Jodenhaat onder moslims gaat dieper

illustraties: cyprian koscielnak

Maarten van der Heijden pleit voor het bevorderen van de dialoog tussen joden en moslims (21/3). Dit zou het wantrouwen tussen beide groepen kunnen verminderen. Hij put hoop uit onderzoek waaruit blijkt dat jonge moslims die joodse gemeenten hebben bezocht, minder negatief over joden zijn gaan denken. Maar bij het antisemitisme onder moslims gaat het om meer dan de vraag of joden al of niet te vertrouwen zijn.

Ik heb als vader van twee joodse meisjes op een gemengde school in Amsterdam-West kunnen vaststellen hoe sommige moslimkinderen worden opgevoed. Zoals Ashraf, die elke keer als ik mijn kinderen van school haalde, spontaan in zingen uitbarstte: ‘joden moet je doden’. Of het zwakbegaafde meisje Manar, dat mijn dochter met regelmaat kwam vertellen dat haar familie naar school zou komen om haar te vermoorden.

Let wel: het gaat om kinderen die tien, twaalf jaar oud waren en inmiddels volwassen zijn, pakweg de generatie van de Syriëgangers. Het overwegend autochtone personeel van de school vond niet dat er een grens werd overschreden. ‘Waar twee vechten, hebben er twee schuld’ was het devies. Wel zei mijn jongste dochtertje dat het geen pas gaf ‘om kritiek te hebben op de islam’.

Het tolereren van dergelijk gedrag vormt een ernstige bedreiging voor de rechtsstaat. Dat bepaalde bevolkingsgroepen vogelvrij zijn of moord een gerechtvaardigd middel is om de eer van de profeet te wreken, is niet te rijmen met deelname aan het democratisch proces. De school heeft een taak laten liggen. De wet noemt burgerschapsvorming als een kerndoel van onderwijs. Daar zou eens werk van gemaakt moeten worden.