Hoe vertellen we het de kinderen?

Door Friederike de Raat Illustratie XF&M

Erik (62) was getrouwd en had al kinderen toen hij van een advocaat en een notaris te horen kreeg dat hij en zijn broers en zussen tientallen miljoenen zouden erven van hun ouders. „We wisten wel dat er geld was, want we woonden altijd in een mooi huis. Maar mijn ouders spraken er nooit over.”

Het grootste deel van hun geld schonken de ouders van Erik (die niet met zijn achternaam in de krant wil) de kinderen al bij leven. Na hun dood moesten er nog een familiebedrijf, een kunstcollectie en een vastgoedimperium worden verdeeld. Besloten werd om vrijwel alle bezittingen onder te brengen in een bv, die regelmatig dividend uitkeert aan de erfgenamen. Maar dat heeft volgens Erik, die dankzij de erfenis sinds zijn veertigste niet meer heeft hoeven werken, „best wat strubbelingen opgeleverd”.

Het komt regelmatig voor dat erfgenamen geen idee hebben wat ze later van hun vermogende ouders krijgen. Schaamte over hun rijkdom, angst voor het oordeel van de buitenwereld en de vrees om hun kinderen te ‘verpesten’ maken dat vermogenden nogal eens zwijgen over hun bezit. Met soms als gevolg dat erfgenamen van de ene dag op de andere een vermogen in bezit krijgen en geen benul hebben hoe ze daarmee om moeten gaan.

Het overkwam Pauline (44), die op haar 18e door een erfenis van haar grootouders aandeelhouder werd in het familiebedrijf. Maar dat ze daarmee multimiljonair was geworden, ontdekte ze pas toen ze een belastingaanslag kreeg. Ook daarna spraken haar ouders er niet over. „Mijn ouders waren bang dat we last zouden krijgen van jaloezie, en van profiteurs”, vertelt Pauline in De Gouden Rugzak, een handboek voor vermogende families, geschreven door Marijke Kuijpers en Raimund Kamp van adviesbureau Guidato Family Office voor rijke families, en hoogleraar Ad Kil van Nyenrode Business Universiteit.

Wat ook regelmatig voorkomt, is dat een testament wel vermeldt wie er erft, maar niet wát precies aan wie wordt nagelaten. Fiscalist Paul Schut van Schut & Bruggink Estate Planners: „Dan is de opvolging binnen het familiebedrijf bijvoorbeeld niet geregeld of staat er niet in het testament dat er kunst is uitgeleend aan een museum.”

Wie echt een groot vermogen heeft, denkt vaak wel na over dit soort zaken: hij wordt daar ook aan herinnerd door het legertje professionals dat hem begeleidt, zoals de notaris, advocaat en vermogensbeheerder. Maar in de lagere regionen, bijvoorbeeld mensen met een eigen bedrijf dat bij verkoop een paar miljoen oplevert, heeft 20 tot 30 procent zijn nalatenschap slecht geregeld, schat Schut. „Ondernemers hebben de vreemde eigenschap te denken dat ze nooit doodgaan.”

Ook als het testament duidelijk is over de omvang en aard van een erfenis, doen zich vaak problemen voor. Ten eerste praktische problemen: een erfgenaam begrijpt vaak helemaal niets van effectenportefeuilles, bezittingen in het buitenland, het familiebedrijf of de investeringen in andere ondernemingen.

De nalatenschap van een vermogende is dus vaak veel ingewikkelder dan die van iemand met alleen een koophuis en wat spaargeld. Wat kan helpen, volgens Kuijpers, is om kinderen stapsgewijs voor te bereiden op hun toekomstige vermogen. Zo leren ze gaandeweg hoe zij bij het afwikkelen van de nalatenschap besluiten nemen en hoe zij hun erfenis kunnen beheren.

Relatieproblemen

Ook emotionele problemen kunnen zich voordoen als mensen een groot vermogen erven. Kuijpers: „Ze gaan zich afvragen waarom juist hun zoveel geld ten deel valt en wat ze ermee moeten doen.” Moeten ze bijvoorbeeld blijven werken en erover praten met hun omgeving? „Het is echt makkelijker om de Staatsloterij te winnen dan vastgoed, een kunstcollectie en twintig oldtimers te erven.”

De auteurs van De Gouden Rugzak spraken met achttien erfgenamen. Slechts twee van hen waren door hun ouders goed voorbereid op hun toekomstige rijkdom en hadden geen problemen gehad met hun erfenis. De rest kreeg die wel: zij gaven hun geld uit aan de verkeerde dingen, leenden het uit en zagen het nooit meer terug, worstelden met hun ambities (blijven werken of achterover leunen) of kregen relatieproblemen.

Zo ook Pauline. De angst voor profiteurs zorgde ervoor dat ze vrij krampachtig tegenover vriendjes stond. „Kiezen ze voor mij of voor mijn geld”, was altijd de vraag. Haar relaties met mannen waren vaak lastig, zegt ze, doordat zij veel vermogender is dan de partner. „Daar kunnen zij vaak niet goed mee omgaan.”

