Deeglel met gekkigheid

Bijzonder

Als het met niet te veel complicaties gepaard gaat, is een bevalling een heugelijke gebeurtenis. Alle andere redenen om in het ziekenhuis te liggen zijn doorgaans minder vrolijk. En het eten is er vaak ook niet al te best. Een feestelijke pannenkoek is dan een welkome afwisseling – als de dokter het toestaat.

Op een steenworp afstand van het Diakonessenhuis in Zeist ligt het volledig rolstoeltoegankelijke pannenkoekenhuis ’t Jagershuys, met een groot terras midden in de gezonde buitenlucht van het Zeisterbos. Ze draaien al een tijdje mee daar – op het raam prijkt een ‘Libelle Prima Pannenkoek Ster’ uit 1987. Op een willekeurige dinsdagavond zit het ramvol.

Op het bord

’t Jagerhuys bestaat uit twee restaurants: het pannenkoekenhuis en het Alakart restaurant (dat schrijven ze zelf zo). Dat zijn twee aparte keukens. Deze recensie gaat nadrukkelijk alléén over het pannenkoekenhuis. Waarom daarvoor gekozen? Omdat ze een nogal bijzondere kaart voeren: een soort reis om de wereld in 80 pannenkoeken. Zoals daar zijn: de ‘Mexicaanse pannenkoek’ met kruidig gehakt, guacamole en tortillachips; de ‘Indische pannenkoek’ met kipsaté; de ‘Italiaanse’ met carpaccio en truffelmayo; de ‘Egyptische’ met kipshoarma. Het zijn er natuurlijk geen 80, het zijn er zestien en ze kosten tussen de 12 en 15 euro. Ze zijn er ook van volkoren, glutenvrij of zonder melk (op waterbasis) te krijgen.

Midden in het restaurant staan twee gasbranders waarboven de pannenkoeken geflipt worden. Wij nemen eerst een voorgerechtje. Het is standaard eetcaféwerk: carpaccio, vitello tonnato, salade geitenkaas. Niet fantastisch (de kalfsfricandeau is wat taai, de tonijnmayo mist limoensap, de carpaccio is niet helemaal rauw en de ‘appelfrietjes’ bij de geitenkaassalade blijken gewoon blokjes ongeschilde granny smith). Maar het meeste blijft onder een tientje (alleen de weiderundcarpaccio is 11 euro) en we komen voor die gekke pannenkoeken.

Het kan natuurlijk best, een hartige pannenkoek. Dat hoeft niet per se met spek en kaas. Een tortilla zou je een soort maïspannenkoek kunnen noemen, de Koreanen maken jeon, een pannenkoek gevuld met kimchi of garnalen. En in Ethiopië eten ze alles met injera, een karnemelkpannenkoek (die lijkt nog het meest op de onze). Dus waarom geen Hollandse pannenkoek met shoarma. Maar dan moet het wel een verdomd goede pannenkoek zijn.

Een pannenkoek moet twee dingen zijn: luchtig en gaar. Twee van de drie pannenkoeken die we proeven zijn in ieder geval gaar. Dat is tenminste iets. Maar de smakeloze deeglellen zijn plakkerig en taai. Ze veren terug als je eraan trekt en plakken aan je gehemelte. Dat ze niet luchtig zijn, duidt erop dat er geen verse eieren worden gebruikt. Waarschijnlijk is het nog erger en betreft het mix uit een pakje.

Het ongare geval is de ‘Brusselse’ met witlof, beenham en brie. Witlof laat vocht los bij het bakken, met als resultaat een natte plek in het midden. Het plezier van de klassieke combinatie witlof/beenham wordt verpest door een plas mierzoete frambozencoulis. De ‘Mr. PP’ komt met pulled pork (geplukt varkensvlees) en barbecuesaus die verdacht veel naar ketjap smaakt. Alleen de drie Indische kipgerechten op de pannenkoek ‘Mooi Zeist’ smaken echt goed. Die worden dan ook apart ingevlogen door Indisch restaurant Mooi Zeist. (Je kunt ze ook bestellen met witte rijst in plaats van met een pannenkoek, misschien geen slecht idee.)

Als toetje hebben ze churros, op de kaart omschreven als ‘gefrituurde pannenkoekreepjes’. Bijzondere omschrijving voor deze Spaanse snack die bestaat uit staafjes gefrituurd oliebollenbeslag met kaneelsuiker. U raadt het: bij ’t Jagershuys snijden ze een pannenkoek in reepjes en gooien ’m nog eens in de frituur. Wat een sof. (Hij is in ieder geval wel goed gaar dan.)

Eindoordeel

Dat je als pannenkoekenrestaurant niet uitblinkt in voorgerechten, soit. Dat je niet de beste pulled pork maakt, ach. Maar, je kunt er nog zo veel gekkigheid op gooien als je wil, een pannenkoekenhuis dat vieze pannenkoeken bakt, kan inpakken.

    • Joël Broekaert