Slimme ingenieur met vooruitziende blik

Een uitvinder in hart en nieren. Zo wordt ingenieur Luc Lievense omschreven door medewerkers van het ingenieursbureau dat hij in de jaren zestig oprichtte. Begin deze maand overleed hij op negentigjarige leeftijd.

Na de oliecrisis eind jaren zeventig kreeg Lucas Willem Lievense nationale bekendheid met een plan om windenergie op te slaan in het Markermeer, in een kilometers groot stuwmeer met hoge dijken met honderden windmolens. „Tijdens de oliecrisis las ik in het vliegtuig een artikel waarin stond dat de windsnelheden boven Texel voldoende waren om heel Nederland van energie te voorzien, maar dat het zo jammer is dat we die energie niet kunnen opslaan. Je kunt energie wel in water opslaan. Ik ging dat uitwerken voor de Markerwaard en er kwamen fantastische cijfers uit”, vertelde Lievense in een vraaggesprek met deze krant in 1995.

Maar het Plan-Lievense zou na jarenlang gesteggel uiteindelijk niet doorgaan. Horizonvervuilend. Ecologisch riskant. Onveilig door de kans op een overstroming na een dijkdoorbraak. Maar vooral: erg duur, en niet concurrerend genoeg. In de jaren tachtig werd de olie goedkoper, bleek die minder schaars dan gevreesd en was de noodzaak om over te schakelen op windenergie minder acuut geworden.

Inmiddels hebben techneuten het dagelijks over de opslag van windenergie, waarvan de opwekking niet synchroon loopt met de behoefte aan stroom. Nu nog wordt windenergie geëxporteerd en opgeslagen in stuwmeren in Noorwegen; kolencentrales leveren de stroom bij windstilte. Maar hoe meer groene stroom, des te groter de behoefte aan opslag of aan slimmer gebruik van elektriciteit. In dat opzicht was de Delftse ingenieur een pionier.

Lievense, als raadgevend ingenieur gespecialiseerd in ‘natte infrastructuur’, begon zijn carrière bij Rijkswaterstaat met dijkherstel na de watersnoodramp van 1953. Later kreeg hij de leiding over de afsluiting van de Haringvliet. Hij ontwierp havens in Zuid-Afrika en in Israël. En vaak ook haalde hij het nieuws met opmerkelijke ideeën die het niet haalden. Zo stelde hij in de jaren negentig voor de Betuwelijn niet op het maaiveld aan te leggen, maar in een ondiepe tunnel omhuld door een dijk. Zijn ingenieursbureau, sinds een fusie Lievense CSO Infra genaamd, werkte ook aan plannen voor de uitbreiding van Schiphol op een schiereiland in de Noordzee.

Lievense woonde sinds zijn terugtreden in de jaren tachtig in het Belgische Schoten. Daar is hij overleden.