Mammoet vangen voor het baasje

De onderwerping van de wolf begon diep in de IJstijd, schrijft antropoloog Pat Shipman in haar jongste boek. Maar over het bewijs is veel discussie.

Op de Tsjechische steppe joegen mensen samen met wolfshonden op mammoeten, betoogt antropoloog Pat Shipman. Illustratie Dan Burr

Nog voor het schaap, het paard, de koe en de kip, was er de hond. De mens domesticeerde de wolf in de IJstijd, toen gletsjers het noorden van Europa bedekten en op de zuidelijke steppes nog mammoeten en wolharige neushoorns leefden. De eerste honden, protohonden, hielpen mensen bij de jacht en bewaakten karkassen tegen roofdieren en aaseters.

Dat schrijft de Amerikaanse antropoloog Pat Shipman in haar net verschenen boek The Invaders. Volgens Shipman begon de domesticatie van de wolf 42.000 jaar geleden in Europa, midden in de laatste IJstijd. Dat is extreem vroeg. De meeste experts gaan ervan uit dat de hond pas 14.000 jaar geleden volledig gedomesticeerd was, aan het einde van de laatste IJstijd en een paar duizend jaar voor de introductie van landbouw.

Maar volgens Shipman temden mensen wolven veel eerder, in een tijd dat de mens een nieuwkomer in Europa was. In dit deel van de wereld leefden nog holenberen, hyena’s, holenleeuwen en misschien wel Neanderthalers. Volgens Shipman bezweken deze roofdieren uiteindelijk onder het monsterverbond van mens en wolf. Rond 28.000 jaar geleden waren andere roofdieren uitgestorven.

Met dat prikkelende idee zet Shipman de discussie over de domesticatie van de hond op scherp. Hondenonderzoekers steggelen daar al jaren over. Over de contouren zijn ze het nog net eens: jagers-verzamelaars veranderden de wilde wolf (Canis lupus) in de tamme en behulpzame hond (Canis lupus familiaris). Maar wanneer en waar gebeurde dat precies? En gebeurde dat één keer, of hebben mensen over de hele wereld wolven in honden veranderd?

Het debat centreert zich rondt een stel oeroude schedels van hondachtige dieren. De schedels en skeletten van honden verschillen behoorlijk van die van hun wilde voorouders. De lange, spitse wolvensnuit werd tijdens de domesticatie een korte hondensnoet. Tanden werden kleiner, oogkassen groter, het lijf ranker, het gehemelte en de hersenpan juist breder.

Typische hondentrekjes

De oudste hondachtige schedel is 36.000 jaar oud en werd opgegraven in de grot van Goyet in de Belgische Ardennen, vlakbij Namen. Volgens Mietje Germonpré, paleontoloog aan het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen (KBIN), vertoont deze schedel al typische hondentrekjes: de hersenpan is breed, de snuit kort. In andere kenmerken doet de schedel nog denken aan een wolf, zoals de grote tanden. Shipman noemt deze dieren daarom ‘wolfshonden’.

Een andere aanwijzing voor een vroege domesticatie van honden komt van de Moravische vlakte in Tsjechië. Het leven van de bewoners van Predmostí draaide 30.000 jaar geleden volledig om de mammoet. Ze aten mammoet en leefden in hutten die gemaakt waren van mammoetbeenderen en slagtanden. Op de reusachtige mammoetkerkhoven van Predmostí zijn ook onderkaken en schedels van 30 hondachtige dieren gevonden. Eén ervan zelfs begraven met een mammoetbeen tussen zijn kaken geklemd.

Het idee dat wolfshonden mammoeten hielpen opjagen is spannend. Of misschien waren het waakhonden, die kampen en slachtplaatsen beschermden tegen hyena’s en wolven. „Bedenk wel, dit waren geen brave schoothondjes”, zegt Germonpré, „maar grote, gevaarlijke dieren.”

Toch zijn collega’s niet overtuigd. Vorige maand publiceerde een drietal onderzoekers nog een vergelijking van schedelvormen van wolven en honden, oud en modern (Scientific reports, februari 2015). Hun conclusie: de hond van Goyet was gewoon een wolf.

Greger Larson, geneticus aan de University of Oxford en domesticatie-expert, vindt het nog veel te vroeg om van honden- of wolvenschedels te spreken. „Dat een schedel er anders uitziet dan een wolf wil niet meteen zeggen dat het een hond is”, zegt Larson. „We weten niet hoe groot de schedelvariatie onder steentijdwolven was.”

Larson houdt de mogelijkheid open dat de hondachtige dieren uit Goyet en Predmostí wolven waren met een eigen uiterlijk en unieke leefwijze. Moderne wolven jagen op kleinere prooien dan ijstijdwolven. Misschien was de brede snuit een aanpassing om grotere prooidieren te bedwingen. Met het verdwijnen van grote planteneters zouden ook de breedsnuitige wolven zijn uitgestorven.

