‘Ik heb niets met spijt of piekeren’

Paul Sebes (49)

is oprichter en eigenaar van literair agentschap Sebes & Van Gelderen.

Inspiratie

„Ik studeerde nog, toen ik begon bij Prometheus. Mai Spijkers, de uitgever, is geen makkelijke man, maar we konden goed ruziemaken. Met de auteurs klikte het. Het was een microkosmos die me beviel, tolerant, eloquent, erudiet. Geen nutteloze, stomme gesprekken. Toch twijfelde ik over het vak. Ik hield van de mensen en hun verhalen, maar minder van het product: boeken. Op de Frankfurter Buchmesse moest ik een manuscript ophalen in het agent center. Gefascineerd keek ik naar al die internationale literair agenten, bezig anderen te overtuigen van een mooi verhaal. Die drang. Ik dacht: ‘Dit ben ik.’”

Bezieling

„Dit vak is veel intuïtiever dan mensen denken. Niemand kan voorspellen welk boek een succes wordt. Dus ga ik af op mijn gevoel. Ik sta elke ochtend om zes uur op om te lezen. Dat is de basis: willen lezen. Is het echt goed, dan kan ik niet wachten het anderen te vertellen. Als ik overtuigd ben van een boek of auteur blijft dat zo. Dat zeg ik ook tegen mijn mensen: „Vind je iets goed? Ga ervoor!” Armin, de eerste titel van Gustaaf Peek zat bij de post, ik vond het meteen geweldig. Hij verkocht 900 exemplaren. Nu breekt hij door met Godin, Held, zijn vierde boek. Die jongen is niet anders gaan schrijven hoor.”

Attitude

„Mijn broer en ik mochten heel veel, maar werden ook aangesproken op onze verantwoordelijkheden. Bij een vier voor wiskunde kreeg ik niet op mijn lazer, maar zei mijn moeder: ‘Jee, dat is stom.’ Die combinatie van vrijheid én discipline heeft me gevormd. Moeilijke gesprekken en mails doe ik meteen. Maar ik ga geen uren naar een diner waar ik niets aan vind, daarvoor is het leven te kort. Ik heb niets met spijt, ook niet als ik een bestseller ben misgelopen. Of met piekeren over wat anderen van me vinden. Als je naar eer en geweten handelt hoef je je nergens voor te schamen. Ik doe alles sans gêne.”

Irritatie

„Ik krijg het verwijt over de rug van auteurs rijk te worden. Laatst werd ik een charlatan genoemd. Dat maakt me wel kwaad. Wij krijgen 15 procent, over verkoop en royalty’s. Als ik een boek voor 5.000 euro verkoop, heb ik 750 euro verdiend. Dan hebben we er maanden, soms jaren aan gewerkt. We gaan een soort huwelijk aan met auteurs en ik leg er eer in ze te houden. Dat betekent dat we hard voor ze werken. We zijn een beetje psycholoog, beetje jurist, beetje redacteur, beetje boekhouder en een beetje vriend. Ze hoeven niet op mijn verjaardag te komen, maar ze komen wel.”

Maakbaarheid

„Door de crisis moesten we nog creatiever worden. Dat is wat ik al zag in het agent center: dit werk gaat ook over commerciële vaardigheden. We zijn eerst naar Vlaanderen gegaan, daarna naar Scandinavië. Oslo recentelijk. Contact is contract, als je ergens heen gaat, verkoop je altijd. Voor buitenlandse uitgeverijen, vooral Amerikaanse, verkopen we Stephen King, Michael Cunningham, Paul Auster. Wij halen onze neus niet op voor romantische boeken of fanfictie. We staan continu met meerdere titels in de top-60. Die bestsellers compenseren voor de mindere goden.”

Vriendschap

„Een jaar of acht geleden kwam Willem Bisseling hier werken. Inmiddels zijn we bijna symbiotisch, mailen en praten de hele dag, hebben aan een half woord genoeg. Liefst fietsen we nog samen naar huis. We krijgen niet gauw genoeg van werken en van elkaar. Het is fijn om te werken met mensen die hetzelfde willen. Ik ga het hier geen familie noemen, maar we hebben een goed team met z’n tienen. Hier geldt work hard, play hard. Iedereen krijgt vrijheid en verantwoordelijkheid, net als ik vroeger thuis. We werken keihard, maar daarna mag er ook lekker worden gegeten, gedronken en veel gelachen.”

Eer

„De eerste keer dat ik een boek rondstuurde en een uitgever het wilde hebben, sprongen de tranen in mijn ogen. Omdat ze het boek mooi vonden, maar ook omdat ik dacht: zie je wel, het kan. Toen ik net begon zeiden mensen: dat gaat je nooit lukken in dit kleine taalgebied. Waarom niet, dacht ik. Ik vind mezelf niet ambitieus, maar ik heb wel een soort mateloze drang om er toe te doen. Dus ja, ik ga voor die mooie deal voor de auteur, maar ook egocentrisch voor mezelf. Gustaaf en ik hebben altijd gezegd: we gaan door tot we aan de Libris-tafel zitten. Daar zitten we 11 mei. Dat emotioneert me, zelfs als ik het vertel.”