Kamer met uitzicht

De muren van een ziekenhuis hoeven niet de kleur van klonterige, gele vla te hebben. Frisse lucht, een meanderende gang en een bloemenwei kunnen het welzijn van patiënten verbeteren.

Ik heb van jongs af aan perioden in ziekenhuizen doorgebracht”, schreef een patiënt van het Isala-ziekenhuis in Zwolle onlangs aan architecten Max van Huut en Frank Burger. „Steeds weer waren de kilheid en de grauwheid van de architectuur een extra aanslag op mijn stemming. Ik heb nooit begrepen dat architecten nooit aandacht leken te hebben voor dit aspect van ziekenhuizen.”

Maar in het Isala, dat Burger en Van Huut in 2013 opleverden, heeft ze een hele andere ervaring: „Zoveel kleur en warmte! (Dit gebouw) voelt warm aan en komt niet bedreigend over. Mijn volgende opname is een feit, maar dan gelukkig niet in een fort van staal en steen.”

Het is een van de dankbrieven van patiënten uit Zwolle en omstreken die het Amsterdamse architectenbureau ontving na de opening van de zorginstelling die de voormalige ziekenhuizen Sophia en Weezenlanden verenigde. Een andere patiënt noteerde: „In het oude Sophia zocht ik als opgenomen patiënt tevergeefs rust in een wit-grijze gang met aan beide zijden grote glazen wanden en diagonale buizenconstructies. Misschien wilde de architect ruimte en openheid creëren, maar mijn associaties waren ‘blootgesteld’ en ‘overgeleverd’.” Nu vindt ze op moeilijke momenten rust op „de vele zitplekjes die het Isala rijk is”.

De architecten wilden geen ziekenhuis ontwerpen, maar een „beterhuis”. Max van Huut meent dat het formele, onpersoonlijke interieur van de meeste ziekenhuizen mensen nog zieker maakt. „Het helpt in ieder geval niet mee aan het genezingsproces.” In de Isala-klinieken moeten patiënten en hun begeleiders zich thuis voelen. Volgens Van Huut beïnvloedt vorm het gemoed. Daarom heeft hij de gangen in het ziekenhuis niet recht gemaakt, maar „meanderend”, want, met een metafoor: „Lopen langs een recht kanaal is doodsaai, maar wandelen langs een meanderende rivier, dat is eindeloos interessant.” Om geluid beter te laten resoneren, werden de ruimtes niet rechthoekig, maar veelvormig. De kleuren op de muren moeten aanvoelen „als een warme deken”.

Mag er in andere ziekenhuizen in verband met bacteriegevaar nog geen potplantje de ziekenzaal in, hier haalde landschapsarchitect Jørn Copijn, wiens bureau verantwoordelijk is voor de tuinen van het Rijksmuseum, zesduizend subtropische planten en bomen naar binnen voor tachtig plantenbakken. Wel pas nadat hij de directie ervan had weten te overtuigen dat er in de soort aarde die hij zou gebruiken geen ruimte voor ziektedragers zou zijn. Die beplanting zorgt niet alleen voor een betere luchtkwaliteit, de aanwezigheid ervan is ook „visueel geruststellend”. Hij ziet regelmatig mensen even met hun handen over de bladeren gaan. Ook legde Copijn de tuinen rond het ziekenhuis aan: velden met jonge bomen en bloemenweides.

Van Huut, (Van het bureau Alberts en Van Huut) die samenwerkte met Frank Burger van Aan de Amstel architecten, bouwde volgens de principes van de „healing environment”, een begrip in de zorgsector dat verwijst naar een omgeving die erop gericht is het fysieke en emotionele welzijn van patiënten te verbeteren. Er is tegenwoordig voldoende bewijs dat daglicht, frisse lucht en uitzicht op groen in zorginstellingen gevoelens van pijn en stress verminderen. Dat had je zo ook wel kunnen bedenken, maar omdat het nu wetenschappelijk bewezen is, willen directies er geld voor vrijmaken.

In nieuwe ziekenhuizen zoals Isala en ook in het Meander Medisch Centrum in Amersfoort worden die inzichten toegepast. Architect Hans van Beek, verantwoordelijk voor Meander, heeft het ziekenhuis zo gebouwd dat „het uitkijkt op het omliggende landschap van het Eemdal. Het groen dringt door tot in het hart van het ziekenhuis.” Alle patiëntenkamers kijken erop uit. Als je hoog in het ziekenhuis zit, heb je zicht op de randmeren.

Het formele en steriele dat zorginstellingen aankleeft, begint gelukkig een beetje uit de tijd te raken.

