Wat er binnenskamers omgaat bij ’s lands grootste geheime dienst

Op wie moet je letten om Den Haag te begrijpen? Deze week: AIVD-routinier Kees Jan Dellebeke over een ‘explosieve situatie’ op de werkvloer van de dienst. Ofwel: de geheime dienst van binnenuit.

Kees Jan Dellebeke (63) heeft alles van zo’n oudere Haagse man met een geslaagde loopbaan. Topambtenaar van een ministerie zou hij kunnen zijn. Directeur van een gemeentelijke directie. Degelijke jas, stevige pas, schalkse oogopslag: zo iemand in wie de kwajongen nooit helemaal verdwenen is.

Ik kwam met hem in contact omdat Tweede Kamerdebatten over de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) zo onwezenlijk zijn. Detailloze besprekingen zijn dit, waarin de realiteit van de werkvloer alleen als beleidsmatige abstractie aan de orde komt.

Ook hing er de laatste jaren ander ongemak rond die debatten. De AIVD zou moeite hebben met de bezuinigingen en plotselinge budgetverhogingen onder Rutte II. In de AIVD zou kritiek op de leiding zijn. Je hoorde erover. Maar je kwam er niet echt achter.

Vandaar dat ik contacten in die wereld legde. Zo leerde ik begin dit jaar, via een AIVD-medewerker, Kees Jan Dellebeke kennen. Toen hij in 2012 bij de AIVD vertrok, vertelde hij, had hij er bijna veertig jaar gewerkt. Vrijwel alle soorten inlichtingenwerk had hij gedaan – tot en met contraspionage en undercoverwerk in het buitenland. En nog steeds had hij contacten met oud-collega’s van De Tent – want zo, zei hij, noemen AIVD’ers de dienst: De Tent.

Dus hij wist, liet hij doorschemeren, wat er allemaal mis was bij ’s lands grootste inlichtingendienst. Maar probleem was zijn geheimhoudingsplicht: de belofte van een (oud-)geheim agent nooit publiekelijk over het werk te praten.

Hij publiceerde analyses, veelal op non-descripte websites, en daar noemde hij zich ‘veiligheidsadviseur’ of ‘analist’. Te verhullend, zei ik. Ten slotte stemde hij er toch mee in dat ik zijn oud-werkgever noemde – mits ik niet over operaties schreef. In ruil kreeg hij voorinzage in deze tekst.

En zo gebeurde het dat we deze week drieënhalf uur met elkaar spraken. Hij bleek de zoon van een Haagse agent die vanaf zijn eerste werkdag, in 1973, een diepe liefde voor zijn vak ontwikkelde. „Eén lange studie geschiedenis”, zei hij, met warmte in de stem.

Maar ook een man die ontgoocheld was. Die zag dat „op de werkvloer van de AIVD een explosieve situatie is ontstaan”.

Het was, zei hij, een combinatie van politieke missers en managersfouten. Ten eerste had je het gejojo met het budget: in het regeerakkoord van 2012 ging een derde eraf, nu was dat er, door dreiging van moslimterreur, weer bijgekomen. Effect in de tussentijd: een braindrain.

„Als bezuinigingen beginnen”, vertelde hij, „zijn het altijd de beste mensen die als eerste vertrekken.” Hij schatte dat een honderd collega’s na 2012 eieren voor hun geld kozen. Vaak stapten ze over naar de concurrentie: de militaire MIVD of de nationale coördinator NCTV.

Gelijktijdig werd de zogenoemde ‘centrale opleiding voor geheim agent’ wegbezuinigd, zei Dellebeke. Typisch het werk van „managers die zelf nooit geheim agent zijn geweest”, dacht hij. „Die schrappen zo’n opleiding en hebben geen idee van de schade.”

Hij noemde als voorbeeld ‘de bronnenopbouw’: de kunst menselijke bronnen te werven. Aanbellen, praten, vertrouwen winnen, terugkeren, vertrouwen behouden, toeslaan in ‘het tweede gesprek’: een fijnzinnige techniek, legde hij uit, „het mooiste en moeilijkste onderdeel van het vak”.

Maar nu er geen centrale opleiding meer is, zei hij, worden talrijke jonge medewerkers aangetrokken die niet eens opgeleid kunnen worden. „Dus het vak leren ze niet.”

De onvrede zat dieper. Vorig jaar, vertelde hij, kreeg ‘de bovenlaag’ van het AIVD-management salarisverhoging, „terwijl er op de werkvloer mensen nog steeds het zinkende schip verlieten”. De onvrede hierover sluimerde nog toen zich de meest precaire kwestie van de laatste tijd voordeed: de zaak van de herhaalonderzoeken.