Ook genetici weten niet wat ze van de ‘Ardennenhond’ moeten maken. Onderzoekers zijn er in geslaagd het mitochondriale DNA (mtDNA) van het dier in kaart te brengen. Dat is een kort stukje DNA dat alleen via moeders op dochters overerft. De DNA-varianten die de hond van Goyet draagt zijn uniek: ze komen niet meer voor onder moderne wolven of honden (Science, november 2013). „Deze groep is blijkbaar uitgestorven”, reageert Germonpré. Maar ze blijft erbij dat het om deels gedomesticeerde dieren gaat: „Mogelijk was dit een gefaald experiment in de domesticatie van de wolf.”

Mocht dat zo zijn, dan is het gat met de tweede domesticatieronde groot. Het oudste hondenbot waaraan niemand twijfelt is een Zwitserse bovenkaak van hooguit 14.600 jaar oud. Vooral de kleine tanden zijn duidelijk die van een hond. Ook in andere delen van de wereld duiken vanaf 14.000 jaar geleden hondengraven op, van het Midden-Oosten tot aan Amerika. Honden werden vanaf toen ook opvallend vaak met mensen samen begraven, veel vaker dan enig ander dier.

De domesticatie van de hond was dus in ieder geval 14.000 jaar geleden voltooid. Maar hoe veel eerder werd die dan ingezet, als het niet diep in de IJstijd was?

Kandidaatkaken

De archeologen die pleiten voor een late domesticatie zijn daar nog niet uit. „Het probleem is dat hond en wolf twee uitersten zijn”, zegt Larson, „terwijl de een natuurlijk geleidelijk in de ander is veranderd.” Resten van zulke overgangswolven zijn schaars. Kandidaatkaken van 16.000 jaar oud, gevonden in Oekraïne en Duitsland, zijn mogelijk van wolven die op het punt staan hond te worden.

Ook genetici moeten het antwoord schuldig blijven. In een recent DNA-onderzoek becijferden ze dat honden tussen de 11.000 en 34.000 geleden van wolven zijn afgesplitst (PLOS Genetics, januari 2014). Die onzekerheidsmarge bestrijkt precies de periode waarover nu dus discussie is.

De hondenkwestie raakt verder vertroebeld doordat de wolvenpopulatie waar de hond ooit uit voortkwam inmiddels uitgestorven is. Wolven en honden vormen nu twee compleet verschillende takken in de wolvenstamboom. Anders gezegd: er leven geen wolven meer die nauwer verwant zijn aan honden dan aan wolven, of honden die nauwer verwant zijn aan wolven dan aan andere honden.

Dat is jammer, omdat een oeroud hondenras of hondachtige wolf ook iets zou kunnen onthullen over de manier waarop honden zijn gedomesticeerd. Want ook daarover verschilden hondenonderzoekers van mening.

Germonpré denkt dat mensen doelbewust wolvenpups uit het wild roofden, grootbrachten en ermee fokten. In eerste instantie was het doel niet om de dieren te domesticeren, denkt Germonpré. „Misschien werden wolven gehouden als offerdier, of voor hun warme pels.” Pas later zouden mensen de potentie van de hond als pakdier, waakhond of jachthond hebben gezien.

Larson gelooft niet dat mensen honden bewust meenamen. „Waarom zou je een gevaarlijke vleeseter je kamp inbrengen die je tweejarige peuter zo zou kunnen verslinden?” Larson denkt dat wolven zichzelf hebben gedomesticeerd. „Een populatie kan zich gespecialiseerd hebben in het volgen van mensen, zoals je ook wolven hebt die elanden volgen.” Mogelijk werden honden in eerste instantie aangetrokken tot de slacht- of afvalplaatsen van jagers-verzamelaars. Daarna zouden ze geleidelijk hun angst voor mensen hebben verloren.

Tijdstip, locatie, manier. Op bijna alle punten verschillen hondenonderzoekers van mening. Waarom is de discussie zo groot? „Veel mensen hebben een hond thuis. Iedereen wil weten hoe lang wij al samen zijn”, zegt Germonpré. „Discussies zijn altijd hevig in vakgebieden met weinig concrete gegevens”, zegt Larson.

Wat nodig is, zegt Larson, zijn complete DNA-volgorden (dus niet alleen mtDNA) van vroege wolven, honden en wolfshonden. Dan wordt duidelijk hoe de hond van Goyet en andere wolven in de hondenstamboom passen. Larson en Germonpré gaan samenwerken om die DNA-sequenties te bepalen. Larson uit Oxford: „Over een week gaan twee van mijn studenten naar België.”

    • Lucas Brouwers