Bal onder shirt

De bondscoach rekende zich na de wedstrijd tegen Turkije eventjes rijk met het behaalde gelijkspel. Hij beweerde dat we later nog eens tegen elkaar gingen zeggen: „Weet je nog toen, die punt?”

Die punt? Taalfoutje. Niet erg. Maak ik ook wel eens.

Toch tekende de verspreking van de intelligente Guus Hiddink de onrust die al maanden in zijn hoofd moet huizen. Goed, op de trainingen oogt Hiddink ontspannen maar hij heeft het Nederlands elftal nog altijd niet in de goede richting weten te duwen.

Hiddink mag het zich aanrekenen dat hij zaterdagavond te behoudend dacht over het middenveld. Hij stelde Jordy Clasie niet op. Clasie is al een tijd in vorm, heeft eenzelfde hardheid als Nigel de Jong maar is beter voor de toevoer aan de spitsen.

Wesley Sneijder beweerde na afloop dat Nederland ‘dominant’ was geweest. Het is kennelijk moeilijk een wedstrijd te beoordelen als je zelf meespeelt. Nederland was meer aan de bal dan Turkije, maar dat is iets anders dan dominant spelen.

Het woord balbezit staat me tegen. Letterlijk: de bal bezitten. Daar is geen plezier in te ontdekken. Net zo als geld bezitten. Ook saai. Geef het uit, zou ik zeggen.

Een bal is om mee te spelen, wie de eigenaar is doet er minder toe.

Het plezier in het veld was ver te zoeken. Oud-bondscoach Bert van Marwijk zuchtte een paar keer diep in de televisiestudio; hij miste verrassing, opportunisme. Ik was het met hem eens.

Jaloers keek ik naar de uitvallen van de Turken. Kijk naar Gökhan Töre: hij neemt een bal aan en laat zich door zijn innerlijk kompas naar het het vijandige doel leiden.

Zonder omwegen, op naar het doel.

Het was tekenend dat Sneijder na zijn doelpunt eerder dacht aan zijn zwangere vrouw dan aan kwalificatie. Hij vroeg aan de zijlijn om een bal, deed die onder zijn shirt en stak een duim in zijn mond. Het was een meesterlijke afleidingstruc. Nederland raakte na afloop in de ban van een zwangere vrouw en haar voetballende man.

De fans vierden de vruchtbaarheid van de Sneijdertjes terwijl ze eigenlijk moesten rouwen om een potje zaaddodend voetbal.

Ik zag de reactie van Hiddink op het doelpunt van Sneijder. Hij liep het veld op en balde zijn vuist. De bondscoach sloeg er agressief mee in de lucht. Dit was geen juichen, dit was het wegrammen van frustratie.

Hiddink meldde naderhand dat „we niet de top van Europa zijn”. Dat klonk eufemistisch, en realistisch. En het klonk weinig hoopvol.

Voor de bondscoach, voor het team, voor Nederland.