Hiddink balanceert vaker op ’t randje

Worsteling Hiddink met Oranje past in traditie. „Hij wacht tot het fout gaat.”

Guus Hiddink had verwacht dat het Nederlands elftal verder was, denkt Raymond Verheijen. Foto Pim Ras/Hollandse hoogte

Raymond Verheijen (43) zucht. De vraag ligt voor of hij bedoelt dat Guus Hiddink dingen op zijn beloop laat. „Nee. Dat impliceert dat Hiddink het – ‘oh’ – maar uit de klauwen laat lopen. Maar zo zit het niet. Er zit een gedachte achter bij Hiddink. Hij kiest er bewust voor om de processen eerst ongemoeid te laten. Dat is een strategie. In plaats van mensen te vertellen wat ze moeten doen, creëert hij situaties en als het fout gaat snappen mensen zélf dat het anders moet.”

De bewondering voor Hiddink, met wie Verheijen als inspanningsfysioloog de ploegen van Zuid-Korea (WK 2002) en Rusland (EK 2008) klaarstoomde voor hun krachttoer tot in de halve finales, is onmiskenbaar. „Ik heb veel trainers aan het werk gezien, maar hij is met kop en schouders de beste in het sturen van gedachten bij spelers. Zo geeft hij als het ware de natuur een zetje, een organisch proces.”

Verheijen schreef standaardwerken over conditieopbouw en blessurepreventie. Deze week werd zijn boek Hoe simpel wil je het hebben? gepresenteerd, opgetekend door wetenschapsjournalist Frank van Kolfschooten, waarin Verheijen zijn ‘eigenzinnige lessen en spraakmakende anekdotes uit het topvoetbal’ doceert.

Met zijn World Football Academy houdt hij kantoor in Amsterdam Zuid-Oost, naast de Arena. Maar meestal is hij ergens anders op de wereld voor zijn cursussen aan (aspirant-)trainers. Zijn centrale boodschap: ‘Robin van Persie en Co verdienen betere trainers’. Veelgebruikt is de vergelijking met piloten en chirurgen. „Waarom eisen we die kwaliteitsstandaard pas als het om leven of dood gaat?” De lat moet omhoog in voetbal: voorbij de niet-onderbouwde kretologie.

Verheijen maakte carrière als inspanningsfysioloog en assistent bij Oranje rond de eeuwwisseling. Na vele omzwervingen in het internationale voetbal prijst hij zich inmiddels gelukkig als „totaal onafhankelijk” van de voetbalwereld. Dus kan hij zich zijn ongezouten kritiek op trainingsmethoden veroorloven, waarbij hij trainers op twitter ‘dinosauriërs’ noemt of ‘ezels’ als ze spelers overtrainen met blessures tot gevolg.

Begrijp me niet verkeerd, zegt Verheijen. „Die toptrainers zijn sowieso goed. Ik zeg alleen: als het trainersvak uit tien dingen bestaat, gaan één, twee dingen niet goed. Maar mensen in voetbal snappen het verschil niet tussen proces en resultaat. In psychologie noemen ze dat what you see is all there is: wat er voor je ogen gebeurt is waar. In voetbal is alleen het resultaat waar, maar dat betekent niet dat als je wint het proces volmaakt is.”

We spreken over Hiddinks dramatische openingszetten met Oranje, met resultaten die er toe hebben geleid dat het EK-kwalificatieduel tegen Turkije zaterdagavond in de Arena cruciaal is. „De resultaten spreken voor zich: het is niet goed. Punt. Wie dat rechtpraat is niet goed wijs”, zegt Verheijen. „Maar waar ik voor pas is slap gelul. Ja, je kan praten over praktische voorbeelden, maar ik doe dat met onderbouwing van een theoretisch kader. Ik geef geen meningen.”

Dus eerst het kader, dan pas de personen. Centraal staat daarin de tegenstelling tussen managers als Rijkaard en Hiddink enerzijds en het type trainer/leraar als Van Gaal en Rinus Michels anderzijds. „De trainer is van het keurslijf: de man die zijn visie verabsoluteert. Terwijl de manager zijn spelers als vertrekpunt neemt.”

