‘We hebben ons laten verrassen’

Generaal Philip M. Breedlove is de hoogste militair van de NAVO en de man die Poetin namens het Westen van repliek dient. „De mensen in Europa moeten onder ogen zien dat de veiligheidssituatie is veranderd.”

Generaal Philip Breedlove, hoogste NAVO-militair, woensdag in Soest, in het Nationaal Militair Museum tijdens de Future Force Conference. Foto: Robin Utrecht Foto Robin Utrecht

In Rusland is hij nog nooit geweest, zegt hij kortaf. „Never.” Maar zijn leven wordt nu wel door dat land beheerst. Generaal Philip M. Breedlove speelt een hoofdrol in de harde confrontatie tussen het Westen en Rusland over Oekraïne. De Amerikaan is niet alleen de hoogste militair van de NAVO. Het afgelopen jaar heeft hij zich ook steeds meer ontpopt tot een van de meest uitgesproken stemmen van het Westen in deze grote crisis.

Rusland heeft Vladimir Poetin, die in toespraken en interviews zijn militaire interventie in het buurland probeert te rechtvaardigen met grote woorden en dreigende taal. Maar wie dient hem in het openbaar, regelmatig en zonodig scherp, van repliek namens het Westen? Niet Barack Obama, die heeft al te veel aan zijn hoofd. Niet Angela Merkel, die is er te diplomatiek voor. Niet David Cameron of François Hollande, hun ontbreekt het aan politieke moed en gewicht. En ook niet de secretaris-generaal van de NAVO, de Noorse sociaal-democraat Jens Stoltenberg, die pas een half jaar in functie is.

En zo is het gekomen dat de 59-jarige Amerikaan uit Atlanta, een militair met een lange carrière in de luchtmacht, in retorisch opzicht het antwoord van het Westen op Vladimir Poetin is geworden. Toen Rusland vorig jaar massaal troepen samentrok langs de Oekraïense grens, was Breedlove de eerste die waarschuwde voor een invasie. Toen opeens zwaar gewapende mannen in het oosten van Oekraïne overheidsgebouwen begonnen te bezetten, maakte Breedlove meteen korte metten met het verhaal dat het ontevreden burgers waren: „domweg onwaar”. En toen het bestandsakkoord van Minsk in februari slecht werd uitgevoerd, aarzelde Breedlove niet om het voorzichtige optimisme in Europa te verstoren en onomwonden te zeggen dat „de situatie met de dag slechter wordt”, omdat Rusland maar militair materieel naar Oekraïne bleef sturen. Tot ergernis van de Duitse regering, die vond dat Breedlove „gevaarlijke propaganda” bedreef, meldde weekblad Der Spiegel.

Met zijn vierkante postuur en stevige taal zou Breedlove makkelijk aangezien kunnen worden voor een bullebak. Maar hij speekt rustig en bedachtzaam, met een licht zuidelijke tongval die zijn herkomst verraadt. En anders dan zijn tegenspeler in het Kremlin schrikt hij er niet voor terug kritiek te leveren op zijn eigen organisatie. Deze week bracht hij een tweedaags bezoek aan Nederland. Op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag legt hij uit hoe ernstig de situatie is en wat er schort aan de NAVO.

Zijn de lidstaten van de NAVO minder veilig dan u dacht bij uw aantreden in 2013?

„We staan voor véél meer problemen. Destijds begonnen we wel te beseffen dat we ons meer zorgen moesten gaan maken over de ontwikkelingen aan de zuidflank: in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Maar de dreiging van Daesh, ISIL, Islamitische Staat of hoe je het ook noemen wil, is duidelijk gegroeid.

„In het oosten waren we volledig gericht op de drastische vermindering van onze troepen in Afghanistan en de voorbereiding voor onze nieuwe missie daar [voor opleiding en training, red.]. Twaalf tot dertien jaar zijn we ver buiten ons eigen grondgebied bezig geweest met het bestrijden van opstandelingen, Counter Insurgency of COIN. Dat is een heel specifieke vorm van oorlogsvoering en dat hebben we zó lang gedaan dat we er erg goed in zijn geworden. Maar waarschijnlijk hebben we toen wel een aantal van onze vaardigheden verloren. Vaardigheden [zoals bij het vergaren van inlichtingen, red.] die we nodig hebben voor onze collectieve verdediging zoals die is vastgelegd in Artikel 5 van het NAVO-Handvest” [de befaamde solidariteitsafspraak, die bepaalt dat de lidstaten een aanval op één van hen zullen opvatten als een aanval op alle lidstaten, red.]

