordelijke plv. korpschef Bik liet in een reactie weten dat deze observaties „niet maatgevend” zijn voor ál het recherchewerk, dat ook succesvol is. Overigens bevatte het boek geen verrassingen. De gesloten politiecultuur ìs een erkend probleem, aldus Bik. Hij noemde het boek indringend en waardevol. Dat is een wijze en genereuze reactie, die ook laat zien dat de leiding van de Nationale Politie zich realiseert wat er aan de hand is.

De samenvoeging van de 26 korpsen in de Nationale Politie brengt immers grote achterstanden op vele terreinen aan het licht. Lang leek het alsof vooral de haperende informatietechnologie de zwakste schakel was. Maar inmiddels lijkt dat de falende personeelszorg te zijn. TNO stelde in 2014 vast dat het ziekteverzuim hoog is, het beheer ervan door de politie ‘ernstig onvoldoende’ en velen onder hun verantwoordelijkheid uit kunnen komen. Het sluit naadloos aan bij het laat-maar-waaien-beeld dat Princen schetst en de term ‘vrijblijvendheid’ die minister en korpschef gebruiken. De politie kan dus veel beter – dat is dan weer goed nieuws.