Kletsen zonder kennis, en andere advocatenzonden

Iedere leek die een advocaat zoekt, tast in het duister. Is die man of vrouw wel deskundig, efficiënt of succesvol? Je hebt geen idee. Van het café op de hoek kun je op Google klantervaringen vinden. Maar van advocatenkantoren zijn alleen de uurtarieven en hun rechtsgebied bekend. Ik ken geen consumentenplatforms over de advocatuur. Client reviews op sites van advocaten – ik zag ze nergens. Vergelijkende advocatentests door media- of vakorganisaties: nooit van gehoord.

Tuchtrechtspraak voor advocaten levert nauwelijks informatie op. Pas als een advocaat definitief is geschorst – en het dus te laat is – wordt dat in een publieke database vermeld. De markt van advocaten is dus niet transparant. Internet kreeg er geen greep op. De journalistiek pikt alleen grote ontsporingen op.

Dus hoe kom je achter de do’s en don’ts van advocaten? Wat is de maatstaf? Ik heb die vraag maar eens aan een paar rechters voorgelegd. Zij vormen immers de enige beroepsgroep die dagelijks advocaten aan het werk ziet. En daar overigens altijd over zwijgt. Tenzij het de spuitgaten uitloopt en de president de deken moet waarschuwen. Wat ook weer stil wordt gehouden.

Welke zwaktes, uitglijders of blunders nemen rechters waar? Vijf rechters waren bereid per email discreet wat observaties uit te wisselen, via mij. Uit vijf gerechten, drie rechtsgebieden en twee instanties. Het liep uiteen van klein ongemak tot rare incidenten. Sommige waarnemingen deden ze allemaal. Ik kwam uit op drie thema’s, losjes aan te duiden als: zooien op de zitting, kletsen zonder kennis en klooien met pleidooien.

Met afstand het meest irritant worden advocaten gevonden die niet ophouden met herhalen. Gevolgd door onbeleefd doen tegen de andere partij, onnodig fel zijn tegen de officier, vooral als die begrip toonde voor de cliënt. Of tijdens het betoog van de tegenpartij ‘grommen en snuiven’, elke zin half luid bestrijden en heftig het hoofd schudden. Ook erg: zichtbaar mokken als een verzoek is afgewezen. Of ‘foute indrukmakerij’ door „een boek uit je tas te halen dat is geschreven door één van de rechters”. Maar daar dan in het betoog niks mee doen.

Van ernstiger kaliber waren incidenten rond dossier- of wetskennis. Eén advocaat verblufte een rechter door haar standpunt te onderbouwen met: „Ik heb de wet niet gelezen, maar dit is gewoon oneerlijk.” Incidenteel baseert een advocaat zich op een bepaling zonder in de gaten te hebben dat die niet meer geldt.

Of de advocaat blijkt wel de Nederlandse wet te kennen, maar de evenzeer relevante EU-regels niet. Pijnlijk zijn ook advocaten die feiten aanvoeren die geen feiten zijn omdat ze in het dossier direct zijn weerlegd. Rechters die zo’n, wat hen betreft, evident punt meteen van tafel willen halen, krijgen wel van advocaten de eis dat ze daarop tóch moeten beslissen.

Verder: advocaten die literatuur of rechtspraak aanhalen zonder te zeggen waar die precies te vinden is en waarom dat exact hun punt ondersteunt. Eén rechter trof ooit een advocaat die betoogde dat het „vaste rechtspraak is dat...” maar desgevraagd niet kon zeggen waar die dan te vinden was. Of de rechter dat er misschien zelf bij kon zoeken? Gevaarlijk voor advocaten is procederen buiten het eigen vakgebied, waar andere regels kunnen gelden, bijvoorbeeld over wie er wat moet bewijzen. Civiele advocaten op vreemd terrein zijn het makkelijkst te herkennen. Zij denken in gelijke partijen, gebruiken graag open normen en gaan ervan uit dat het „burgerlijk recht overal geldt”. Quod non.

En dan ‘klooien met pleidooien’, waaronder met stip op één ‘pleiten in de ruimte’. Het houden van brede algemene betogen, veel verwijzen naar algemene normen, maar niet toelichten waarom deze op dit specifieke geval van toepassing zijn. Vooral mensenrechten en algemene beginselen van behoorlijk bestuur worden als juridische duizend-dingen-doekjes gebruikt. Irritant, gratuit, bladvulling of „ik krijg er jeuk van”, zeggen rechters. Ook zwak: wel iets vinden, maar daar geen concrete feiten of omstandigheden bij noemen of die kunnen bewijzen. Incidenteel komt ook ‘onnodig volharden’ voor: als de cliënt een compromis wil, maar de advocaat niet.

Veel genoemd: advocaten die wel hun zaak kennen, maar het conflict te eenzijdig of beperkt definiëren en te weinig over oplossingsrichtingen nadachten. Bestuursrechters, die steeds vaker oplossingsgericht moeten werken, merken op dat advocaten vaak wel weten wat ze niet willen, maar niet wat dan wel. Regelmatig zien rechters in zaken andere geschilpunten dan de advocaten, die op vragen daarover niet voorbereid zijn. Typisch voor hoger beroep: advocaten die niet uitleggen waar de rechtbank het precies fout zag. Zij bepleiten hun zaak helemaal opnieuw: alsof er niet eerder over is geoordeeld.

Goed, en dan nu de rechters! Advocaten, mail mij waar en hoe rechters tekortschieten. Wat zijn hún grootste zwaktes? nrc@nrc.nl t.a.v. deze rubriek.

    • Folkert Jensma