Natuurlijk wil je als patiënt in de eerste plaats een kundige arts die kennis heeft van de laatste inzichten. Je wilt goed werkende, geavanceerde apparatuur, de beste medicatie, een efficiënte communicatie tussen het zorgpersoneel, een schone omgeving, vriendelijke en capabele verpleging. Het is al heel knap als ziekenhuizen dat voor elkaar krijgen. Maar als aan al die basisvoorwaarden voor goede medische zorg is voldaan, zou het dan niet ook fijn zijn als je vanuit je ziekenhuisbed naar iets moois kunt kijken in plaats van naar een muur met de kleur van klonterige vla? Als je bed aan een raam zou kunnen staan, met uitzicht op lucht en natuur? Als je tijdens eenzame momenten de eerste gierzwaluwen zou kunnen zien, of de vertrekkende ganzen in de herfstlucht? Als je met een fatsoenlijk kopje koffie in de ene, en de infuuspaal in je andere hand naar een bloeiende binnentuin kan schuifelen? Als je niet steeds wakker wordt van het bliep bliep bliep van andermans apparaten? Als er lekker eten is voor de mantelzorgers?

Er is geen wetenschappelijk onderzoek naar het effect ervan nodig om al die vragen met ‘ja ja ja!’ te beantwoorden.

Kleurconcept

Omdat esthetiek een steeds belangrijkere factor in zorginstellingen wordt, heeft het verfmerk Sikkens recent speciaal voor de gezondheidssector een kleurconcept ontwikkeld, dat ondermeer wordt toegepast in het Martini Ziekenhuis in Groningen en het Academisch Ziekenhuis in Gent. De kleurencombinaties hebben tot doel „de koude en formele ziekenhuissfeer van vroeger plaats te laten maken voor een meer kleurrijke, vriendelijke en gevarieerde omgeving”, zegt Stephanie Kraneveld, global color knowlegde manager AkzoNobel Decorative Paints, en verantwoordelijk voor het onderliggende kleuronderzoek. Iedere ziekenhuisruimte vereist een eigen kleurcombinatie. (zie kader.)

De regels waaraan de verf moet voldoen, toont de complexe medische context voor dergelijke esthetische toevoegingen. Je kwast in een ziekenhuis niet zomaar wat op de wanden. De verf moet een minimale geurbelasting hebben, huidvetresistent zijn, en aan de hygiëne-eisen voldoen, zoals bestand zijn tegen intensief gebruik van desinfecterende middelen. Bovendien is het oppassen dat de kleuren niet de visuele diagnose verstoren. Heldergroen mag niet op de patiëntenkamer want kan een ongunstige reflectie hebben op de huid, heldergeel in babyruimtes kan tot gevolg hebben dat tekenen van geelzucht minder snel worden herkend. Voor ouderen, slechtzienden, en de acht procent van de mannen die kleurenblind zijn, moeten de contrasten tussen kleuren flink worden vergroot. Geen wonder dat zorginstellingen het graag lieten bij gebroken wit.

Kleur, gezond eten, een goede akoestiek, het is allemaal leuk en aardig, maar een „healing environment” bestaat volgens Hans van Beek, architect van het Meander Medisch Centrum in Amersfoort, dat in 2013 opende, uit meer dan zintuiglijke bevrediging. „Het gaat ook om navigatie, weten waar je bent in het gebouw.” Hij schetst de desoriëntatie die ziekenhuisbezoekers overvalt, en hun groeiende gevoel van stress, als ze via grote parkeerterreinen tussen ambulances die af en aan rijden de juiste ingang van het ziekenhuis moeten zien te vinden, en dan binnen ook nog eens lopen te dolen. Een ziekenhuis maken waar je de weg wél kunt vinden: dat stelde hij zich, naast de alomtegenwoordige aanwezigheid van natuur in het ziekenhuis, ten doel.

Een andere belangrijke factor die het genezingsproces volgens hem een zwieper kan geven is privacy. Patiënten krijgen in Meander eenpersoonskamers met een eigen badkamer. Zodat je de gesprekken met je geliefden in privacy kunt voeren, zodat wat voor de een helend is, een ander niet stoort. Dat je de nacht in kan zonder gehinderd te worden door andermans piepende apparatuur, diens lichtjes en toiletbezoek; dat je kan slapen zonder volgestopt te hoeven worden met slaapmedicatie. Van Beek: „Dat het een klein beetje meer wordt zoals thuis.”

Misschien zie je er straks vanuit je raam wel de eerste gierzwaluwen.