Ik mocht haar laten gaan

Tekst Margot Poll Foto’s Stefanie Grätz

Marits moeder Luke van der Have. „Zij hoorde stemmen die zeiden dat ze lelijk was, slecht en dom.”

Het begon met zes zogenaamde ikjes – korte stukjes van lezers – die Luke van der Have naar de krant stuurde. Zij schreef erbij: „Onderstaand vindt u een zestal Ikjes die ik de afgelopen jaren geschreven heb. In eerste instantie om mijzelf te blijven in een voor mij vreemde wereld, de wereld van de psychiatrie rondom mijn dochter. Later heb ik ze geschreven om mijn omgeving af en toe van deze wondere wereld op de hoogte te houden.”

Ik bel met Luke van der Have (52), directiesecretaresse, theatermaker, en praat met haar over de ikjes en over haar dochter – in de tegenwoordige tijd. Maar Marit leeft niet meer – zij maakte in 2013 na zeven jaar psychiatrie een einde aan haar leven. Haar ouders, die gescheiden zijn, waren erbij toen ze dat deed. Haar moeder leefde samen met haar dochter en stemde in met Marits keuze; de vader die elders woonde maar ook regelmatig voor haar zorgde, was het oneens met Marits besluit maar heeft haar toch gesteund. Een arts was niet aanwezig; het euthanasieverzoek van Marit was afgewezen. Marit was 21 jaar en liet een vader, een moeder en een broertje (14) na.

Het aantal meldingen van euthanasie of hulp bij zelfdoding bij psychiatrische patiënten neemt toe; in 2012 ging het om 14 meldingen, in 2013 waren het er 42. Formeel gelden dezelfde wettelijke zorgvuldigheidseisen als voor mensen met een lichamelijke ziekte: Het moet gaan om een vrijwillig en weloverwogen euthanasieverzoek, er moet sprake zijn van ondraaglijk en uitzichtloos lijden, er mag geen redelijke andere oplossing voorhanden zijn en er moet een onafhankelijke tweede arts worden geraadpleegd. Maar euthanasie bij psychiatrische patiënten, die vaak lichamelijk gezond zijn, is nog altijd omstreden. Volgens psychiater Boudewijn Chabot is het bijvoorbeeld onmogelijk dat de tweede arts, die geen behandelrelatie heeft met de patiënt, kan weten hoe erg een psychiatrische patiënt wel of niet lijdt.

Marits vader Paul Ulrich zei vorig jaar tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer: „De lijdensdruk in de psychiatrie kan giga vormen aannemen tot ver, heel ver buiten ons bevattingsvermogen. De wereld van patiënten kan daadwerkelijk een hel worden. Na een eindeloze strijd zonder resultaat is de levenswil soms verdwenen. Het lijden is ondraaglijk en uitzichtloos en de mensen zijn gebroken. Mag je dan, in zo’n situatie, nog verwachten dat zij een redelijk alternatief gaan proberen?” Bij de derde evaluatie van de Euthanasiewet zal dit jaar gekeken worden of de wet aanpassing behoeft voor patiënten uit ‘bijzondere groepen’, onder wie psychiatrische patiënten.

De moeder van Marit wil in het licht van deze discussie beschrijven hoe haar dochter en zijzelf de laatste jaren hebben geleefd. „Het verhaal van Marit illustreert denk ik wat er gebeurt als deze mensen niet gehoord worden.”

Wat voor een meisje was Marit?

„Een meisje met twee kanten. Ze kon zeer gezellig, creatief en blij zijn. Ze maakte mooie kunstobjecten die later zijn opgenomen in de kunstuitleen. Ook tekende ze heel graag, prachtige series bloemen, en als ze niet tekende schreef ze cabaretteksten. Ze had vriendinnen, genoot van onze vakanties. In groep 7 en groep 8 was ze op haar best. Maar zij had ook een donkere kant. Marit is boos geboren. Vanaf dag één wist ik dat er iets anders aan haar was. Meteen na haar geboorte strekte zij al haar benen en zette zich af op mijn schoot, haar hoofd bleef recht overeind staan. Dat doen baby’s niet – Marit wel. Vervolgens is zij zeven jaar lang, elke dag weer, boos huilend wakker geworden. Boos omdat er weer een volgende dag in het vooruitzicht lag. Ik heb er duizend theorieën over gehoord en gelezen maar ik weet nog niet hoe dat kwam. Bij elke hulpinstantie hoorden we dat het te maken had met een ontwikkelingsstoornis, maar de hulp beklijfde niet. Tja, wij zagen ook dat zij ingewikkeld in het leven stond. Wij wisten niet wat je moet doen met een kind dat wil wegvliegen. Marit wilde dood en heeft dat vanaf haar achtste steeds verkondigd.”

Vertelde uw dochter ook waarom zij dood wilde?

„Zij hoorde stemmen en dat ging van kwaad tot erger. De stemmen zeiden dat ze lelijk was, slecht en dom. Ze had de diagnose ‘borderline’ en kwam onder psychiatrische behandeling. Toen is zij begonnen zichzelf te snijden. Uiteindelijk is ze na een zelfmoordpoging opgenomen in de jeugdpsychiatrische kliniek in Amsterdam. Daar is zij op haar veertiende van het dak gesprongen, met een verbrijzelde lendewervel tot gevolg. Ze bleek niet verlamd gelukkig, ze kon nog enigszins lopen. Maar het onderlijf deed het niet meer.”

Kon u daar met haar over praten?

„Jazeker, we hebben er veel over gepraat. Wat haar dreef om zoiets te doen. Zij vertelde dat het de stemmen in haar hoofd waren die haar zeiden wat te doen: springen dus. Stemmen die klonken als door een festivalspeaker – zo hard. In de kliniek zei men dat het letsel haar eigen schuld was. Meteen de eerste avond dat ik bij haar bed zat, heb ik haar gezegd: als iemand de top wil bereiken, en hij valt, dan noemen we dat een ongeluk. Als het jouw doel was dood te gaan, dan was dit een ongeluk.”