Kwamen de Russische inval in Oekraïne en de annexatie van de Krim als een verrassing?

„Al decennia zeiden mensen dat de Krim een probleem kon worden – ooit eens, in de toekomst. Maar als bondgenootschap probeerden we sinds de val van de Berlijnse Muur om van Rusland een partner te maken. Een Europa dat verenigd, vrij en vreedzaam is, en ook welvarend, daar moet Rusland bijhoren.

„In 2008 hadden we een kwestie over de Georgië-oorlog, maar daarna zijn we opnieuw gaan proberen Rusland in het Westen op te nemen. Dat de Russen een land zouden binnenvallen, en met militaire middelen internationale grenzen zouden verleggen, tja, daar hebben we ons inderdaad door laten verrassen.”

Staat de NAVO in Oekraïne eigenlijk niet langs de zijlijn?

„Dat ben ik niet met u eens. De NAVO is een groep van 28 lidstaten en heel veel partners. Veel van onze landen zijn bij Oekraïne betrokken, sommige leveren niet-dodelijk militair materieel [zoals radarinstallaties, scherfvesten en Humvees, red.] en in een heel beperkt aantal gevallen ook dodelijk materieel [wapens, red.]. Bovendien helpen onze lidstaten Oekraïne bij het opbouwen van effectievere strijdkrachten. Dus de premisse dat we langs de zijlijn staan accepteer ik niet.

„Er zijn mensen die roepen om een openlijke militaire rol voor de NAVO in Oekraïne. Maar daar is de NAVO niet op uit. Wij zijn voor een diplomatieke en politieke oplossing.”

Zouden Europeanen nu bang moeten zijn?

„Die woorden zou ik niet gebruiken. Maar de mensen in Europa moeten wel onder ogen zien dat de veiligheidssituatie is veranderd. En ik denk dat ze dat doen.”

Breedlove droeg daar deze week zelf aan bij door woensdag een toespraak te houden in het Soester Nationaal Militair Museum, bij de zogenoemde Future Force Conference 2015, waar de complete Nederlandse defensietop, vertegenwoordigers van veiligheidsinstituten, de defensie-industrie en internationale genodigden zich bogen over de toekomstige dreigingen en wat daaraan te doen.

Een Nederlandse luitenant liet zich ontvallen dat hij nog nooit „zo veel sterren en balken” bij elkaar had gezien. Ook de koning stak zijn licht een uurtje op, waarna hij door een erehaag van mannen in Stratego-achtige uniformen met bepluimde petten wandelde naar een gereedstaande verlengde Audi A8 van het Koninklijk Huis en een aantal Skoda Superbs van zijn beveiliging.

In de pauzes tussen de discussiesessies verpoosden de ‘sterren en balken’ zich te midden van de collectie oude vliegtuigen en rijdend materieel – dat soms niet zo oud was. Vanuit kluitjes uniformen werden steelse blikken geworpen op een gloednieuwe Leopard 2A6 tank in de gigantische hal – een pijnlijke herinnering aan het feit dat Defensie al zijn tanks als bezuiniging de deur heeft uitgedaan.

Breedlove is een ‘flyboy’, een gevechtspiloot, met het lefgozerige imago dat daarbij hoort. Hij maakt er in Soest een grap over. „Ze hebben me op een kwaad moment uit mijn cockpit gehaald en bij de US Army ingedeeld.” Hij slaat zijn handen ten hemel, het publiek lacht. „Het waren de twee nuttigste jaren van mijn carrière.” Deze viersterrengeneraal heeft meer in zijn mars dan een gemiddelde flyboy, wil hij maar zeggen.

Tijdens het interview in Den Haag gaat Breedlove in op de manier waarop Rusland in Oekraïne oorlogvoert, vaak aangeduid met het onheilspellende begrip ‘hybrid warfare’, hybride oorlogvoering. Deze „combinatie van de inzet van commando’s, cyber- en informatieoperaties en misleiding” moet je niet groter maken dan ze is, vindt hij. „De combinatie is wel nieuw, maar niets daarin zijn we nog nooit eerder tegengekomen.”