Verheijen geeft drie voorbeelden. De Ajax-spelers die met Van Gaal de Champions Leauge wonnen, vervielen onder Hiddink op het EK 1996 in tweespalt. De overgang van ‘leraar’ Van Gaal naar ‘manager’ Ronald Koeman bij AZ liep in 2009 ook verkeerd af: na vijf maanden stond Koeman weer op straat. Dat het niet fout hoeft te gaan, toont bijvoorbeeld Ajax in de vroege jaren zeventig. Rinus Michels vertrok naar Barcelona en Stefan Kovacs nam het over. „De spelersgroep was meegegroeid onder Michels en was toen toe aan een type sfeerman.”

Na Van Gaal was dit Oranje nog niet toe aan een type Hiddink?

Verheijen toont op zijn laptop een foto van het huidige Nederlands elftal in een interland na het WK in Brazilië. „Je hebt hier vijf dertigers en de rest is veel jonger maar ook derde op het WK geworden. Dan kan ik me voorstellen als je manager X bent dat je denkt: dit is geen kleuterklas meer. Maar wat blijkt nou, en dat heeft Hiddink ook zo gezegd onlangs: hij had verwacht dat de groep verder was. Dat er dus toch meer structuur en houvast nodig was dan hij verwacht had. Het wordt extra interessant nu Robben en Van Persie geblesseerd zijn. Kuijt is er helemaal niet meer bij, dus het aantal dertigers is nog minder. Dan moet hij nog meer opschuiven naar leraar/trainer.”

Het duel tegen Turkije is cruciaal. Hoe heeft het zover kunnen komen?

„Laat duidelijk zijn: teams krijgen na het WK per definitie een terugslag. Kijk naar Duitsland, onbeschrijfelijk toch! Waar het om gaat is: je hebt een team dat succesvol is op het WK, dan kun je er vergif op in nemen dat je na het WK, als het niet meer zo fancy is rond wedstrijden, de boel meer moet aanzwengelen. Als je een manager bent die als het ware de natuur zijn werk laat doen, in combinatie met dit medialandschap dat scherper en dynamischer is dan tien jaar geleden, dan balanceer je op het randje.”

„Als je wacht tot het fout gaat, omdat dat op lange termijn krachtiger is, moet je wel zorgen dat het niet uit de klauwen loopt. Bij Zuid-Korea verloor Hiddink eerst met 5-1 en 5-0. ‘Mr 5-0’, werd hij genoemd. Zag je in de krant allemaal Koreaanse tekens en tussendoor steeds ‘5-0’, waar ze Hiddink mee bedoelden. Maar daardoor was voor iedereen duidelijk dat er iets aan de fitheid moest gebeuren, want het team stortte steeds na een uur al in. Toen was er wel ineens geld om mij in te laten vliegen.”

Wilde Hiddink bij Oranje bepaalde gebreken aantonen na het WK?

„Duidelijk is dat als hij naar Oranje kijkt, hij daar iets van vindt. Kijk alleen al naar dat verhaal over de speelwijze: 5-3-2 of 4-3-3. Stel: jij wilt niet zo spelen, maar Oranje was met 5-3-2 succesvol. Als je dan 4-3-3 speelt en je verliest, zegt iedereen: kijk, met jouw mening verliezen we. Dan kan je beter eerst 5-3-2 spelen en verliezen, dan zegt iedereen: laten we maar 4-3-3 spelen. Dat is safer.”

Wat viel u op toen u Hiddink afgelopen tijd zag handelen in de media?

„Heel eerlijk, zag ik iemand die dat gekrakeel niet serieus meer neemt. Dat kan passief overkomen, maar het heeft niets te maken met de dynamiek van het interview of dat hij in de hoek gedrukt wordt ofzo. Het heeft te maken met dat hij er boven hangt, en denkt: laat maar lullen. Als jij als trainer daar dag in dag uit, jaar in jaar uit mee geconfronteerd wordt, op een gegeven moment word je immuun. ”

Wat wilde hij bereiken met zijn opmerking dat hij zou opstappen als er niet gewonnen werd van Letland?

„Hij komt natuurlijk niet uit een ei. Hij weet dondersgoed dat als hij dat zegt, hij iets creëert. Blijkbaar denkt ie: als ik dat zeg, gebeurt dat, ontstaat die situatie, waardoor ik de aandacht afleid of er een situatie ontstaat waar ik later mee kan spelen. Kijk, het waarom, kom je alleen maar achter door het te vragen en dan is het de vraag of hij het je vertelt. Wat je wel kan zeggen is: gegeven dat het niet goed ging, heeft hij er bewust voor gekozen om het te zeggen. Hij heeft dat niet per ongeluk gezegd. Wie dat denkt, is heel naïef.”