Gekooid, bestraft, bewaard

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

De Romeinse samenleving was gefundeerd op slavernij. Alles wat wij weten over het lot van de meeste slaven is ontleend aan mededelingen van slavenhouders, die hun rechteloze werkvee niet als mensen beschouwden maar als gebruiksvoorwerpen. De Britse classicus Jerry Toner presenteert in de gedaante van een Romeinse aristocraat het Handboek slavenmanagement [1] voor de aankoop, het beheer en de optimale exploitatie van slaven, inclusief tips voor de bestraffing van de kleinste vergrijpen en de regelingen voor de opsporing van vluchtelingen, voor foltering en executie, de gewoonten op het gebied van pedofilie en ander seksueel misbruik: een gids voor wreedheid, geweld en moord. ‘Er leven vandaag de dag in onze wereld meer slaven dan er in het Romeinse Rijk op enig moment geweest zijn’, besluit de classicus. Moeilijk te zeggen of dit moraliserend of relativerend is bedoeld.

We Are All Completely Beside Ourselves, de vorig jaar voor de Man Booker prize genomineerde roman van de Amerikaanse Karen Joy Fowler (1950) is vertaald als Totaal door het dolle heen [2]. De titel slaat op de geestestoestand van twee ‘zusjes’, slaven van de wetenschap, die compleet van zichzelf vervreemd raken. De oudste, Fern, is een chimpansee die geacht wordt zich als menselijk gezinslid te gedragen, terwijl de jongste, Rosemary, zich tot ‘aapmeisje’ ontwikkelt. De twee groeien de eerste jaren van hun leven samen op als proefpersonen van het Fern/Rosemary-Rosemary/Fern experiment onder leiding van Rosemary’s vader, hoogleraar gedragspsychologie. Denk aan het Nim Chimpsky Project, een taalexperiment met een chimpansee aan Columbia University. Als Fern na vijf jaar niet meer te handhaven is en spoorloos verdwijnt, desintegreert het gezin: moeder raakt in een depressie, vader aan de drank, de zoon wordt een criminele dierenactivist en de diepongelukkige Rosemary ontspoort. Ze voelen ze zich beschaamd en schuldig over wat ze Fern – die in een kooi eindigt – hebben aangedaan. Hoezeer ze zichzelf in hun eigen kooien hebben klemgezet, wordt geïllustreerd met citaten uit ‘Een verslag voor een academie’ van Kafka, waarin een man over zijn leven als gekooide aap vertelt.

De titel Op het balkon van de elektrische tram [3] voor zijn gebundelde columns heeft oud-rechter Leo Frijda ontleend aan ‘De passagier’, een ander kort verhaal van Kafka, met dezelfde thematiek. ‘Kafka voelde zich als West-Eeuropese Jood klemgezet. Hij kon niet voor en niet achteruit’, aldus de auteur in zijn ‘Voorwoord’. Frijda schrijft literaire columns voor het Joods Educatief Centrum Crescas, die eerder gebundeld werden in Het Jodendom laat je niet los. In dit boek brengt hij zijn columns over Kafka bijeen, aangevuld met stukken over verwante schrijvers als Egon Erwin Kisch, Joseph Roth en Isaak Babel. In 36 erudiete essays over ‘de schrijver van schuld en schaamte’, geeft Frijda een originele visie op ‘zijn Kafka’.

Museale geschiedenis, oorlogsgeschiedenis en kunstgeschiedenis in één is het stijlvol uitgegeven Het Stedelijk in de oorlog [4], een publicatie in het kader van de gelijknamige tentoonstelling die tot 31 mei loopt in het Stedelijk Museum Amsterdam. De bijdragen over museale geschiedenis zijn voornamelijk gebaseerd op het nationale onderzoek Museale Verwervingen vanaf 1933 dat de herkomst naging van de meer dan 500 kunstcollecties die in de bezettingstijd waren ondergebracht in een kluis in de duinen bij Castricum. De oorlogsgeschiedenis beperkt zich niet tot het traditioneel overgeleverde beeld van het Stedelijk als een van de weinige culturele instellingen die kon bogen op een rol in het verzet dankzij de latere directeur Sandberg. Diens mythische verhaal wordt aangevuld met andere belangrijke spelers. De ‘tragische biografieën’ van enkele kunstwerken, zoals Margriet Schavemaker het omschrijft, maken van die werken welhaast ‘schuldige beelden’. Behalve een verslag van historisch onderzoek is deze uitgave ook een aantrekkelijk kunstboek met bijzondere verhalen over talrijke afgebeelde kunstwerken uit de collectie van het Stedelijk.