Wat doet de NAVO als een burgemeester van een stad in Estland die een Russisch sprekende meerderheid heeft een onafhankelijke staat uitroept en Rusland om militaire hulp vraagt?

„Dat is heel voorstelbaar. Maar ik ben ervan overtuigd dat mijnheer Poetin en de Russische Federatie heel goed begrijpen wat Artikel 5 inhoudt. Ze weten hoe belangrijk collectieve verdediging voor de NAVO is. En daar alleen al gaat afschrikking van uit.

„Nu zou Poetin kunnen proberen op zo’n manier te opereren, dat het net onder de drempel van een duidelijke aanval blijft, zoals in het voorbeeld dat u noemt. Maar we werken met onze oostelijke lidstaten hard aan de ontwikkeling van instrumenten om dat soort acties op tijd te kunnen herkennen, ze te kunnen plaatsen en ook te kunnen vaststellen wie er achter zit.”

Er zijn ook meer klassieke acties. Regelmatig voeren Russische bommenwerpers vluchten uit dichtbij het luchtruim van NAVO-landen.

„Ieder land heeft het recht om met zijn strijdkrachten te oefenen. Maar ieder land heeft ook de verantwoordelijkheid om dat op een niet bedreigende, transparante manier te doen. Ik heb er geen bezwaar tegen als de Russen het op een verantwoordelijke manier doen, met hun transponders aan [zodat de civiele verkeersleiding weet waar de toestellen zich bevinden, red.]. Maar zo gaat het niet.”

Wat betekent het dat Rusland af en toe zinspeelt op zijn kernwapens, of er zelfs mee dreigt?

„Dat hebben ze vaker gedaan. Ze willen er duidelijk een boodschap mee afgeven, ze willen laten zien waar ze toe in staat zijn. Het is destabiliserend en onverantwoordelijk. Bij nucleaire afschrikking is het juist heel belangrijk dat je niet provoceert.”

In een vroeg stadium de intenties van potentiële tegenstanders doorgronden, intelligence, is een thema dat Breedlove na aan het hart ligt „De laatste twintig jaar zijn de inlichtingensystemen die ons konden waarschuwen voor zaken als de Russische operaties op Krim enorm ingekrompen. Alle aandacht ging naar counter-insurgencies [zoals tegen de Talibaan, Al-Qaeda en Iraakse opstandelingen, red]. Nu missen we het inlichtingenapparaat om grote oefeningen, zoals de Russen die kort geleden hielden in de Arctische regio, te kunnen voorspellen.

„Het delen van intelligence was in het slop geraakt. Het gebeurde alleen als lidstaten bang werden. Dus daar hebben we het afgelopen jaar wel weer een piek in gezien.

Intelligence, zegt Breedlove, speelt ook een belangrijke rol bij de nieuw op te richten ‘flitsmacht’, officieel de Very High Readiness Joint Task Force. Nederlandse eenheden nemen deel aan de eerste versie daarvan.

Deze mobiele strijdmacht van een paar duizend man moet in geval van crisis, bijvoorbeeld in de Oostzeelanden, binnen drie dagen paraat zijn om naar een gebied te worden gevlogen of gevaren. Dat lijkt heel vlotjes, maar één blik op de kaart en je ziet dat Russische troepen, of de schimmige ‘groene mannetjes’ die Rusland hielpen bij de verovering van de Krim, veel sneller ter plaatse kunnen zijn.

De term OODA-loop valt in dit verband: de ‘lus’ van Observe, Orient, Decide en Act, een besluitvormingscyclus die is gedefinieerd door de Amerikaanse militaire denker, luchtmachtkolonel John Boyd. Breedlove veert op bij het horen van een vakterm. „Die hebben we al een tijdje niet gehoord!

„Waar het om gaat is dat je al ter plekke bent vóór zich problemen voordoen. En daarvoor heb je intelligence-instrumenten nodig waarvan er nu nog niet voldoende zijn. Bovendien moeten de lidstaten de informatie waarover ze afzonderlijk beschikken beter met andere landen delen.”

Het probleem is niet de in decennia geslonken omvang van de krijgsmachten van de NAVO-partners, meent Breedlove. „We hebben nog manschappen en materieel genoeg. De lidstaten moeten investeren in de paraatheid en de inzetbaarheid daarvan. En inlichtingen zijn cruciaal.

OODA-loop", zegt de generaal bij het handen schudden. „You made me smile.