Twee keer goud in Rio? In Epkes denkwijze kan dat

Zonderland aast in Rio op goud aan zowel rekstok als op brug

In het hoofd van Epke Zonderland worden weer snode plannen gesmeed. Bedacht de turner vier jaar geleden, in de aanloop naar de Olympische Spelen in Londen, de aaneenschakeling van drie vluchtelementen aan de rekstok, nu ‘Rio de Janeiro’ nadert, aast Zonderland op twee gouden medailles. Hij droomt over ruim zestien maanden aan de olympisch titel aan zowel rek als op brug.

Zonderland schreeuwt zijn ambitie wijselijk niet van de daken, maar formuleerde gisteren op een persconferentie, vanwege de binnenkort te houden EK in Montpellier, in voorzichtige bewoordingen zijn voornemen. Het laatste wat hij wil is zich nu al afficheren als een kandidaat voor olympisch goud op brug. Daarvoor moeten zijn oefeningen eerst nog extra worden opgewaardeerd. Maar er is nog tijd. De triple van Londen bedacht hij pas een half jaar voor de Olympische Spelen.

Hardop brainstormen

Vooralsnog is Zonderland aan het brainstormen. Maar wel hardop, zoals gisteren op het turnbondsbureau in de Beekbergense bossen. Met een paar hoger gewaardeerde elementen heeft Zonderland zijn brugoefening van een uitgangswaarde van 6.6 opgekrikt naar 7.1. Bij een goede uitvoering biedt dat uitzicht op internationale podia, zoals afgelopen weekeinde bleek in Cottbus, waar de turner met zijn nieuwe oefening brons won.

Zonderland heeft zoveel schik in zijn verzwaarde brugoefening en het succes dat hij er nu al mee boekt, dat hij aan het rekenen is geslagen. Als ik die resterende twee lichte elementen ook opwaardeer, kan ik mijn uitgangswaarde opschroeven naar 7.5, calculeert hij. „Dat zou uniek zijn”, voegde hij er in één adem aan toe. „Als dát lukt, ga ik in Rio voor de gouden medaille op brug. Weinigen zullen daar boven komen. Het zal moeilijk worden, want ik heb nog weinig ervaring met de nieuwe oefening, maar mijn ambitie is hoog. Goud aan rek is realistischer, maar de gedachte van goud aan brug prikkelt me zeer, Ik zie geen reden om het niet te proberen.”

Maar dwarsboomt zijn eerzucht niet zijn kansen op een tweede olympisch titel aan de rekstok? Integendeel, redeneert Zonderland, die denkt dat twee toestellen elkaar juist versterken. Stellig: „Het betekent een grotere diversiteit in de training. Dat komt mijn rekoefening juist ten goede. In Cottbus vertelde de Turkse rekspecialist Umit Samiloglu mij nog hoe moeilijk hij het vindt om op één toestel op niveau te blijven. Ik begrijp dat wel.”

Wakker geschud

Maar hoe zit het met Zonderlands rekoefening? Heeft hij de concurrentie in Londen niet wakker geschud en kan het zijn dat hij verrast wordt door een spectaculaire oefening van een tegenstander? In theorie is dat mogelijk, maar Zonderland verwacht van niet. Hij vertrouwt op zijn oefening met vier vluchtelementen die twee aan twee gekoppeld worden. Daarmee heeft hij een uitgangswaarde (7.7) die moeilijk te overtreffen is. In dat opzicht maakt hij zich weinig zorgen.

Zonderland relativeert eveneens zijn val van de rekstok in Cottbus. Niet fijn, maar kan gebeuren, zegt de turner die de smak toeschreef aan een inschattingsfout bij een greep. „Maar ik ben op scherp gezet”, ziet hij de positieve kant van die smak. „Het is goed om af en toe op je bek te gaan, dan weet je weer hoe moeilijk het is.”