Hoe kon u zo ver met haar meedenken?

„De eerste jaren heb ik me natuurlijk verzet. In het begin wist ik ook niet wat ik moest doen als zij zich had gesneden of mij steeds duidelijk maakte dat zij niet verder wilde leven. Maar daarna kwam ze toch weer in een flow en hadden we heerlijke momenten samen. Tot de zomer van 2012. We waren met z’n drieën in de VS op bezoek bij mijn beste vriendin. Daar is Marit weer in een diepe crisis geraakt. Ze werd achterdochtig, depressief, begon weer te snijden – het is zo uit de hand gelopen dat we weg moesten en terug zijn gegaan naar Nederland. Daar zijn we met z’n drieën de afgrond in gegaan. Marit in psychoses van uren, mijn zoon op school en ik ben gaan drinken – fors gaan drinken om te kunnen vergeten. Dat was het moment dat ik dacht: moeders kunnen dit ook niet aan. Ik heb hulp gezocht om van de alcohol af te komen. Dat is gelukt.”

Marit was inmiddels 21 jaar en kreeg een nieuwe diagnose erbij: Autisme Spectrum Stoornis. Voor haar veranderde dat niets. Ze deed thuis opnieuw een zelfmoordpoging door alle Ritalinpillen van haar broertje in te nemen en veel te veel insuline te spuiten. Ze zei tegen haar vader niet meer te willen leven omdat ze niet langer van de ene crisis in de andere wilde belanden, en ook niet meer de ene na de andere opname wilde ondergaan. Uiteindelijk deed zij een euthanasieverzoek aan haar psychiater. Die zei dat hij daarin mee wilde gaan, omdat hij begreep dat haar leven te zwaar was.

De toestemming van de psychiater maakte veel los bij Marit, zegt Van der Have. „Ik stond daarna buiten een sigaretje met haar te roken en ze vroeg mij: ‘mamma, mag ik nu echt dood?’ Ik zei: ‘ik denk het wel, maar wat vind je daar nu van?’ Zij begon te huilen en zei: ‘ik ben zo blij.’ Dat vond ik ongelooflijk – het was een keerpunt voor mij. Toen was ik overtuigd: zij wil dus echt dood.”

Maar de tweede psychiater wees het verzoek af: door de nieuwe diagnose zou haar situatie niet uitzichtloos zijn. Zo is het gekomen dat Marit met medeweten van haar ouders stichting de Einder benaderde, die mensen met een doodswens informatie geeft. Een counselor van de Einder sprak lang met Marit en haar ouders. Zij wilde volgens Van der Have weten of de ouders achter Marit stonden, al was toestemming niet nodig omdat zij 21 was.

„Paul en ik hebben allebei ingestemd. We zagen op dat moment geen uitweg meer. We kregen een folder en het boek van Boudewijn Chabot (Een waardig levenseinde in eigen hand), maar dat hadden we al. Marit kreeg een e-mailadres waar ze ‘het’ kon bestellen. Ze heeft meteen de aanvraag gedaan. Dan weet je dat het nog twee à drie weken duurt. Het wachten is spannend, heel spannend.”

Alsof je op een pakketje wacht …

„Niet alsof, zo was het. Het was echt een cadeautje voor Marit toen we het bericht kregen dat het was aangekomen. Helaas voor haar was dat na sluitingstijd van het postkantoor, vlak voor Kerst. Voor ons was het juist fijn omdat we daardoor nog de twee Kerstdagen met haar hadden. Marit werd heel rustig, en wij ook. Die twee dagen hebben we het heel goed gehad. We zijn bij mijn ouders geweest, Marit heeft afscheid genomen. Ze heeft zelf de verpleegkundige afgezegd die ’s middags zou komen. Niet meer nodig.”

Derde Kerstdag 2013 was de dag waarop de zending bij de Primera kon worden opgehaald. Marits broer ging die ochtend naar zijn opa en oma, al belde hij ’s middags nog wel even om aan zijn zus te vragen: „Wat is de mooiste plek op aarde?” Marit antwoordde: „Sableun in Zwitserland” – het huisje waar ze vaak naar toegingen met vakantie. „Oké”, zei hij. „Wilde ik even weten.” Als de as ooit wordt uitgestrooid, dan dus daar.

Marit heeft zelf in het bijzijn van haar vader in de keuken het middel bereid, terwijl haar moeder in de slaapkamer de camera in gereedheid bracht. Het laatste deel van Marits leven ligt vast op film om aan te kunnen tonen dat zij de medicatie zelf heeft ingenomen – mocht er ooit een juridische procedure komen. Het was Marits grote angst dat haar ouders aansprakelijk zouden worden gesteld voor wat zij had gedaan.

Dan is het moment daar. Luke van der Have is even stil. „Binnen een kwartier was Marit overleden.”

Hoe kun je als moeder je kind laten gaan?

„Ik denk dat je juist als moeder je kind kunt laten gaan. Ik heb haar op de wereld gezet, ik mag haar laten gaan. Een moeder begrijpt én helpt haar kind, dat heb ik 21 jaar gedaan – in ieder geval geprobeerd.”

En hoe gaat het nu met u?

„Goed, goed. Het is natuurlijk heel raar. Aan de ene kant is het voor Marit goed dat ze dood is, maar dat wil niet zeggen dat het voor mij goed is dat ik geen dochter meer heb. Dat zijn echt twee verschillende dingen. De andere kant is dat ik als moeder uit de waanzin ben, want het was waanzin waarin wij leefden.”