Hoe moeten de bewoners verder?

Foto TOM WHITE/EPA

„Lee Kuan Yew, LKY, LKY”, scanderen de duizenden Singaporezen langs de route van de begrafenisprocessie van Lee Kuan Yew. Ze huilen, ze knielen, ze gooien rozen, ze slaan kruisjes, ze plaatsen hun handen recht tegen elkaar en raken daarmee hun voorhoofd aan, het boeddhistische gebaar voor dank. Wie de emoties van de gewoonlijk stoïcijnse Singaporezen gisteren zag, vraagt zich af: hoe moet deze welvarende stadstaat van 5,3 miljoen bewoners verder nu ‘Mr Singapore’ er niet meer is?

Lee Kuan Yew, die vorige week op 91-jarige leeftijd overleed, geldt als de vader van het moderne Singapore. Onder zijn strakke en charismatische leiding groeide het stadstaatje uit tot een baken van stabiliteit en goed bestuur, met een inkomen van 51.000 euro per hoofd van de bevolking, een van de hoogste ter wereld. Of, zoals Lee het, niet zonder zelfgenoegzaamheid zei: het werd „een oase van de eerste wereld in een derdewereldregio”.

Misschien wel de grootste factor achter het succes van Lee in het moderniseren van Singapore: de in Cambridge opgeleide jurist wist de politiek uit de democratie te halen. Serieuze politieke opponenten werden in de beginjaren van Singapore vastgezet. Later werden ze bestookt met peperdure rechtszaken zodat uitdagers nauwelijks een serieus tegenwicht konden vormen.

Het gevolg is een technocratisch landsbestuur. Singapore is rijk geworden, maar lang niet iedereen profiteert. Als Singaporezen vrezen dat ‘politiek’ terugkeert, dan zijn ze vooral bang dat een charismatische figuur opstaat om te pleiten voor meer sociale voorzieningen en een grote welvaartsstaat, met goede pensioenregeling bijvoorbeeld.