Frisse lucht

Langzaamaan verdwijnt die typische hospitaallucht. Geurmakers werken eraan.

D

ie geur van saucijzenbroodjes bij de ingang van ziekenhuizen, dat vindt ze dus echt misselijkmakend. En dan komt zij daar meestal nog louter zakelijk, kan je nagaan als je nuchter moet zijn voor een operatie, of gespannen bent over de toestand van een geliefde. Die ‘negatieve geurbeleving’ zou ze in ieder Nederlands ziekenhuis willen wegjagen.

Tanja Deurloo, afgestudeerd scheikundige, heeft een bedrijf dat geuren maakt: Annindriya. Ze ontwikkelt ze voor winkels, merken en producten, en sinds een paar jaar ook voor ziekenhuizen. In de Verenigde Staten en Azië gebeurde dat al, in Nederland was het nieuw.

Een paar jaar geleden werd Deurloo betrokken bij een interieurproject in de centrale hal van het Westfriesgasthuis in Hoorn. Het ziekenhuis wilde het binnenkomend publiek een warm welkom bieden, het gevoel geven: je bent in professionele, veilige handen. Het rode cederhout, dat werd gebruikt voor de balies en de zitelementen, had van zichzelf al een geur en die heeft Deurloo versterkt: „de geur van hout heeft iets heel betrouwbaars”. Daar heeft ze bergamot aan toegevoegd, „de citrusgeur die je uit earl grey-thee kent; dat geeft dat frisse. Je wilt ook iets schoons in de lucht.”

Die typische ontsmettingsgeur van weleer is er tegenwoordig niet meer in ziekenhuizen. Het belangrijkste bestanddeel daarvan, lysol, wordt niet meer gebruikt. Bovendien, legt Deurloo uit, wordt in ziekenhuizen met microvezeldoeken gereinigd, waardoor je minder schoonmaakmiddelen nodig hebt. „Nadeel is dat je daardoor niet meer dat schoonsignaal in je neus krijgt, dat zegt: ‘het is hier fris’. Schoon staat voor veiligheid en aandacht: als het niet schoon ruikt, dan ervaar je het niet als schoon, dat is onderzocht door de Radboud Universiteit.”

Voor de nierdialyseafdeling van het Westfriesgasthuis creëerde ze een geur met de naam Open Raam. „Mensen moeten daar soms twee of drie keer in de week uren aan een apparaat zitten, of daar zelfs slapen. Het verzoek van de afdeling was: we willen eigenlijk het gevoel hebben alsof het raam net open heeft gestaan. Want dat kan in ziekenhuizen vaak niet. De geur, die op droge korrels is aangebracht, hangt in een machine aan de wand, een ventilator zorgt voor een geurstroom die „een heel klein beetje naar vers gemaaid gras ruikt, met een heel licht lentebloemetje erin; heel transparant heel airy.”

Een van de eerste dingen die Deurloo doet als ze voor een ziekenhuis aan de slag gaat, is de Raad van Bestuur en de medische staf ervan overtuigen dat de geurverspreiding veilig is. „Je zit bij een kwetsbare groep: oudere mensen, mensen met luchtwegaandoeningen, mensen wier zintuigen op scherp staan door de chemokuur, daar moet je rekening mee houden. Bovendien mag er geen bacteriegroei zijn.”

Zodra de raad zijn zegen heeft gegeven, gaat ze langs bij de dermatologen, arbeidshygiënisten (die voor een gezonde werkomgeving zorgen), KNO-artsen en longartsen. Zij weten welke ingrediënten schadelijk kunnen zijn, zij vormen tijdens de ontwikkeling van de geur vaak haar medisch klankbord.

Endoscopie

Waar ze in een ziekenhuis mee begint, zegt Deurloo, is het wegnemen van negatieve geurbelevingen. Ze kreeg van de Raad van Bestuur van een ziekenhuis dat niet met naam genoemd wil worden, het verzoek de geurbelasting op de afdeling endoscopie te onderzoeken. „Bij endoscopie wordt gewerkt met bloed, urine en ontlasting. Dat gaat allemaal in een zak en die zakken…nou, het is een van de allerergste geuren die ik ooit in mijn leven heb geroken.”

Toen ze vertelde dat ze iets aan die geur kon doen, zeiden de darmspecialisten in eerste instantie: „Nee joh, dat is helemaal geen thema bij ons, zo ruikt het hier gewoon.” En ook de verpleegkundigen zeiden „Nergens voor nodig.”

„Typisch Hollandse opgeruimdheid van ‘wij doen niet moeilijk, wij zijn niet flauw’”, zegt Deurloo. Ze ontwikkelde een substantie die de geur neutraliseert. Dat betekende niet alleen een sterke stankvermindering voor het personeel dat de zakken moet legen, patiënten, die eerder hun eigen uitwerpselen roken, hebben tijdens onderzoeken nu minder last van schaamte. Toen het project tijdelijk stopte, zeiden de verpleegkundigen: „Wil je dat spul alsjeblieft weer snel leveren.”

„Je hoeft bepaalde geuren in de zorg gewoon niet te accepteren”, zegt Deurloo. „Ik ben nu bezig met de ouderenzorg. Daar is de geur van urine alomtegenwoordig. Het is helemaal niet nodig dat het naar urine ruikt als je je oude moeder komt bezoeken. Het begint al met een simpele dranger op de deur van de keuken waar de po’s worden gespoeld, zodat die deur dicht blijft en de geur de gangen niet bereikt.”

Geur heeft een veel grotere invloed op ons welzijn dan we denken, stelt Deurloo. Gelukkig is dat inmiddels ook wetenschappelijk bewezen. Bepaalde geuren verminderen stress, daarom zijn ze juist voor de zorg zo geschikt. Voor een van de wachtkamers van het Oogziekenhuis Rotterdam ontwikkelde ze een ontspannende, geruststellende geur; hij is wat kruidig, met een kleine lavendelzweem. In samenwerking met sociaalpsychologen liet ze wetenschappelijk onderzoek doen naar de patiëntervaringen. Bezoekers bleken met de lavendelgeur in hun neus minder gespannen dan zonder.