Column

Het geklaag over Tusk is begonnen

In Brussel en andere Europese hoofdsteden hoor je steeds meer kritiek op het Europese optreden van Donald Tusk, de ex-premier van Polen die sinds december Europees president is. Na ruim honderd dagen moet je niet te hard oordelen. De man begint net. Toch is de kritiek het vermelden waard. Iedereen noemt namelijk dezelfde twee punten: Tusk bemoeit zich met te weinig onderwerpen, en hij is ontoegankelijk.

Diverse mensen die met hem te maken hebben, beamen dat Tusk zich vooral interesseert voor onderwerpen waar hij zich als Pools premier ook al sterk voor maakte. Stokpaardjes zijn de (verstoorde) betrekkingen met Rusland, en de Europese Energie Unie. Tusk wil Rusland hard aanpakken. Sommige regeringsleiders vinden hem geobsedeerd door het Russische gevaar en klagen dat hij niet namens hen spreekt. Op de vorige Europese top pushte Tusk de Energie Unie die hij als premier lanceerde en die onze afhankelijkheid van Russisch gas kan verminderen. Als derde stokpaardje kun je TTIP toevoegen, het handelsakkoord dat de EU met de VS wil sluiten. Als overtuigd transatlanticus steunt Tusk zo’n akkoord, dat bij Europese burgers gemengde gevoelens oproept.

Zijn voorganger Herman Van Rompuy zocht vooral consensus tussen de regeringsleiders en verbloemde soms zijn eigen mening. Hij zag zichzelf als ‘facilitator’. Tusk laat juist blijken waar hij zelf heen wil, en neemt politiek stelling. Hij leidt toppen strak, met weinig agendapunten. Voordeel, zeggen betrokkenen, is dat je nu betere discussies hebt. De conclusies van zo’n top zijn kort en staan dagen van tevoren vast. Vroeger werd daar tot het laatst over gesoebat. „Het scheelt veel tijd”, zei een ambassadeur, die de avond voor de maart-top thuis spaghetti stond te koken.

De critici vinden Tusks agenda te beperkt. Waarom bemoeit hij zich nauwelijks met de eurocrisis? Waarom behandelt hij Griekenland als een technisch probleem voor de ministers van Financiën uit de eurozone, terwijl dit de hele EU politiek diep raakt? Griekenland kwam om politieke redenen bij de euro; het is ook EU- en NAVO-land. Iedereen begrijpt dat de eurocrisis voor Tusk minder leefde: Polen heeft de euro niet. Maar ook nu ontbiedt hij zelden de economische en financiële experts die hij in huis heeft om zich erover te laten adviseren. Bij zijn voorganger stond de deur voor hen wijd open. Toen hij midden maart eindelijk een minitopje organiseerde met de Griekse premier Tsipras – Tusk had dat voordien steeds geweigerd –, gebeurde dit op aandringen van de Amerikaanse president Obama. De Duitse bondskanselier Angela Merkel en ECB-baas Mario Draghi voerden die avond het woord. Tusk, die nog altijd geen soepel Engels spreekt, zei weinig. Eurogroepvoorzitter Jeroen Dijsselbloem mocht erbij, al was dit boven zijn ‘stand’. Wel verzocht Tusk hem van tevoren, om die reden, niet te veel te praten.

Misschien is het een cultuurverschil, misschien is Tusk van nature zo. Maar hij is meer openlijk presidentieel dan zijn voorganger, meer hiërarchisch ingesteld. Zijn omgeving moet eraan wennen. Hij gaat niet naar de Raad Algemene Zaken, de maandelijkse Europavergadering van ministers van Buitenlandse Zaken. Van Rompuy ging wel. Als ministers thuiskwamen konden ze zeggen: „Laatst vertelde Van Rompuy mij…” EU-ambassadeurs in derde landen, die de president vroeger briefden over bezoekende buitenlandse staatshoofden, komen er bij Tusk niet in. Ambassadeurs van lidstaten evenmin. Hier wordt luid over geklaagd. Zelfs zijn eigen secretaris-generaal ziet de president naar verluidt weinig.

Nogmaals, je moet nooit te snel oordelen. Maar juist dit verdeelde Europa heeft een president nodig die luistert en namens allen blijft spreken.