‘Aangifte van discriminatie belandt vaak niet bij OM’

Foto ANP / Koen van Weel

Van de ongeveer 3600 gevallen van discriminatie die in 2013 bij de politie zijn gemeld en de bijna 1600 aangiften, werden er 83 opgenomen door het Openbaar Ministerie. Dat is sinds de registratie van discriminatiezaken in 1998 begon het laagste aantal, meldt het KRO-NCRV-programma De Monitor op basis van een intern rapport van het OM.

Het lage aantal zaken laat zich niet alleen verklaren door een daadwerkelijke daling van discriminatie of een verminderde bereidheid om aangifte te doen, zo citeert De Monitor het OM-rapport. Een probleem bij discriminatiemeldingen is dat in ongeveer 30 procent van de gevallen geen dader bekend is. Alleen als er voldoende bewijs is, wordt een zaak doorgestuurd naar het OM.

Te druk, te lastig

Discriminatiezaken zijn volgens justitie bovendien ‘juridisch lastig’. Het zou gemakkelijker zijn deze te behandelen als beledigings- of vernielingszaak, want die is beter te bewijzen. D66-Kamerlid Magda Berndsen zegt tegenover De Monitor dat de politie het te druk heeft en dat discriminatiezaken daardoor op de plank komen te liggen.

De cijfers waar het tv-programma zich op baseert staan in het rapport “Cijfers in Beeld 2013 - Overzicht discriminatiecijfers Openbaar Ministerie 2009-2013″, dat voor zover bekend niet openbaar is gemaakt. Het is geschreven door het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie van het OM.

Het kenniscentrum voor discriminatie in Nederland Art.1 lijkt wel een samenvatting van het rapport online te hebben staan. In die tekst staat dat de discriminatiezaken die bij het OM instromen in 2013 voornamelijk op straat of in een openbare ruimte plaatsvonden (40 procent).

Antisemitisme komt als vorm van discriminatie het vaakst voor, gevolgd door discriminatie van homoseksuelen. Verreweg de meeste verdachten (77 procent) zijn blanke particulieren.