Bang voor de robots? Daar is ook wel reden toe

Meer bedrijven in Nederland storten zich op de snelgroeiende robotmarkt. Maar robots eten wel banen op, óók leuke. Hoe blijf je aan het werk?

illustratie Daphne Prochowski

Als je zeker wilt weten dat je over een jaar of vijftien nog werk kunt vinden is het niet zo slim om vrachtwagenchauffeur te worden. De zelfrijdende auto komt er aan, en het lijkt erop dat daar geen chauffeur meer aan te pas komt.

Maar niet alleen vrachtwagenchauffeurs moeten robotisering in de gaten houden. Administratief medewerkers, telemarketeers, klantenservicepersoneel en op termijn misschien schrijvers van simpele financiële pr- of nieuwsartikelen en zelfs huisartsen: werk dat in algoritmes te vatten is, zal waarschijnlijk ooit door algoritmes worden overgenomen.

Wat kun je doen om je carrière robotbestendig te maken?

Zélf robots bouwen, om maar iets te noemen. Dat is precies waar ze mee bezig zijn bij de start-up Lacquey, gevestigd in ‘start-upbroedplaats’ YES! Delft, dat is verbonden aan de Technische Universiteit. Het bedrijfje ontwikkelt robotarmen en -grijpers die groenten, fruit en vlees heel precies kunnen oppakken zonder het te beschadigen.

Lacquey is vijf jaar geleden mede opgericht door Richard van der Linde, destijds roboticaonderzoeker aan de TU Delft. In de voedingsindustrie zijn vrijwel alle processen, op het sorteren na, nog mensenwerk, zegt Van der Linde. Verpakken, groenten en fruit ontpitten, uit een kist pakken en ergens anders in leggen: allemaal handwerk. „Robotisering is nog echt pril in de voedingsbranche, als je het vergelijkt met bijvoorbeeld de auto-industrie. Voedselverwerking is waar autofabricage vijftig, zestig jaar geleden was. Dus daar richten we ons op. De voedingsindustrie is een heel grote werkgever, er werken gruwelijk veel mensen.”

Lucratieve handel

Medeoprichter Martijn Wisse van Lacquey kreeg aan de TU een patent voor de technologie achter de robotgrijpers. Daarover maakten Van der Linde en Wisse vervolgens afspraken met de universiteit zodat zij het intellectueel eigendom mochten gebruiken. Van der Linde: „Dat ging eigenlijk heel soepel. Het duurde ongeveer zeven of acht maanden voordat dat rond was, maar het ging op een heel prettige manier.” Ze spraken af dat de universiteit een percentage van de royalty’s krijgt in ruil voor het patent.

„De eerste twee jaar gingen vooral zitten in het vertalen van het universitair prototype naar een industriewaardig, verkoopbaar product”, vertelt Van der Linde. „Dat is vooral engineering, testen, naar klanten gaan. Leren hoe je dingen voedingsveilig moet maken.”

Vervolgens was het team van Lacquey een jaar bezig om de grijphandjes te integreren met slimme software. Van der Linde: „Een handje ontwerpen is mooi, maar om die geschikt te maken voor verschillende producten komt veel software kijken.”

De afgelopen twee jaar bestonden vooral uit het overtuigen van bedrijven in de voedselindustrie dat het loont om te investeren in automatische systemen. Lacquey richt zich vooral op bedrijven die kant-en-klaarmaaltijden en voorgesneden groenten maken, voor grote supermarktketens bijvoorbeeld. Eerder deze maand kreeg de start-up een investering van machineproducent Ftnon uit Almelo. Ook werknemers in de voedselindustrie kunnen dus maar beter snel over een carrièrestap nadenken.

De laatste jaren is het aantal robotmakers hard gestegen. Wereldwijd werden vorig jaar zo’n 225.000 industriële robots geïnstalleerd, volgens de Internationale Federatie voor Robotica (IFR). Die organisatie verwacht dat de groei de komende jaren minstens 12 procent per jaar bedraagt; een aantrekkelijke markt om in te springen. Ook grote internationale bedrijven als Google investeren miljarden euro’s in robottechnologie en kunstmatige intelligentie.