Alle geïnterviewden vonden het moeilijk hoe zij op hun beurt de volgende generatie moesten voorbereiden op het vermogen. Zij pakten het radicaal anders aan óf herhaalden het gedrag van hun ouders, vertelt Kuijpers. Zo ook Pauline: haar twee puberkinderen hebben nog geen idee. Pauline wil wachten met die informatie tot ze iets ouder zijn, ze is bang anders hun „ambities te verpesten”.

Wat adviseren deskundigen als het gaat om de vraag ‘hoe vertel ik het de kinderen’? Schut: „Je kunt wel zwijgen over je rijkdom, maar kinderen zijn niet gek. Die zien dat ze in een mooier huis wonen dan klasgenootjes en vaker op vakantie gaan. Als ze vragen gaan stellen, pas je verhaal dan aan aan de leeftijd van het kind. Vertel niet aan een zesjarige dat je 30 miljoen hebt, maar bijvoorbeeld wel dat zijn ouders best rijk zijn. Wacht ook niet tot het kind vijftig is met vertellen dat hij multimiljonair is.”

Vermogen vraagt, kortom, om extra opvoeding. Geld mag dan een luxeprobleem zijn, het is niettemin een probleem. Ook Kuijpers vindt dat je kinderen het beste in fasen kunt voorlichten over het familievermogen. „Eigenlijk is het net als bij seksuele voorlichting: dat doe je ook stukje bij beetje.”

Met de extra opvoeding begin je door informatie te geven zodra je kind vragen gaat stellen. Kuijpers: „Als je kind komt met ‘Hee pap, op school zeggen ze dat jij in de Quote staat’, wuif dat dan niet weg, maar zeg bijvoorbeeld: ‘Dat komt doordat papa en mama een groot bedrijf hebben’.

Denk van tevoren ook na over de antwoorden die je wilt geven. Je hoeft aan een tienjarige nog geen bedragen te noemen, maar je kunt wel uitleggen dat zijn ouders aandelen en vastgoed bezitten. Leg de context uit: ‘Opa had een bedrijf en nu is dat van ons’.”

Oefenen met een ton

Na de informatiefase komt het oefenen. Vaak dragen ouders om fiscale redenen bij leven al een deel van hun vermogen over, in de vorm van aandelen. Maar daar hoeft het kind vaak niets mee te doen, omdat het beheer in handen blijft van de ouders. „Als de ouders dan overlijden, is het kind op papier al 30 jaar miljonair, maar heeft het nog geen enkele vaardigheid opgebouwd met vermogensbeheer”, zegt Kuijpers. Daarom adviseert zij om kinderen al vroeg te laten oefenen. „Heb je 30 miljoen, geef het kind dan een ton om mee te beleggen of in vastgoed te investeren. Een bedrag van 5000 euro heeft geen zin.”

Per kind dienen passende oefeningen te worden bedacht. De één heeft belangstelling voor kunst, een ander voor aandelen, de derde wil een goededoelenfonds oprichten. Het kan de schenking natuurlijk ook in de aankoop van een eigen huis steken, maar dat is geen oefenen. Wat wel kan, en steeds vaker gebeurt: het geld in de start van een eigen bedrijf steken. Het probleem is: ouders willen best schenken, maar zijn bang dat hun kinderen foute dingen gaan doen. Zo ook Erik. Zijn kinderen kregen al een deel van de erfenis. „Ze zitten nu in een dure fase van hun leven, met een zware hypotheek enzo.” Maar echt goede ervaringen heeft hij er niet mee. „Ik heb het nu een paar keer gedaan, en in mijn ogen geven ze het geld uit aan nutteloze dingen. Daarom heb ik nu een flink deel van mijn nalatenschap voor mijn kleinkinderen gereserveerd. Dan krijgen zij later toch een aardig kapitaal, ook als hun ouders al veel geld hebben uitgegeven.”

Schut: „Als je kind meteen naar de Porsche-dealer rent, ja, dan moet je voorzichtig zijn. Maar als je elk jaar een ton schenkt, gaat een kind misschien ook gekke dingen doen, of wordt het lui.” Wacht dus met schenken als je vindt dat je kind eerst zijn eigen broek moet leren ophouden. En denk niet alleen aan fiscaal voordeel, vraag je af of het handig is een 15-jarige een ton te schenken. Tip van Schut: schenk alleen op papier, of breng aandelen onder in een fonds met gezamenlijke zeggenschap van ouders en kinderen. Zie je dat dat goed gaat, dan kun je je als ouder geleidelijk terugtrekken. „Maar accepteer wel dat je kinderen anders zijn dan jij.”

Dat erfgenamen de hele erfenis verkwanselen, gebeurt weinig. „Ze realiseren zich vaak wel dat hun voorouders er hard voor gewerkt hebben”, is Kuijpers’ ervaring. „Vaak is die Porsche maar een fase.” Helemaal voorkomen dat je (klein)kind geld over de balk smijt, of lui wordt omdat het weet dat het later hoe dan ook rijk wordt, kun je niet. Als dat gebeurt, rest volgens Kuijpers maar één ding: laat het los.

Dat hoort bij de laatste fase van de financiële opvoeding.