Zeker vijf medewerkers werden volgens Dellebeke op straat gezet, onder meer wegens vermeende financiële afhankelijkheid: hun hypotheek stond onder water of huwelijk was gestrand. Het idee was dat deze medewerkers chantabel waren, aldus Dellebeke. Ze konden gaan.

„Op het intranet van de dienst”, zei Dellebeke, „ontstond een heftige polemiek.” Medewerkers wilden de criteria voor de intrekking weten. De hypotheek van miljoenen mensen staat onder water, bijna de helft van alle huwelijken strandt: moesten AIVD’ers supermensen zijn?

En de leiding maakte alles erger, zei Dellebeke, door geen heldere criteria te stellen. „Het werd van geval tot geval bekeken: het was maatwerk, zeiden ze.” Medewerkers reageerden onthutst. Een van hen zei tegen Dellebeke: „Het is hier één grote klerezooi.”

En de toestand werd explosief, zei hij, toen de AIVD-leiding de discussie op het intranet afkapte. „Er zijn machtsmiddelen gebruikt om personeel in het gareel te houden.” Met „ronduit desastreuse” gevolgen. Want een geheime dienst die medewerkers met problemen op straat zet, roept over zich af dat óók haar geheimen op straat komen te liggen. „Het management moet die mensen juist helpen.”

En nu gaan medewerkers in de toekomst hun financiële of persoonlijke sores natuurlijk verhullen – anders zijn ze hun baan kwijt. „De leiding is zó kortzichtig”, zei Dellebeke. Immers: juist medewerkers die problemen verzwijgen zijn chantabel. „Maar dat is de leiding blijkbaar even vergeten.”

Ik zei: maar is het fair al dit ongemak op het conto van de leiding te schrijven? Niet helemaal, zei Kees Jan Dellebeke - maar wel een groot deel. Hij trok de vergelijking met Arthur Docters van Leeuwen, die hij meemaakte toen de BVD, voorloper van de AIVD, begin jaren negentig ook werd gereorganiseerd.

DvL”, zoals ze hem op de werkvloer noemden, was behalve charismatisch en grappig ook werkelijk geïnteresseerd in zijn mensen. „Ik stuurde die dagen met collega’s de inlichtingendiensten van de politie aan”, vertelde Dellebeke. „DvL kwam twee dagen bij me op de kamer zitten en zei: laat me zien wat je doet.”

Die houding voorzag in een basale behoefte, zei Dellebeke. De geheim agent leidt een gespannen leven van halve waarheden; en ambachtelijk respect van het diensthoofd is dan een minimale voorwaarde om het vol te houden. Zo volgde Dellebeke zelf in de jaren negentig een avondcursus op de School voor de Journalistiek, zogenaamd als bestuurslid van een honkbalclub.

„Toen ik de dienst had verlaten, voelde dat voor mij als uit de kast komen.” Zo zwaar was het geweest. Vrienden, zelfs familieleden, had hij al die 39 jaar om de tuin moeten leiden. „Nu kon ik het zeggen. Wat een verademing.”

Intussen had hij gezien hoe de reputatie van de AIVD in het Haagse politiek-bestuurlijke complex verder verslechterde. Door de bureaucratie binnen de AIVD werkten bestuurders liever met de MIVD, die flexibeler is. Dellebeke maakte het mee toen er in zijn jaren bij de afdeling Inlichtingen Buitenland een kans was een internationaal gevoelige operatie op een bekende Afrikaanse politicus te beginnen. „Ik moest twee weken wachten op interne beslissingen”, zei hij. „Toen ik mijn plan aan BZ kon voorleggen, was de MIVD allang ter plaatse.”

Zo ervoer Kees Jan Dellebeke hoe ook het Haagse aanzien van AIVD-medewerkers daalde. Dus toen vanaf 2012 het politieke gejojo inzake de bezuinigingen begon, met alle gevolgen van dien, brokkelde de eigenwaarde van veel geheim agenten vanzelf verder af. „Juist toen zou het goed zijn geweest als er iemand van het kaliber van Docters van Leeuwen in de leiding had gezeten”, zei Dellebeke.

In werkelijkheid zat daar Rob Bertholee, voormalig commandant van de landstrijdkrachten. „Een manager. Geen man die veel kaas van de organisatie heeft gegeten”, zei hij. „En vooral: geen man met een inlichtingenvisie: precies waar al die ontredderde medewerkers al zolang naar hunkeren.”

Zo leerde Kees Jan Dellebeke me dat er inderdaad iets grondig mis moest zijn op de werkvloer van de AIVD. Een bederf waarvoor niet één dader was. Een bederf waarin politici, de AIVD-leiding en het -personeel een rol in hadden. Maar ook een bederf waar wij, in de buitenwereld, verrassend weinig van wisten.