Mascotte

Bert van Marwijk en René Eijkelkamp springen hun oude club Go Ahead Eagles bij in de strijd voor behoud in de eredivisie. Clubliefde heet dat. Het is een mooi gebaar dat bij actieve voetballers minder leeft. Dat ligt ook aan de clubs die ontspoord zijn tot handelshuizen. Het hele voetbal is zakelijker geworden, inclusief het Nederlands elftal. Ronkende liefdesverklaringen aan Oranje hoor je steeds minder. Ja, spelers komen graag naar Noordwijk, maar meer als uitstapje dan als inzet. De mythe Oranje bladdert snel af. Charisma is zoek.

Het ligt niet alleen aan tegenvallende prestaties, het mascottegevoel laat het afweten. Op Arjen Robben na is er geen speler meer die in de handpalmen van het volk wordt gedragen. We missen de briljante kwetsbaarheid van Rafael van der Vaart, het zwoegende proza van Mark van Bommel, de lach en een traan van Jaap Stam. De coaches spreken weinig tot de verbeelding: Guus Hiddink is lief en onzeker, Danny Blind nationale treurwilg van de dug-out. Nergens een vlammenwerper in de buurt.

Op het WK in Brazilië hield de schoonheid van het spel ook niet over, maar er was nog altijd Louis van Gaal die de natie vermaakte met visionaire onzin. Met zijn Bargoens en experimenteerzucht vooral. En er werd gewonnen. Je mag het niet hardop zeggen, maar ik heb de indruk dat Oranje steeds meer uit mentale huurlingen bestaat. Het Nederlands elftal als een navelstreng met losse eindjes.

De liefde is goedkoper geworden.

Wie Oranje zegt, denkt aan Frank de Boer, Phillip Cocu en Giovanni van Bronckhorst. Oud-internationals met een legendarische staat van dienst. Visitekaartjes. De keuze van Feyenoord voor Van Bronckhorst als hoofdtrainer wordt her en der op hoofdschudden onthaald. Te onervaren voor een moeilijke club als Feyenoord met een genadeloos legioen. Een risico dus is de teneur van critici. Kan hij de druk wel aan?

Gio heeft meer dan honderd caps voor Oranje, heeft voor Rangers, Arsenal en Barcelona gespeeld, is al een tijd assistent-coach. Hoezo onervaren? Zijn hele voetballeven was er een van druk en mediabelangstelling. Toch altijd een zoon van Feyenoord gebleven – aan clubliefde ontbreekt het niet. Het is benepen en kleinzielig om de nieuwe trainer in de Kuip na te dragen dat hij weinig ervaring heeft als coach. Ervaringsdeskundige ben je pas in de laatavond van een carrière, en dan nog zie je bij gelouterde nestors momenten van ontreddering, tactische miskleunen en schulpgedrag. Voetbal is geen exacte wetenschap en zal dat ook niet worden. Fabio Capello is een grote naam in het wereldje, belegen en doorwinterd, maar als bondscoach van Rusland bakt hij er niets van. Pep Guardiola is niet veel ouder dan Van Bronckhorst, maar hij wordt nooit lastig gevallen met negatieve insinuaties over zijn jeunesse.

Achterdocht is de harde kern van het poldertaoïsme. Jubel en aanmoediging als afstotingsverschijnsel. Geluk of succes moet hier altijd beginnen met ongeloof: treurig.

De keuze voor Giovanni van Bronckhorst is niet eens moedig van Feyenoord. Het is ook geen gok. Gio draagt de club in het bloed, druipt van internationale ervaring, heeft zich overal laten kennen als een seigneur. Lichtjes publiciteitsschuw, altijd bescheiden. Declameren doet hij alleen als het functioneel is of met een sociaal perspectief.

Alles aan Gio is gewoon, zoals Rotterdammers genetisch zijn geworpen. Hij draagt mooie kleren, maar aan zijn lijf niet het dode gewicht van een goudwinkel of tattoos. Zelfs als linksback had hij iets fijnbesnaards. De Aziatische touch van een mandarijn zit diep in hem verborgen.

Dat kan het ruige Feyenoord best gebruiken.