Onttakeling van Oranje zet zich onverminderd voort

Oranje tarttte het lot in een wedstrijd tegen Turkije waarin het in de Arena via een late treffer een vijfde interlandnederlaag onder Guus Hiddink voorkwam (1-1). Daarmee heeft de kwetsbare ploeg directe plaatsing voor het EK nog net in eigen handen als het alle duels vanaf nu wint.

Bondscoach Guus Hiddink tijdens de EK-kwalificatie Nederland tegen Turkije. Foto ANP / Jasper Ruhe

Oranje tartte vanavond het lot in een wedstrijd tegen Turkije waarin het in de Arena via een late treffer een vijfde interlandnederlaag onder Guus Hiddink voorkwam (1-1). Daarmee heeft de kwetsbare ploeg directe plaatsing voor het EK nog net in eigen handen als het alle duels vanaf nu wint.

De derde plek, die recht geeft op ten minste de playoffs voor EK-kwalificatie, werd met moeite geconsolideerd. Het vooruitzicht is bar, maar op de valreep werd een miserabel scenario voorkomen nu Turkije in ieder geval vooralsnog onder Oranje is gehouden. Dankzij een late gelijkmaker van gelegenheidsaanvoerder Wesley Sneijder, een goal die later werd toegeschreven aan Huntelaar omdat die de bal significant van richting veranderde. De achterstand is nu, halverwege de poulefase, vijf punten op nummer twee IJsland en zes punten op Tsjechië.

Aanvallende onmacht

Te lang was het recept weer als vaker onder Guus Hiddink sinds zijn terugkeer als bondscoach: aanvallende onmacht en altijd weer die 1-0 achterstand. Het was tegen Turkije niet anders, de eerste wedstrijd dus sinds Hiddinks wedergeboorte als de bijna gesneefde bondscoach die weer grip had gekregen op het team. Fris en strijdbaar, de kater voorbij, heette het. Hiddinks avond had niet aangenamer kunnen beginnen met het resultaat dat Letland in Praag over de streep trok: 1-1.

Nederland kon bij winst de aansluiting met de top-twee, IJsland en Tsjechië, voorzichtigjes aan als gevonden beschouwen, in ieder geval in die mate dat zelfs de koppositie in groep A weer in helemaal in beeld was.

Maar de onttakeling van de wonderlijke ploeg van Brazilië afgelopen zomer zette zich onverminderd door, zeker nu de hoofdrolspelers van destijds allemaal ontbraken. Het Nederlands elftal, laat het niet onvermeld zijn, trad aan zonder angel Arjen Robben en ook zonder aanvalsleider en aanvoerder Robin van Persie. In die hoedanigheid bracht de ploeg weinig tot stand.

Defensie veel te wankel

De Turkse doelman Volkan Babacan moest twee keer gestrekt om schoten van Memphis Depay te keren, daar hield het wat aanvalskracht voor Oranje wel zo’n beetje mee op voor rust. Spits Burak Yilmaz, realistisch gezien het enige gevaar dat Oranje te duchten had van de Turken, bleek dan toch te gevaarlijk, te machtig om beteugeld te worden door de defensie, die met twee mannen centraal achterin maar niet los leek te komen van het stigma dat de vorige bondscoach op hen plakte. Te kwetsbaar op internationaal niveau, zelfs dus tegen de bodem van de subtop, Turkije. Te wankel in afwezigheid van Ron Vlaar, Ron Beton, WK-krachtpatser van formaat.

Het lijkt allemaal zo lang geleden, toen Nederland verdedigen kon. De optredens van Stefan de Vrij en Bruno Martins Indi blijven moeizaam. Ze zijn inmiddels werkzaam in Portugal en Italië waar verdedigen een ambacht is, maar hun daar opgedane expertise komt vooralsnog niet ten gunste van Oranje onder Hiddink.

Yilmaz dus, de Turkse aanvaller van Galatasaray, nummer 17, draaide zich tot twee keer toe een weg naar het doel. De eerste keer totaal ongemoeid zelfs, toen de Nederlandse verdedigers op de man met de bal afstoven als een naïeve meute, een waaraan Yilmaz zich onttrok. Rond de penaltystip had hij, oog in oog met de duizenden Turkse supporters achter het Nederlandse doel en keeper Jasper Cillessen kort daarvoor, opties te over. Maar hij koos de hoek waar net op tijd Martins Indi opdook om redding te brengen.

Narsingh kreeg bal voor zijn voeten

De tweede keer was het wel raak voor de Turken, die moesten winnen om zicht op het EK te houden. Wesley Sneijder toucheerde een voorzet bij de cornervlag zodanig dat De Vrij maar half redding kon brengen. Yilmaz kwam aan de bal in het gebrei dat volgde en hij koos precies het goede pad tussen de aanstormende Blind, Nigel de Jong en Martins Indi. Goal, en het rood-wit uitgedoste publiek op de noordzijde was in extase.

Luciano Narsingh, ook nummer 17, kwam er in de rust in voor Georginio Wijnaldum, maar zijn onmacht kwam illustratief samen in zijn eerste actie waarin hij uitgleed over de bal. Om niet te spreken over het moment even later, het gevaarlijkste van Nederland tot dan toe, toen de bal voor zijn voeten belandde na een kansrijke voorzet van Sneijder richting het hoofd van Huntelaar. Babacan greep in, stompte de bal in de richting van Narsingh aan wie het toevalskansje niet besteed was. Uit balans, hopeloos afgerond.

Ibrahim Afellay, na de entree van Narsingh een linie teruggezakt, dreigde vanuit het middenveld met een ziedend schot waar Babacan een hand aan kreeg.

Dost, de enige troef van Hiddink

Na 62 minuten al kwam Bas Dost en zo was de enige troef van Hiddink gespeeld, een half uur voor tijd. Met hem als stormram was het procedé lange ballen, en niet veel anders. De wanhoop nam toe, minuut op minuut, evenals het striemende gefluit van het Oranje-publiek. Narsingh vond na een handige actie zijn PSV-ploegmakker Jetro Willems vrij, maar die werkte de bal over.

Met de van richting veranderde gelijkmaker in de 92ste minuut kreeg Oranje alsnog loon naar werken. Memphis Depay vuurde in extremis nog over vanaf de rand zestien. De volle drie punten, het zou te veel zijn geweest.

De bondscoach rekende de afgelopen weken op zijn karakteristieke fijnzinnige manier af met critici, van Ronald de Boer tot Jack van Gelder en KNVB-directeur Bert van Oostveen. Maar Hiddink heeft ruim vier maanden na zijn enige overtuigende wedstrijd van het Nederlandse elftal onder zijn leiding, tegen Letland (6-0), alweer van alles uit te leggen.

    • Bart Hinke