Basisinkomen: wie doet dan nog het vuile werk?

Het gratis geldkanon moet gevuld worden voordat de overheid het kan leegschieten over het land, schrijft Sabastian Valkenberg.

Basisinkomen, een goed idee? In de Maand van de Filosofie zal de discussie zonder twijfel weer oplaaien. Het thema is dit jaar ongelijkheid en die verklein je door iedereen een inkomen te geven, ongeacht de prestatie die hij of zij levert. Bijkomende voordeel: als de noodzaak om te werken afneemt, blijft er tijd over voor leuke dingen en zingeving.

Volgens publicist Rutger Bregman is de invoering van het basisinkomen een kwestie van tijd. ’s Lands bekendste pleitbezorger van ‘gratis geld voor iedereen’ en co-auteur van het essay van de Maand van de Filosofie ziet parallellen met het homohuwelijk, het algemeen en vrouwenkiesrecht. Nu doodnormaal, maar destijds ondenkbaar. „Vooruitgang begint altijd in het klein”, zei Bregman in een recent interview met Intermediair, „in de hoofden van mensen die aanvankelijk nog worden weggehoond.”

Hoe terecht is dit optimisme? De bezwaren lijken te groot om het basisinkomen van de grond te krijgen. Ga maar na. Vanaf de jaren 90 pleit de Leuvense filosoof Philippe Van Parijs er al voor, maar tevergeefs. Hetzelfde geldt voor Thomas Paine, die ruim 200 jaar de Bregman van zijn tijd was. Alleen: zonder resultaat.

Aan de inspanningen heeft het niet gelegen. Over de hele wereld – Namibië, Canada – zijn experimenten gedaan. Razend succesvol, hoor je steeds zeggen. Maar waarom lukt het dan maar niet om voorbij het pilotstadium te raken? Het lijkt erop dat D66 en GroenLinks, die onderzoek willen naar de invoering van het basisinkomen, zich de moeite kunnen besparen.

Echt verbazend is dat niet. Er zijn grofweg twee bezwaren tegen het basisinkomen, een technisch en een filosofisch. Eerst het technische bezwaar. Het is moeilijk voorstelbaar hoe een maandelijks bedrag voor elke burger levensvatbaar kan zijn. De huidige verzorgingsstaat is al onbetaalbaar, maar een koopje vergeleken met de kosten die gemoeid zijn met het basisinkomen. 134 miljard aan extra overheidsuitgaven in het model-Bregman, aldus het tv-programma Tegenlicht dat verschillende varianten naast elkaar zette.

Er is een goedkopere variant mogelijk. Maar ja, dan houd je een basisinkomen over dat die naam nauwelijks mag dragen, eentje van een schamele 550 euro. Niemand die daarvan kan rondkomen. Moet je toch weer gaan doen waarvan het inkomen nu juist onafhankelijk diende te zijn: werken.

Nog een reden waarom ik niet gerust ben op de haalbaarheid van het basisinkomen. Het gratis geldkanon moet gevuld worden voordat de overheid het kan leegschieten over het land. Wie gaat dat doen? Het CBS heeft becijferd dat de arbeidsparticipatie slechts een paar procent terugloopt, maar dat lijkt me optimistisch. Aangenomen dat je dat überhaupt kunt berekenen.

Veel klussen zijn vies, zwaar en eentonig, maar moeten wel gedaan worden. Alleen door wie? Het is nogal een verschil of een baas je verwacht of dat werkplezier de enige prikkel is om uit bed te komen.

Hier gaat het technische bezwaar over in het filosofische bezwaar. Dat is te herleiden tot een armoedige kijk op werk. Kennelijk was dat al die tijd niet meer dan een noodzakelijk kwaad waarvan we nu bevrijd gaan worden. Dankzij het basisinkomen kunnen we ons eindelijk wijden aan zaken die er echt toe doen.

‘Welkom in het paradijs’, aldus zangeres Yara in het liedje ‘Het Goeie Leven’. Vorig jaar werd het nummer uitgebracht ter promotie van het onvoorwaardelijke basisinkomen. Zelden zal het basisinkomen als verlossingsleer zo expliciet geweest zijn. De videoclip is een aaneenschakeling van mensen die schilderen, dansen in het park, lachen – heel hard en heel erg veel.

Het glazuur spat van je tanden van zoveel mierzoete kitsch. Het valt te vrezen dat dit de ‘ontspannen samenleving’ is die GroenLinks-fractievoorzitter Bram van Ojik bepleit, ook al zo’n basisinkomen-adept. Vorige zomer pleitte hij hiervoor in het essay ‘Kiezen om te delen’. Is het basisinkomen eenmaal ingevoerd, is ook hier de teneur, dan gaan we ons inzetten voor anderen en onszelf ontplooien.

Utopieën schetsen de mooiste vergezichten, maar wie wil er daadwerkelijk wonen? Ook de samenleving waarin iedereen fulltime bezig is met zingeving, de Happinez-samenleving, lijdt aan dit euvel. Doodvermoeiend, al die unieke individuen die zichzelf aan het ontplooien zijn. De grens met narcisme zou wel eens flinterdun kunnen zijn. Hoewel ze zelf het tegendeel zullen beweren, hangen de pleitbezorgers van het basisinkomen een nogal hedonistisch wereldbeeld aan. Nogmaals zangeres Yara: ‘Ineens zien we het licht, arbeid wordt een keuze, niks is meer verplicht.’ Nee, stel je voor dat je iets moet. Weet u nog hoe eind 2012 een groep uitgeprocedeerde asielzoekers hun intrek namen in de Amsterdamse Vluchtkerk? De media-aandacht was overdonderend, de hulp kwam van alle kanten. Van de aanvankelijke hulpvaardigheid is inmiddels weinig meer over, blijkt uit een recente reportage van Elsevier (28 februari 2015). ‘Vrijwilligers raakten opgebrand, weinig mensen bleken structureel te willen helpen.’

Het moet wel leuk blijven, blijkt een pover criterium, dat zeker geen utopie tot stand brengt. Zodra de prikkel van het leuke wegvalt, verslapt de aandacht en is het tijd voor nieuwe activiteiten. Ziehier het probleem van het basisinkomen. Geen verplichtingen lijkt een synoniem voor ‘vrijwillig’. In de praktijk is ‘vrijblijvend’ een treffender typering.