Opinie

    • Marcel van Roosmalen

Afwijkingen

Er waren ondertussen mensen die dachten dat ik bij mijn moeder was ingetrokken maar dat is toch echt niet het geval. Integendeel. Wel is het zo dat ik met enige regelmaat een nacht bij haar logeer, zoals gisteren toen ik na een tandartsbezoek bij haar ging eten en ‘de stroomstoring’ me in Velp aan de grond hield.

„Uw moeder is een kraakheldere vrouw”, zei de chauffeur van de Arnhemse taxicentrale Willemsen-De Koning die me bij het ouderlijk huis in Velp kwam halen en me uitgebreid complimenteerde met de vitrage voor het raam.

„Hagelwit, zo zie ik het graag.”

Ik was op weg naar een interviewafspraak met een student journalistiek die ik op het laatste moment had verplaatst naar Arnhem omdat hij weigerde om me op een andere dag te interviewen.

„Nee hoor, we doen het gewoon vandaag.”

De dwingende toon fascineerde me.

„Veel mensen wassen de gordijnen nooit, maar uw moeder is een nette vrouw”, zei de taxichauffeur ondertussen.

„U kent haar helemaal niet”, zei ik, waarna de chauffeur op z’n Arnhems meteen in de verdediging schoot.

„Heb ik iets verkeerds gezegd dan? Nee toch? Ik wilde dat ze het over mijn moeder zouden zeggen, maar die heeft de gordijnen denk ik twintig jaar geleden voor het laatst gewassen.”

Na een korte stilte zei hij: „Het is een afwijking van mij. Ik let als ik mensen kom ophalen altijd op de vitrage.”

Toen ik vervolgens niets zei omdat ik een sms van die student journalistiek kreeg waarin hij meldde dat hij al geruime tijd voor Hotel Haarhuis in Arnhem op me stond te wachten terwijl we het tijdstip toch zo goed hadden doorgesproken begon de chauffeur zichzelf te vergoelijken.

„Ik ben een beetje een amateurpsycholoog. Beter dat, dan een echte afwijking. Niet dan?”

De student journalistiek stond me in de regen op te wachten.

Hij was niet naar binnen gegaan omdat dat niet was afgesproken.

Even later werkte hij een vragenlijst af waarvan niet mocht worden afgeweken, hetgeen ik aandoenlijk vond.

Toen het klaar was gaf hij me een hand en liet me een foto zien van een bord waarop de vertrektijden van de treinen richting Eindhoven stonden. „Ik heb het als aangenaam ervaren, maar moet nu wel gaan.”

Het was gewoon zo dat de dingen moesten gaan zoals hij zich dat had voorgenomen. Daarna zei hij dat hij het syndroom van Asperger had.

„Ervaart u dat als een nadeel?”

Beter dat dan een amateurpsycholoog, dacht ik toen.

    • Marcel van Roosmalen