Rauwe formules als de onverbloemde werkelijkheid in wiskunderoman

In Frankrijk, waar hij vandaan komt, geldt hij als rockster in de wetenschap, al doet zijn uiterlijk anders vermoeden. Met zijn Liszt-achtige haar en steevast gekleed in een extravagant kostuum lijkt hij zo te zijn weggelopen uit de negentiende eeuw. We hebben het over Cédric Villani, hét Franse wiskundegenie van deze tijd. In 2010 won hij de Fieldsmedaille, de hoogste onderscheiding voor wiskundigen die in de bloei van hun carrière zitten.

Behalve topwiskundige is Villani sinds 2009 ook directeur van het Institut Henri Poincaré in Parijs. Hij heeft een bijzondere website: wie een andere wiskundige van dit formaat kent met enkele tientallen portretfoto’s op zijn site mag het zeggen. Villani geeft ook veel (kinder)lezingen en schuift regelmatig aan bij de Franse Pauws, Tans en Jineks.

In 2012 schreef Villani Théorème vivant, een gepassioneerd verhaal over het ontstaan van een wiskundige doorbraak. Vertalingen in het Duits en het Italiaans volgden snel, en nu is het ook in het Engels verschenen onder de titel Birth of a Theorem. Een Nederlandse vertaling is vooralsnog gestrand: kennelijk schrikten de formules en wiskundige afleidingen te veel af.

Toch hoef je die wiskunde niet te snappen om het boek met plezier te lezen. Sterker, Villani is zich er ten volle van bewust dat vrijwel geen lezer de wiskunde begrijpt. „Zelfs de meeste beroepswiskundigen snappen het niet”, schrijft Villani in een e-mail. Niet omdat ze te dom zijn, maar omdat de wiskunde buiten haar context wordt gepresenteerd.

Birth of a Theorem is als een dagboek geschreven, beginnend in Lyon in maart 2008 en eindigend in Saint-Rémy-lès-Chevreuse in november 2010, het moment dat Villani’s baanbrekende artikel wordt geaccepteerd door een vaktijdschrift: een stelling is dan geboren. Een groot deel van het boek gaat over het halve jaar waarin Villani met zijn gezin in Princeton woont. Aan het gerenommeerde Institute for Advanced Study werkt hij daar als een bezetene aan de Boltzmannvergelijking en de niet-lineaire Landaudemping (een paradoxaal effect in de plasmafysica). Met maar één ding voor ogen: de Fieldsmedaille.

Villani kan beeldend schrijven en dat maakt het boek zo sterk. Hij vertelt hoe verschrikkelijk het brood en de kaas in Princeton zijn (een Fransman wil natuurlijk een echt Frans baguette en goede Franse kazen), hij overpeinst hoe hij ’s nachts aan thee moet komen (zonder thee kan hij niet werken, avondwinkels zijn er niet in Princeton, dan maar op de fiets naar het instituut om de felbegeerde zakjes te halen), en hij rapporteert uitgebreid over zijn muziekvoorkeuren (van Jour de fête van Catherine Ribeiro tot Brittens War Requiem).

Dit soort passages worden afgewisseld met portretten van grote wiskundigen, en pagina’s bezaaid met vergelijkingen waar de doorsneelezer machteloos naar staat te kijken. Villani doet bewust geen poging de wiskunde uit te leggen in lekentaal. Hij wil juist de onverbloemde werkelijkheid van wiskundig onderzoek laten zien, met alle obstakels die overwonnen moeten worden. Net als de manier waarop wiskundigen communiceren: e-mailcorrespondenties met collega’s worden letterlijk weergegeven, inclusief de voor leken raadselachtige LaTeX-codes waarmee wiskundigen formules optikken.

Tegen het einde van het boek noteert Villani letterlijk het telefoongesprek met László Lovász. „Mijn hart staat een moment stil”, schrijft Villani als hij deze naam aan de andere kant van de lijn hoort. Lovász vertelt hem dat hij een Fieldsmedaille heeft gewonnen. Niet eerder was er een wiskundige die de euforie die je voelt bij het winnen van deze onderscheiding zo treffend weet te beschrijven. Dat maakt Birth of a Theorem tot een uniek verhaal, dat juist ook voor niet-wiskundigen zo mooi is.