Half Zwitserleven, half horrorfilm

Mercedes wil zo nodig de grootste en de duurste zijn. Maar 585 pk is nergens voor nodig, vindt Bas van Putten.

Als vermogen een taart was die je naar eigen inzicht mocht verdelen, wat zou je met 585 pk doen? De democraat in mij snijdt er acht punten van waarmee je acht bescheiden auto’s adequaat op gang kunt houden. Dat levert 73 pk per motor op, genoeg voor de gezinsvader die liever boeken leest dan leeg te lopen op een Mercedes-Benz S 63 AMG Coupé 4Matic die ze alle 585 moederziel voor zich alleen claimt.

Ik ga een poging doen die graaizucht te verklaren. Een onmogelijke opdracht.

Om te beginnen krijgt geen logica verklaard waarom Mercedes-Benz de topsnelheid begrensde van een auto die met dit vermogen makkelijk 300 kilometer per uur loopt. Bij 250 is het afgelopen en het lullige is dat hij die snelheid ook wel had gehaald met 300 pk. Het had iets langer geduurd, maar als de eigenaar van zo’n machine iets in overvloed heeft, is het tijd. Hij is in ruste, hij verveelt zich dood. Zijn plezierritten kunnen niet lang genoeg duren.

De S-klasse coupé, voorheen CL of SEC geheten, is een soort rijdend seniorenlandhuis dat als een hogesnelheidslijn tussen, zeg, München en de Rivièra pendelt, van het eerste naar het tweede huis. Het epitheton ‘coupé’ wijst bij zo’n grote Benz meer op de lijn dan op het motorische venijn, dat wel in huis moet zijn maar nooit wordt aangesproken. De koper is de zeventig voorbij, vermoeid, verveeld, versuft. Hij rijdt 180 in de overtuiging dat het 120 was, zo stil blijft het in de met leer en hout gedecoreerde praalkamer met de twee reuzendisplays die alleen zijn kinderen begrijpen. De vrouw ernaast, maar twintig jaar jonger, zit er alleen omdat hij opziet tegen weer een scheiding. De amourettes van zijn gloriedagen wil hij met de resten van zijn libido niet meer belasten en zo rijk is hij nu ook weer niet dat verse golddiggers de schouders ophalen over een essentieel gebrek.

Al dat vergankelijke drukt op hem. Hij bestuurt zijn 585 pk sterke Benz even lusteloos als de geslagen burgerman zijn Polo. Wat heeft hij nog te zoeken in een AMG?

Kijk, nu komt Darwin als geroepen. In de prijsklasse van anderhalf tot drie ton zijn er vergelijkbare grote coupés van Jaguar, Bentley en BMW die even oversekst uit het testosteronvat tappen. In de nooit aflatende pk-wedloop van de prestatiemaatschappij leggen ze de lat qua imbeciliteit steeds hoger. Toen BMW een achtpitter met 560 pk lanceerde, wist je dat Mercedes-Benz er overheen moest, niemand immers zo kinderachtig als volwassen mannen. Waarmee ik denk dat we de verklaring wel te pakken hebben; de klant is net zo. De uitgebluste pensionado wil de grootste en de duurste en dat is bij Mercedes-Benz een AMG.

Opvoeren

Maar wat is AMG, vraagt u. O ja. Een Duits tuningbedrijf dat sinds de jaren zestig Mercedessen opvoerde voor mannen die het leuk vonden de brave burger op de kast te jagen met een extra spoiler en een achtcilinder tokkiegorgel. Daar zijn er zelfs in het beschaafde Duitsland nog vrij veel van.

Toen die formule aansloeg, en door AMG behandelde circuit-Mercedessen succesvol bleken in de autosport, nam Mercedes AMG in stappen over. Nu staat op de snelste Mercedes-modellen van A- tot S-klasse altijd een AMG-logo en is de S63 AMG – pal achter een V12 die nog meer kan – het roofdier bovenaan in de voedselketen.

Daar gaan we dan in die volkomen schizofrene auto, half Zwitserleven en half horrorfilm. Ik weet niet goed wat ik van hem moet denken. Hard rijden met zo’n tweetonner is als een supertanker door de Vecht jagen. Ik heb het toch gedaan en zag de passagier een black-out krijgen toen ik gas gaf. Dat gaat van 0 tot 100 praktisch zo snel als in een 911 turbo, in 3,9 seconden. Niet normaal, piepte mijn bijrijder toen hij weer bij zijn positieven was gekomen. Dat is inderdaad het minste wat wij ervan kunnen zeggen.

Toen zijn we maar heel chill gaan rijden. We hebben de massagestoelen ingeschakeld en een rustgevend muziekje opgezet. Van de Swarovski-kristallen in de koplampen krijgen we als inzittenden helaas maar weinig mee, maar bij het vallen van de nacht hebben we wel genoten van de Nachtzicht Assistent plus, die nachtcamerabeelden fascinerend helder op het beeldscherm projecteert. Je hoeft niet eens meer door het raam te kijken, en ik vergat de motor die ik toch niet hoorde. Ik zou ’m doen, mompelden wij jaloers eerbiedig.

    • Bas van Putten