Tunesië doodt negen jihadisten, onder wie man achter aanslag museum

Veiligheidstroepen bewaken de slotceremonie van het World Social Forum, gisteren in Tunis. Foto EPA / Mohamed Messara

De Tunesische strijdkrachten hebben gisteravond negen militanten gedood in een offensief dat begon na de aanslag op een museum in hoofdstad Tunis, vorige week. De strijders werden omgebracht in het zuiden van het land. Een van hen was een leider van de militante groep Okba Ibn Nafaa, schrijft Reuters op gezag van het Tunesische ministerie van Binnenlandse Zaken.

Update 14.00: Een van de gedode strijders was Lokman Abou Sakhr, de Algerijnse de leider van de groepering Okba Ibn Nafaa. Hij zou direct betrokken zijn geweest bij het organiseren van de aanval op het Bardo-museum museum en werd gezien als een van de gevaarlijkste terroristen van Tunesië.

De actie kwam net voor een mars tegen terrorisme in Tunis, waar vandaag naast tienduizenden Tunesiërs een aantal wereldleiders aan meededen. Zo liepen onder anderen de Franse president François Hollande en de Italiaanse premier Matteo Renzi mee. Namens Nederland sloot minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders zich aan.

“De Tunesische bevolking en politici hebben steeds getoond dat ze eenheid en dialoog verkiezen boven verdeeldheid en geweld”, zei hij daarover.

“Het is goed om te zien dat de Tunesiërs ook nu weer eensgezind het geweld veroordelen en dit aan de wereld laten zien met de vredesmars.”

Twitter avatar minbuza Ministerie van BuZa Minister #Koenders met Tunesische President Essebsi tijdens vredesmars #Tunis #Bardomuseum http://t.co/stGX5gnVQI

aanslag ‘door Islamitische Staat’

Op 18 maart vielen twee schutters het Bardo-museum in de hoofdstad aan. Zij schoten twintig toeristen dood. Onder hen waren Italianen, Fransen, Colombianen, Japanners, een Pool, een Australiër en een Spanjaard. De twee daders werden later doodgeschoten door veiligheidstroepen.

Terreurgroep IS (Islamitische Staat) eiste de verantwoordelijkheid voor de aanslag op. De Tunesische regering legde de verantwoordelijkheid echter bij de voorheen aan Al-Qaeda gelieerde militante groep Okba Ibn Nafaa, die tegenwoordig toenadering leek te zoeken tot IS. De groepering houdt zich op bij de berg Jebel ech Chambi in de buurt van Algerije. Het is in deze regio dat de militanten zijn gedood.

Het leger maakt sinds de aanval jacht op militante moslims in het land. Vorige week arresteerden de Tunesische autoriteiten meer dan twintig verdachten van de aanslag. Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken vonden gisteren ook in Kef, in het noordoosten, gevechten plaats tussen extremisten en regeringstroepen.

Nachtmerrie voor succesverhaal

De aanval was de dodelijkste op toeristen in Tunesië sinds 2002. Toen vielen bij een bomaanslag van Al-Qaeda op een synagoge op het eiland Djerba 21 doden. Aanvallen in Tunesië komen vaker voor, maar niet op deze schaal. De toeristische sector draagt voor ongeveer 7 procent bij aan de economie.

De aanslag was dan ook een zware klap voor Tunesië. Het land wordt gezien als het enige succesverhaal van de Arabische Lente, schreef onze Midden-Oostenredacteur Toon Beemsterboer eerder in NRC Handelsblad (€):

“Terwijl andere landen in de regio kampen met hardnekkige autoritaire reflexen (Egypte) of wegzakken in oorlog en wetteloosheid (Syrië, Irak, Libië, Jemen), heeft in Tunesië het autoritaire regime van president Ben Ali plaatsgemaakt voor democratie op basis van compromissen.”

    • Laura Klompenhouwer