Lichtend voorbeeld in de Nederlandse robotindustrie is Vanderlande Industries. Dit bedrijf in Veghel ontwikkelt technologieën om robots bagage op luchthavens te laten verwerken.

Ook voorziet het grote magazijnen van robots, die voorraden kunnen beheren en verplaatsen. Dat is lucratieve handel: in 2014 draaide Vanderlande een omzet van 790 miljoen euro en maakte het bijna 31 miljoen winst. Als het bedrijf zo hard blijft groeien als de laatste tijd, zit het binnen een paar jaar op een miljard euro omzet. Er werken bijna 2.800 mensen voor het bedrijf.

Een ander Nederlands robotsuccesverhaal komt uit de koeienstal. Lely Industries in Maassluis heeft er zo’n beetje eigenhandig voor gezorgd dat koeien melken niet meer met de hand gaat maar met melkrobots. Vorig jaar behaalde het familiebedrijf een omzet van ruim een half miljard euro, winstcijfers maakt het niet bekend. Lely Industries zit in zestig landen over de hele wereld en heeft 2.000 werknemers.

Nederland blijft achter

Ondanks deze successen loopt Nederland op het gebied van robotica niet bepaald voorop. Weliswaar zijn er nog enkele robotstart-ups rondom de universiteiten van Delft, Eindhoven en Enschede en houden ook onderzoeksinstituten als TNO zich bezig met het onderwerp. Maar het houdt niet over vergeleken met de rest van de wereld.

Uit gezamenlijk onderzoek van de London School of Economics en de Zweedse universiteit van Uppsala blijkt dat Nederland qua robotdichtheid zeer laag scoort. Qua aantal robots per miljoen gewerkte uren komt Nederland uit op 0,79. Koploper Duitsland behaalt een ratio van 4,44, en ook landen als Spanje, Italië en België scoren beduidend hoger dan Nederland (allen boven de 1,5).

Een belangrijke nuancering: de cijfers waarop dat onderzoek is gebaseerd komen uit 2007. Sindsdien is er veel veranderd. Maar de werkgeversorganisatie voor de technologische industrie in Nederland, FME, lanceerde niet voor niets vorig jaar het programma ‘Industrie 4.0’.

Dat is vooral bedoeld om de ontwikkeling en toepassing van robots te versnellen. Nederland is bezig aan een inhaalslag: er zijn volop investeringen, en dus carrièrekansen in de robotindustrie.

Terug naar de robotarmen van Lacquey. Als de achterstand op de auto-industrie snel wordt ingehaald, kan het snel gaan met de banen in de voedselbranche. Denkt Van der Linde weleens na over de morele implicaties daarvan? Is het wel zo’n goed idee om zo veel mensen werkloos te maken?

„Die morele afweging wordt belangrijker naarmate je groter wordt”, zegt Van der Linde. „Nu verkopen we nog maar enkele tientallen systemen. Maar je moet daar zeker al over nadenken. Aangezien we straks duizenden systemen willen verkopen, zullen er vele duizenden banen worden vervangen.”

Klotebaantjes

Uiteindelijk is het juist goed dat robots mensen werk uit handen nemen, denkt Van der Linde: „Het is erg zwaar werk. Zeker het snijden en verpakken van verse groenten, dat gebeurt in heel koude ruimtes. Het zijn allereerst, met alle respect, de klotebaantjes die worden geautomatiseerd. Net zoals dat al decennialang gebeurt. Laten we de mensenhandjes die we hebben alsjeblieft inzetten op plekken waar ze wél nodig zijn.”

Economen debatteren de laatste tijd flink over de vraag of dat inderdaad het geval zal zijn. Sommigen denken dat de robotisering te snel gaat om iedereen van nieuw werk te voorzien. Anderen denken dat het inderdaad vooral de rotklusjes zijn die geautomatiseerd worden. Dat debat zal nog wel even doorgaan.

Hoe de ontwikkeling ook zal uitpakken, robotbouwers als Van der Linde hebben waarschijnlijk de komende jaren nog werk zat.