‘Reizen en handballen, dat is zo’n beetje ons weekend’

Lieke Staal (23), deed een half jaar Balkanstudies in Oostenrijk en ontmoette toen de Bosnische Davor Slijepcevic (26). Nu wonen de student en arts-onderzoeker samen in Amsterdam.

Lieke Staal (23): „Vaak vertel ik hem verhalen over de Balkan. Hij vindt het minder boeiend dan ik.” Foto's David Galjaard

‘De Balkan boeit hem minder’

Davor: „Op mijn vijfde ben ik vanuit Bosnië gevlucht. Ik herinner me nog kleine dingen. Mijn vader ging spullen ruilen voor brood en zout. In Banja Luka, waar wij vandaan komen, verloren mensen hun banen en hun huis. Toen zeiden mijn ouders: we gaan. Mijn vader had zo’n klein tasje ingepakt met wat cassettebandjes voor onderweg. Soldaten bij de grens zeiden dat ik die niet mocht meenemen. Toen is mijn vader boos geworden en mocht het alsnog. Het eerste half jaar woonden we in een asielzoekerscentrum op Terschelling. Daarna kregen mijn ouders een huurhuis in Emmen. Voor mijn co-schappen ben ik verhuisd naar Enschede – daar heb ik Lieke ontmoet.”

Lieke: „We hebben elkaar vier jaar gleden ontmoet bij de handbalvereniging. Davor kwam net uit Groningen. Echt mijn hele familie handbalt.

Davor: „Bij ons ook. Vanaf mijn vijfde is het me met de paplepel ingegoten.

Lieke: „Ik sta vanaf mijn derde al op het veld. Vaak vertel ik hem verhalen over de Balkan. Hij vindt het minder boeiend dan ik. Ik heb een half jaar Balkanstudies gedaan in Oostenrijk. En toen ontmoette ik Davor.”

Davor: „Een soort serendipity.”

Lieke: „Ik was nog heel jong tijdens de Balkanoorlog, maar ik weet nog dat ik het kaartje van Joegoslavië op de televisie zag en gefascineerd was door het aantal kleine staatjes.”

Davor: „Mijn vader begon als klusjesman bij een woningbouwstichting, daarna deed hij de boekhouding. In Bosnië had hij een eigen bedrijf. Op een gegeven moment ben ik mijn eigen weg gegaan. Mijn ouders zijn eigenlijk heel trots, maar dat spreken ze niet echt uit.”

Lieke: „Ze zeggen het ook wel. Zijn broertje is negentien en gemeenteraadslid in Emmen.”

Davor: „Het jongste gemeenteraadslid van Nederland. Mijn vader zegt altijd: ik ben een tweede leven begonnen op mijn veertigste. Hij is blij dat wij die ellende niet hebben gehad.”

‘Alleen een master zou vervelen’

Lieke: „Ik studeer politicologie in Leiden. Ik heb vorig jaar ook mijn scriptie geschreven over corruptie in de Balkan. Nu doe ik iets met Rusland.”

Davor: „Lieke stimuleert me om dingen te ontdekken over de plek waar ik geboren ben.”

Lieke: „Ik heb een jongerenuitwisseling opgezet, gesubsidieerd door de Europese Commissie in Servië. Het onderwerp is vooroordelen en stereotypen. Als mensen aan Servië denken, denken ze vaak aan de oorlog en corruptie. We willen laten zien dat Servië geen tweedewereldland is.”

Davor: „Was dat ook gebeurd als je een Nederlandse vriend had gehad?”

Lieke: „ Misschien, het komt ook heel erg door de uitwisseling die ik heb gedaan in Oostenrijk. Ik volg nu een extra vak aan de UvA , een masterclass lobbyen. En ik doe nog een honours- programma in Leiden, daar ben ik wel druk mee.”

Davor: „Lieke zegt altijd: met alleen een master zou ik me dood vervelen.”

Lieke: „We hebben maximaal twee colleges per week.”

‘Boodschappen met een backpack’

Davor: „Maandag tot en met vrijdag zit ik op het lab. Ik ga meestal om acht uur weg, rond zes uur komt ik terug.”

Lieke: „Deze periode is chiller dan toen je nog in het ziekenhuis werkte in Rotterdam.”

Davor: „Een promotieplek is beter planbaar.”

Lieke: „’s Avonds hebben we vaak handbaltraining.”

Davor: „Dinsdag gaat zij koken en dan ga ik naar training. Daarna kom ik thuis en vertrekt zij. En ik train nog op donderdag en zij op vrijdag. Zaterdag of zondag hebben we vaak een wedstrijd. Doordat onze vrienden door het hele land wonen, gaan we ook vaak weg.”

Lieke: „Vanavond gaan we eten bij mijn zusje in Utrecht.”

Davor: „Reizen en handballen, dat is onze weekendinvulling.”

Lieke: „Boodschappen doen we vaak samen in het weekend.”

Davor: „Zonder auto, je pakt gewoon een backpack.”

Lieke: „Het grootste gedeelte doen we bij de Lidl, de rest bij Albert Heijn.”

Davor: „Ik vind de Lidl ook echt prima hoor, zoals laatste met de aubergine. Twee keer zo goedkoop en drie keer zo groot als bij Albert Heijn.”

Lieke: „Meestal begin ik rond zes uur, half zeven met koken.”

Davor: „In het weekend gaan we uit ons dak.”

Lieke: „Doordeweeks is het pasta.

Davor: „In het weekend lasagne. Dan hebben we tijd en dan maken we het ook goed.”

‘Zijn onderzoek begrijp ik niet’

Lieke: „Het lijkt alsof alles wel goed gaat hè? Behalve zijn wetenschappelijk onderzoek, dat is wel een beetje eenrichtingsverkeer.”

Davor: „Kijk Lieke, we staan in HEPATOLOGY, zeg ik dan, een belangrijk tijdschrift in ons vakgebied. Dan onthoudt ze maar een paar woorden. Zoals galzouten of ‘iets met muizen’.”

Lieke: „Ik vind het niet zo interessant. Ik vind het het leuker om te horen hoe het met de muizencrisis gaat.”

Davor: „Rond de kerstperiode hebben sommige muizen een infectie opgelopen. Daardoor heeft mijn onderzoek minstens een half jaar vertraging.”

Lieke: „De muizen hebben ebola, zeg ik dan. Dan is het voor mij ook begrijpelijk.”